Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ‘Bestellen’ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme. Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS) / DUITSLAND (GERMANY - PHILIP VON HOHENLOHE-NEUENSTEIN - Verguld zilveren draagpenning 1590
gewicht 17,48gr. ; gegoten zilver verguld Ø 40mm. draagoog op 12 uur zilverkeuren RAS / 925 op de rand vz. Borstbeeld van Philips von Hohenlohe-Neuenstein naar rechts, omringd door een tekst in twee rijen; •PHILIPP•VON•HOHENLOE• •VND•H•Z•LANGE•LEV• // GENF•OVER•HOLL•ZEL•VND• WEST•FRIS: vertaald: Philips van Hohenlohe en Heer (HZ = Herr zu) van Langenburg. Generaal over Holland, Zeeland en West-Friesland. kz. Wapenschild van Hohenlohe-Neuenstein gedekt door twee tournooi- helmen met heltekens en lambrekijns, daaronder 1 • 5 ❀ 9 • 0 • , omringd door de tekst; ❀ EHRE : siertak : GIBT • : ❀ : GOTT siertak vertaald : Eer geeft God
Philip von Hohenlohe-Neuenstein, vrijheer van Langenburg, werd geboren op 17 februari 1550, telg van het huis van Hohenlohe, als zoon van graaf Ludwig Kasimir von Hohenlohe-Waldenburg (1517–1568) en zijn vrouw, gravin Anna zu Solms-Lich (1522–1594). Philip volgde een succesvolle militaire carrière in dienst van het Staatse leger van de Republiek. Sinds 1575 had hij Willem van Oranje gediend, en werd diens luitenant-generaal in Holland. Hohenlohe veroverde in 1576 Geertruidenberg, in 1577 Steenbergen, Tholen en Breda, maakte zich verdienstelijk tijdens het Beleg van Grave (1586) en later onder andere tijdens veroveringen van Helmond (1587), Mengen, en Gennep (1599). Hohenlohe leed echter ook nederlagen, zoals in 1580 op de Hardenbergerheide en De grote schans tegenover Zutphen, die hij in 1584 vergeefs een maand lang belegerde. In 1590 stichtte hij de schans bij ′s-Hertogenbosch die later Fort Crèvecoeur zou worden.
Wegens zijn ervaring bleef hij na de moord op Willem in 1584 op verzoek van de Staten van Holland luitenant-generaal. Maurits was namelijk nog te jong om zijn vader op te volgen. Hohenlohe was een moedig, maar roekeloze aanvoerder. Bovendien was hij drankzuchtig. Nadat Maurits kapitein-generaal werd van de Republiek, werd de verhouding tussen hem en Hohenlohe geleidelijk aan slechter. Maurits vond hem onbetrouwbaar; Hohenlohe kon geen geheimen bewaren. Aan de slechte verhouding heeft echter ook een privé-zaak bijgedragen. Hohenlohe had in 1582 van Willem van Oranje toestemming gekregen om te trouwen met zijn oudste dochter, Maria van Nassau. Het huwelijk had nog niet plaatsgevonden vanwege de financiële situatie van beiden. Er ontstond na de moord onenigheid over de erfenis van Willem van Oranje. De rechtmatige erfgenaam van Willem van Oranje was Filips Willem, maar hij zat gevangen in Spanje. Maria, tweede in lijn, had sinds 1584 het beheer over zijn bezittingen gevoerd, en na de verovering van Breda, onderdeel van de bezittingen, zou Maria eindelijk voldoende financiën verkrijgen om te kunnen trouwen. Hohenlohe zou na het huwelijk met Maria, het beheer over een belangrijk deel van de erfenis van Willem van Oranje overnemen. Maurits was het daar niet mee eens, en in 1591 splitste de Staten-Generaal de bezittingen. Maria van Nassau kreeg alleen de via moederszijde geërfde bezittingen, de Burense goederen (Buren, Leerdam, IJsselstein, Sint Maartensdijk met het verdronken land van Noord-Beveland). Jarenlange juridische strijd leverde niets meer op.
In de jaren 1592 - 94 speelde hij een hoofdrol in een geheim plan om Groningen los te weken uit de Unie van Atrecht, waarnaar de stad was overgelopen bij het Verraad van Rennenberg in 1580. Het was de bedoeling van de complotteurs om de landsheerlijkheid over Groningen op te dragen aan hertog Hendrik Julius van Brunswijk-Wolfenbüttel, die vervolgens de graaf van Hohenlohe zou benoemen tot stadhouder. Toen de Staten-Generaal echter lucht kregen van het plan, spraken ze er hun veto over uit. Op 7 februari 1595 huwde hij te Buren met Maria van Nassau (1556-1616), dochter van Willem I van Oranje. Het huwelijk bleef kinderloos, maar kort voor Hohenlohe′s dood adopteerden ze de negenjarige Margrita Maria gravin van Falckenstein. Tijdens de veldtocht van 1597 diende Hohenlohe nog onder Maurits, maar hij raakte na het huwelijk steeds meer geïsoleerd. Maurits stelde hem nauwelijks nog op in zijn leger. Het dieptepunt in de relatie met Maurits was in 1600, toen hij Hohenlohe ontsloeg als luitenant-generaal van Holland en Zeeland. In 1604 werd Hohenlohe ziek en kreeg verlammingsverschijnselen. Hij overleed op 6 maart 1606 te IJsselstein. Na zijn dood werd het lichaam door zijn vrouw naar Öhringen (Baden-Württemberg) gebracht, waar het werd bijgezet in het familiegraf in de Stiftskerk St. Petrus en St. Paulus.
Deze penning is geen origineel uit 1590, maar later werk. This medal is not an original from 1590, but a later work.
Prachtexemplaar in hoog reliëf. Hoogst interessante historische penning. pr |
|
|  |
 |
 |
RUSSIA ( RUSSLAND ) - NICHOLAS I, 1825-1855 - Gold ducat 1840, St.Petersburg
weight 3,48gr. ; gold Ø 21mm. mintmark torch
obv. Armored and helmeted Dutch knight standing facing right, sword on his shoulder in his right hand and bundle of arrows (7 arrows) in his left hand, flanked by the year 18 - 40, surrounded by the text; CONCORDIA RES - PARVAE CRESCUNT. Torch rev. Double-lined square with scroll decorations on the sides and a rosette at 3, 6, 9, and 12 o′clock, within which is a text in 4 lines; MO.AUR. / REG.BELGII / AD LEGEM / IMPERII.
Imitation of a Dutch gold ducat. Original Dutch gold ducats from this date with mintmark torch do not exist, only the Russian imitations. Rare.
Bitkin 32 ; Jacques Schulman 224 ; Laurens Schulman 240 ; Friedberg 161 ; KM.50.2 R Small area of clipping or metal testing at 1 o′clock, otherwise attractive lustrous specimen with fine details. xf/xf+ |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM I, 1815-1840 - Gouden dukaat 1828, Utrecht
gewicht 3,50gr.; goud 983/1000 ; Ø 20,5mm. met kabelrand muntmeester: Y.D.C. Suermondt muntteken: mercuriusstaf muntmeesterteken: fakkel
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel (7 pijlen) in de linkerhand, geflankeerd door het jaartal 18 - 28, omringd door de tekst; CONCORDIA RES - PARVAE CRESCUNT. fakkel kz. Dubbel gelijnd vierkant met krulversieringen aan de zijden en een rozet op 3, 6, 9 en 12 uur, daarbinnen een tekst in 4 regels; MO.AUR. / REG.BELGII / AD LEGEM / IMPERII.
Schulman 212 ; LSch.228 ; KM.50.1 ; Friedberg 331 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, SOVEREIGN STATE) - PRINS WILLEM FREDERIK ALS SOUVEREIN VORST, 1813-1815 - Gouden dukaat 1814, Utrecht
gewicht 3,50gr.; goud 983/1000 ; Ø 21mm. muntmeester: G.J.L. du Marchie Sarvaas en zijn erven (weduwe du Marchie Sarvaas en haar schoonzoon Van Sorgen) muntteken: stadsschildje Utrecht stempeleigenschappen: zonder punt tussen BELG en AD
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel (7 pijlen) in de linkerhand, geflankeerd door het jaartal 18 - 14, omrind door de tekst; CONCORDIA RES - PAR.CRES.TRAI. stadsschildje Utrecht kz. Dubbel gelijnd vierkant met krulversieringen aan de zijden en een rozet op 3, 6, 9 en 12 uur, daarbinnen een tekst in 5 regels; MO.ORD. / PROVIN. / FOEDER. / BELG AD. / LEG. IMP.
WILLEM I ALS SOEVEREIN VORST: Willem Frederik werd op 24 augustus te ′s-Gravenhage geboren als derde zoon van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau en prinses Wilhelmina van Pruisen, een nicht van koning Frederik II van Pruisen. Omdat zijn beide oudere broers in 1769 respectievelijk 1771 niet langer dan een dag hadden geleefd, werd hij de erfprins. In 1795 stond hij als erfprins, 23 jaar oud, aan het hoofd van het Staatse leger tegen de Franse invallers. De Franse overmacht was echter te groot en de stadhouderlijke familie vluchtte daarop naar Engeland. Zijn vader legde zich neer bij het feit dat de politieke rol van de Oranjes uitgespeeld was. Zo nog niet zoon Willem, die uiteindelijk in 1803 als compensatie voor het verlies van zijn bezittingen in de Nederlanden van Napoleon de voormalige prinsbisdommen Fulda en abdij van Corvey, de abdij Weingarten en de rijksstad Dortmund kreeg. Die samen gingen het vorstendom Nassau-Oranje-Fulda vormen. Na de dood van zijn vader op 8 april 1806 in Brunswijk, werd Willem ook vorst van Nassau. Na de nederlaag van Napoleon in 1813 in de Slag bij Leipzig stortte het staatkundige systeem in Midden-Duitsland ineen, waarmee de meeste gebieden onder militair bestuur kwamen te staan van Rusland, Oostenrijk of Pruisen. Willem werd door zijn banden met Pruisen direct hersteld in de gebieden van vóór 1803. Willem kreeg het hertogdom Nassau toebedeeld. In het najaar van 1813 werd Willem, die toen in Londen verbleef, per brief uitgenodigd als ″soeverein vorst″ de regering op zich te nemen. De brief was afkomstig van het Driemanschap van 1813, de Haagse notabelen Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Willem aanvaardde hun uitnodiging en het Engelse fregat The Warrior bracht hem naar de kust van Scheveningen, alwaar hij op 30 november 1813 na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem zette. Met een boerenwagen werd hij vervolgens uit zee naar het strand gebracht en in een open rijtuig onder begeleiding van een vreugdevolle menigte naar Den Haag gereden. Op 1 december werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, wat op 2 december door hem werd aanvaard. Op 16 maart 1815 nam soeverein vorst prins Willem Frederik zelf de titel koning der Nederlanden aan, als koning Willem I. Hij kreeg als compensatie voor de aan Pruisen afgestane Nassause erflanden (Nassau-Dillenburg, Siegen, Hadamar and Dietz) als privébezit ook Luxemburg en werd daardoor als groothertog van Luxemburg lid van de Duitse Bond. In zijn korte periode als soeverein vorst bleef de muntslag beperkt tot gouden dukaten uit 1814. Ook een gedeelte van de productie van gouden dukaten uit 1815 (circa 126.805 stuks) kan nog tot die periode gerekend worden. Daarnaast werden in 1814 te Amsterdam ook nog koperen duiten voor Nederlands-Indië geslagen. Dat gebeurde in de knopenfabriek van de firma de Heus.
De gouden dukaten van het oude provinciale type van Utrecht werden geslagen in de jaren 1814, 1815 en 1816 volgens het Besluit van 19 januari 1814. Ze werden voornamelijk aangemaakt ten behoeve van de Russische troepen, die toen in ons land aanwezig waren (zie Besier op citaat blz. 4). Hoewel er een groot aantal van geslagen is, zijn ze toch nogal schaars, omdat ze mee teruggenomen zijn naar Rusland. De stempels zijn gesneden door D. van der Kellen sr. Na het overlijden van muntmeester G.J.L. du Marchie Sarvaas op 3 mei 1814 waren diens weduwe en schoonzoon Van Sorgen op voorlopige basis aangesteld tot provisioneel geautoriseerden voor de muntslag. Aan hun taken kwam medio 1815 een einde met de aanstelling van muntmeester R.D.C. Suermondt.
Schulman 200 ; LSch.215 ; KM.45 ; Friedberg 331 Nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar. Zeer mooi. unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1750, Middelburg
gewicht 28,05gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Pieter Kappeyne muntmeesterversiering; drie zespuntige sterren
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is geplaatst, aan een gelust koord, omringd door de tekst; ♖MO•NO•ARG•PRO•CON•FOE•BELG•COM•ZEL• kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 50, daarboven ✶ ✶ ✶, omringd door de tekst: CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT•
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1750b ; Davenport 1848 S Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit type een net exemplaar. Schaars jaartal. zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Piedfort dubbele daalder van 10 schellingen 1690, Middelburg
gewicht 63,65gr. ; zilver Ø 44mm. muntteken burcht muntmeester Hendrik van Dusseldorp
Bij ordonnantie van 23 september 1686 machtigden de Gecommitteerde Raden de muntmeester een dubbele daalder te slaan. Deze moest van hetzelfde gehalte zijn als de enkele daalder, dus 906/1000, en met het gewicht van 31,58 gram. Reden van dit initiatief was het feit dat de aanmunting van grote zilverstukken uiteindelijk iets voordeliger uitpakte. We zien dan ook dat vanaf dit moment geen enkele daalders meer werden aangemunt en men zich uitsluitend nog toelegde op de aanmunting van dubbele daalders. Blijkbaar niet zonder succes, want de productie was vanaf het begin aanzienlijk hetgeen zou voortduren tot december 1693. In de jaren 1687-1688 werden circa 495.063 stuks geslagen. Gezien de zeldzaamheid van 1688 zal die productie vooral in 1687 hebben plaatsgevonden. In de jaren 1689-1693 werden nog eens 1.186.781 stuks geslagen, met de aantekening dat van het jaar 1691 geen exemplaren bekend zijn en van 1693 slechts een zeer klein aantal. De jaren 1687 en 1690 zijn verreweg het meest voorkomend.
In de periode dat er dubbele daalders werden geproduceerd werden in een drietal jaren ook exemplaren op meervoudig gewicht geslagen, namelijk in 1687, 1690 en 1693. Deze bijzondere afslagen waren niet bestemd voor de circulatie, maar dienden als relatiegeschenk. Zeer zeldzaam. ♦ exceptionally well preserved specimen with a very sharp and lustrous reverse ♦
vgl. Hess-Divo, Auktion 319,no.1827 (in pr CHF 15.000 + 15%)
Delmonte 1074a ; Verkade 90.4; HNPM.59.3 ; CNM.2.49.67 ; van der Wiel 4b (JMP.1986) ; vgl. Davenport 4973 RR Minieme muntplaatonvolkomenheden. Weinig gecirculeerd exemplaar, met op de keerzijde nog veel stempelglans. voorzijde: zfr/pr keerzijde: pr/unc |
|
|  |
 |
 |
CONSTANTINUS (CONSTANTINE) III, 407-411 - AV Solidus, Lugdunum (407-408)
weight 4,44gr.; gold Ø 22mm.
obv. Rosette-diademed bust of Constantinus right, wearing cuirass and paludamentum, surrounded by the legend; DN CONSTAN - TINVS P F AVG rev. Constantinus in military attire standing right, holding standard in right hand and Victory on globe in left, left foot placed on lying barbarian capitive with long beard, L - D across field, surrounded by the legend; VICTORIA - AAAVGGGG, COMOB in exergue
Little is known of Flavius Claudius Constantinus before he was declared emperor and took the regnal name Constantinus. Following the death of the Roman emperor Theodosius I in 395 the Roman Empire was divided between his two sons: Arcadius became emperor of the Eastern Roman Empire and ten-year-old Honorius of the Western. Honorius was underage and the leading general Stilicho became hugely influential and the de facto commander-in-chief of the Roman armies in the west. During this period Roman Britain was suffering raids by the Scoti, Saxons and Picts. The military campaigns that Stilicho carried out proved to be little successful.
In 401 or 402 Stilicho needed military manpower for wars with the Visigoths and the Ostrogoths and so stripped Hadrian′s Wall of troops. The year 402 is the last date from which Roman coinage is found in large quantities in Britain, suggesting the Empire was no longer paying the troops who remained. Meanwhile, the Picts, Saxons and Scoti continued their raids, which may have increased in scope. In 405 the Irish king Niall of the Nine Hostages is described as having raided along the southern coast of Britain. In 406 a group of Alans and Goths led by Radagaisus invaded Italy. For six months they devastated northern Italy, capturing and sacking several cities. After concentrating his forces, Stilicho caught the Goths while they were besieging Florentia (modern Florence) and defeated them at the Battle of Faesulae; 12,000 prisoners joined the Roman army and so many captives were sold that the market in slaves collapsed. The Western Empire′s problems with barbarian intruders were far from over, however.
In 406 the approximately 6,000 troops of the Roman field army based in Roman Britain were dissatisfied. They had not been paid for several years, a large contingent had left to fight on the continent four years earlier and had not returned, the coastal defences had been dismantled to form the new field army and their commander had been replaced. They revolted and determined to choose their own leader. Their first choice was a man named Marcus, whom they appointed emperor. After a short period, unhappy with his performance, they killed him and appointed Gratianus. He also failed to meet the troops′ expectations and was killed after four months. On 31 December 406 several tribes of barbarian invaders, including the Vandals, Sueves and Alans crossed the Rhine, perhaps near Mainz, and overran the Roman defensive works in a successful invasion of the Western Roman Empire. Hearing of the Germanic invasion the Roman military in Britain was desperate for some sense of security in a world that seemed to be rapidly falling apart. They next chose as their leader a man named after the famed emperor of the early fourth century, Constantine the Great, who had himself risen to power through a military coup in Britain. Flavius Claudius Constantinus was a common soldier, not an officer, and early in 407, possibly February, his fellows acclaimed him as emperor.
Constantinus moved quickly: he appointed two officers already in Gaul as generals, Justinianus and Nebiogastes, instructing them to seize Arles and the passes which controlled traffic to and from Italy. He crossed the Channel at Bononia (modern Boulogne), taking with him all of the 6,000 or so mobile troops left in Britain and their commander, the general Gerontius. This denuded Roman Britain of front-line military protection and explains the disappearance of the legions in the early fifth century. Constantinus travelled to Lugdunum (modern Lyon), where he set up his headquarters and commenced minting coins in his own name. Constantinus negotiated agreements with the Germanic groupings of the Franks, Alamanni and the Burgundians, thus securing the line of the Rhine. By May 408 Constantinus had captured Arles and made it his capital, taking over the existing imperial administration and officials, and appointing Apollinaris as chief minister. Constantinus commenced minting large quantities of good quality coins at Arles, possibly using bullion seized from Sarus′s loot during his hasty retreat, and made a show of being an equal of both the Western and Eastern Emperors. Constantinus′ oldest son had entered a monastery and was a monk at the time his father rebelled, but he was summoned to the new imperial court. Constantinus appointed him to the position of caesar and gave him the imperial-sounding name of Constans. He was swiftly married so a dynasty could be founded. Late in 408 Constantinus sent an embassy to Ravenna. Needing to placate him, Honorius acknowledged him as co-emperor and sent a purple robe as formal recognition. The pair were joint consuls in 409. At around this time, Constantinus raised Constans to the position of co-emperor, theoretically equal in rank to Honorius or Theodosius, as well as to Constantinus.
From 408 Saxon pirates raided Roman Britain extensively, undeterred by the totally inadequate force which Constantinus had left. The locals organised their own defences, so successfully that they defeated the Saxons in 409. Distressed that Constantinus had failed to defend them, the Roman inhabitants of Britain rebelled and expelled his officials, accepting that henceforth they would have to look to their own defence. Inspired by the example of Roman Britain, later that year the Bagaudae of Armorica (modern Brittany) also expelled Constantinus′ officials and declared independence. In late spring 409, general Gerontius rebelled against Constantinus, and appointed Maximus as emperor. Gerontius successfully defended himself against Constans during 410. In 411, he successfully besieged and captured Constans in Vienne, executing him. He then moved on Arelate, where he besieged Constantinus. However, while Constantinus was still resisting, Honorius′s general Constantius arrived from Italy with an army. Most of Gerontius′ soldiers deserted and he was obliged to flee back to Hispania with a few loyal supporters. There, in a hopeless position, Gerontius committed suicide. Constantius′s army took over the siege. Constantinus his hopes fading after the troops guarding the Rhine abandoned him to support yet another claimant to the imperial throne, the Gallo-Roman Jovinus, surrendered to Constantius along with his surviving son Julianus. Despite a promise of safe passage, and Constantinus′ assumption of clerical office, Constantius imprisoned Constantinus and had him and Julianus beheaded in either August or September 411.
This is one of the very few coins of all Roman Imperial issues designating the rule of four Augusti. The reverse legend terminating in GGGG (and struck only at Lugdunum) signifies Arcadius and Theodosius II in the Eastern Empire and Honorius and Constantine III as usurper in Gaul in the Western Empire. Until recent hoard evidence, it was thought the fourth Augustus on this issue represented Constantine III′s son, Constans II. Hoard evidence shows this to be Honorius instead as this issue is from 407-408, thus predating Constans II′s elevation. Highly interesting historical coin of great importance.
♦ very attractive specimen of this extremely rare coin type ♦
Cohen 6 ; RIC 1506 (R3) ; Depeyrot p. 130, 20/3 ; Bastien 244 ; Sear 21058 RRR xf- |
|
|  |
 |
 |
PAMPHYLIA, SIDE - AR Stater, circa 460-430 BC
weight 10,86gr. ; silver Ø 22mm.
obv. Pomegranate, lion′s head to left in right upper field, within border of dots rev. Head of Athena right, in crested Corinthian helmet, within incuse square
The Greek city state of Side was located in southern Asia Minor. The town no longer exists under that name but is closest to the town of Manavgat in modern day Turkey. In ancient times Side, being on the coast, was a prosperous city. Its name, Side, translates literally into pomegranate and thus that is very often seen on their coinage. The patron deity was Athena, as so many other Greek city states had adopted. Greek settlers from Kyme founded and populated Side starting around 700 BC. Alexander the Great occupied the city from 333 BC and upon his death it came under the leadership of Ptolemaios I Soter. The Ptolemies controlled the area until the Seleucids captured Side and maintained it until it was given to Pergamon with the signing of the Treaty of Apameia in 188 BC.Today Side is notable for the its ruins which remain in remarkably good condition.
♦ magnificent depicted head of Athena, of the best classical style ♦
BMC - ; SNG.v.Aulock - (cf. 4766) ; SNG.Copenhagen - ; Atlan 24 ; SNG.Paris 626 ; Weber collection - ; Jameson - ; Babelon, Traité 874 ; Sear - (cf. 5425) RR unsual soft obverse strike, splendid reverse Excellent portrait of fine classical style. Very rare. xf-/xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1763, Dordrecht
gewicht 9,89gr. ; goud Ø 27mm. muntmeester: Wouter Buck muntteken; roos
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder te paard naar rechts, geheven zwaard in zijn rechterhand terwijl hij met zijn linkerhand de teugels vasthoudt, daaronder het gekroonde provinciewapen van Holland, omringd door de tekst; MO:AUR:PRO:CONFOED: - BELG :HOLLAND: ✿ kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding 14 - GL, erboven het opgesplitste jaartal 17 - 63, omringd door de tekst; CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT.
Het betreft hier het laatste jaar van de gouden rijder voor Holland. Nadat de muntslag van hele en halve gouden rijders vanwege de sterk gestegen goudprijs in 1762 vrijwel tot stilstand was gekomen, werd deze in 1763 weer hervat. Na de Vrede van Hubertsburg (15 februari 1763) kwam zoveel muntmateriaal naar de Republiek, dat men er geen weg mee wist en de munthuizen het niet genoeg verwerken konden. De goudkoers was om die reden weer gedaald, waardoor aanmunting van gouden rijder weer lucratief werd. Anders dan bij negotiemunten, zoals de gouden dukaat, was de gouden rijder een standpenning; het werd uitgegeven conform vaste waarden van het muntstelsel en tegen de vaste gegarandeerde koers van 14 gulden. De koers van negotiepenningen fluctueerde met de goudprijs mee. In de loop van 1763 was de goudprijs echter weer dermate opgelopen, dat rendabele aanmunting van gouden rijders niet meer mogelijk bleek. Daarmee kwam een definitief einde aan de aanmunting van de gouden rijder. Naast negotiepenning en standpenningen is er nog een derde categorie binnen het muntwezen, namelijk de pasmunten. Die waren slechts wettig betaalmiddel voor beperkte sommen. De gegarandeerde waarde van de pasmunten kwamen in veel gevallen ook niet overeen met de metaalwaarde van die munten.
This concerns the final year of the gold rider for Holland. After the minting of whole and half gold riders had virtually come to a standstill in 1762 due to the sharply rising price of gold, it was resumed in 1763. Following the Peace of Hubertsburg (15 February 1763), so much coinage material arrived in the Republic that it was at a loss and the mints could not process enough of it. For this reason, the price of gold had fallen again, making the minting of the gold rider lucrative once more. Unlike trade coins, such as the gold ducat, the gold rider was a standard coin; it was issued in accordance with fixed values of the monetary system and at the fixed guaranteed rate of 14 guilders. The rate of trade coins fluctuated with the price of gold. However, in the course of 1763, the price of gold had risen again to such an extent that profitable minting of gold riders proved no longer possible. This marked a definitive end to the minting of the gold rider. In addition to trade coins and standard coins, there is a third category within the monetary system, namely small change for daily circulation. These were legal tender only for limited sums. In many cases, the guaranteed value of the small change coins did not correspond to the metal value of those coins.
♦ very attractie lustrous specimen with fine details ♦
Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253 Weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. Zeer attractief. pr/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - JAN VAN BEIEREN ALS PANDGRAAF, 1418-1425 - Beiersgulden z.j. (em. 1421/1422), Dordrecht
gewicht 3,45gr. ; goud Ø 23mm. muntmeesters Jan Nemery en Godschalk Tielmansz Oem
vz. Johannes de Doper, met mantel en nimbus, staande frontal met in zijn linkerhand een kruisscepter, daaronder kruisje, binnen een gelijnde en geparelde cirkel, omringd door de tekst; • - S•IOhANNЄS - BABTISTA leeuwtje • kz. Dubbelgelijnde vierpas met daarbinnen het wapen van het Heilige Roomse Rijk (dubbelkoppige adelaar) omringd door een wapenschildje met een adelaar, een klimmende leeuw naar rechts (Holland), een gevoet kruis en een wapenschildje met ruiten (Beieren), aan de buitenzijden van de bogen kleine bloemversieringen, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠DVX•BAVA•IOh•FILI•hA•hOLAND Z
Deze Sint Jansgoudgulden werd in 1421 uitgegeven op een koers van 30 groot en stond spoedig bekend als de “Beiersgulden”. Het is een mooi voorbeeld van middeleeuwse imitatie muntslag. Zo betreft het hier hier een getrouwe navolging van de Utrechtse gulden van Frederik van Blankenheim, Bisschop van Utrecht (1393-1423), die in de jaren 1415-1420 te Rhenen en Hasselt werd aangemunt. Dat op zijn beurt weer een imitatie was van de Reynaldusgulden van hertog Reinald van Gulik, hertog van Gelre (1402-1423), die in de jaren 1409-1415 te Arnhem werd aangemunt. De Hollandse en Utrechtse imitaties hebben daarbij de oorsponkelijk Gelderse wapenschildjes vrijwel ongewijzigd overgenomen, met als enige verschil dat het onderste (fantasie) wapenschildje, dat oorspronkelijk bestond uit arceringen, op de Hollandse gulden is vervangen door een wapenschildje met de Beierse ruiten. Het wapenschildje met de klimmende leeuw naar rechts is multi interpreteerbaar en had bij Gelre de betekenis van “wapen van Roermond”, bij Utrecht “wapen van Blankenheim” en bij Holland “wapen van Holland”. De wapenschildjes met de eenkoppige adelaar (Arnhem) en het kruis (Zutphen) zijn voor deze Hollandse guldens eigenlijk betekenisloos, in die zin dat ze geen enkel verband hebben met het graafschap Holland en louter dienen voor de symmetrie.
Op deze gulden draagt Jan van Beieren de hoogst ongebruikelijke titel van filius Hanoniae, Hollandiae, Zeelandiae (zoon van Henegouwen, Holland, Zeeland). Een duidelijk bewijs dat hij zich op de munten niet de titel van comes (graaf) durfde aanmeten. Dit hield ongetwijfeld verband met het feit dat hij tijdens het Verdrag van Woudrichem (13 februari 1419) zijn nicht Jacoba als gravin van Holland, Henegouwen & Zeeland had erkend, met de voorwaarde dat hij voor de duur van vijf jaar samen met Jan van Brabant, Jacoba′s echtgenoot, het bestuur over Holland en Zeeland zou voeren.
John of Bavaria was born in 1374 in Le Quesnoy (Hainaut), the youngest son of Albert of Bavaria (of the House of Wittelsbach) and Margaret of Brieg. John was destined for a spiritual career. From a young age, he was, among other things, a canon of the cathedral chapter of Cambrai and provost of Cologne. In 1389, he was elected Prince-Bishop of Liège. However, he was not particularly popular there, forcing him to flee the city in 1406 and settle in Maastricht. After renouncing the bishopric of Liège and resigning from the clergy, King Sigismund granted him Holland, Zeeland, and Hainaut on 27 April 1418, recognized him as a count by Dordrecht and South Holland, and inaugurated as such in Dordrecht on 23 June. In 1418, Jan married Elisabeth of Görlitz, thus also becoming Duke of Luxembourg. The marriage remained childless. Jan "without Grace" was not a beloved ruler. Ultimately, he was poisoned by his court marshal, Jan van Vliet, in 1424, from which he died on 6 January 1425. He was buried in the Kloosterkerk (Monastery Church) in The Hague.
van der Chijs XI, 1 ; Grolle 20A.4.4 ; van Gelder 79 ; Delmonte 734 ; Slg. de Wit 780 ; Friedberg 117 R Minieme zwaktes van de slag, doch voor dit type een mooi exemplaar. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Patagon 1636, Brussel
gewicht 27,99gr. ; zilver Ø 40mm. muntmeester Gilbert Clenarts muntteken engelkopje
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurstaal in het centrum, daaronder kleinood (ramsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies hangend omringd door vier vonken, in het veld 16 - 33, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• engelkopje kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVTS•DVX•BVRG•BRAB•Zc•
In 1612 werd de aanmunting van kruisrijksdaalder, die eerder onder Philips II waren geslagen, hervat. Het werd uitgegeven op een koers van 48 stuiver met een gewicht van 28,25 g en een fijn zilver gehalte van 0,873. Al spoedig kwamen deze rijksdaalder bekend te staan als pat(t)acon, patagon of Albertusdaalder. De munt werd erg populair om hun kwaliteit, gehalte, ontwerp en afwerking, niet alleen binnen de Spaanse Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Men name in Oost-Europa en Rusland was de patagon een erg gewild betaalmiddel. De patagon werd voor het laatst geslagen in 1711 onder de Spaanse troonpretendent Karel III (1703-1711) in Antwerpen.
In 1612, the minting of cross-rijksdaalder, which had previously been minted under Philip II, was resumed. It was issued at a rate of 48 stuivers with a weight of 28.25 g and a fine silver content of 0.873. Soon these Rijksdaalder came to be known as pat(t)acon, patagon or Albertusdaalder. The coins became very popular for their quality, content, design and finish, not only within the Spanish Netherlands but also far beyond. Particularly in Eastern Europe and Russia, the patagon was a very popular means of payment. The patagon was last minted in 1711 under the Spanish pretender to the throne Charles III (1703-1711) in Antwerp.
variant: met foutief AVTS i.p.v. van het correcte AVST(RIÆ). Als zodanig zeer zeldzaam.
Delmonte 295var. ; van Gelder & Hoc 329-3var. ; de Witte 1026var. ; vgl. Vanhoudt 645.BS ; vgl. Davenport 4462 RR de gebruikelijke zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SPANISH NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS V, 1700-1712 - Dukaton 1703, Antwerpen
gewicht 32,57gr. ; zilver Ø 42mm. muntmeester: Jean Baptiste Sneyers sr. muntteken: hand met kabelrand stempeleigenschappen: voorzijde geslagen in laag reliëf
vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van koning Philips V met lange pruik naar rechts, omhangen met de keten van de Orde van het Gulden Vlies, daaronder hand, omringd door de tekst; PHILIPPUS V•D•G•HISPANIARUM ET INDIARUM REX kz. Gekroond wapenschild van koning Filips V van Spanje, ondersteund door twee leeuwen, daaronder de keten van de Orde van de Heilige Geest en de Orde van het Gulden Vlies, erboven naast de kruis van de kroon het opgesplitste jaarta 17 - 03, omringd door de tekst; • BURGUND - • DUX • - BRABAN•Zc
De dood van koning Karel II, de laatste Spaanse Habsburger, leidde een periode in van Europese crisis. Zowel koning Lodewijk XIV van Frankrijk als keizer Leopold I konden voor hun nakomelingen aanspraak maken op de Spaanse troon. Om het politieke evenwicht in Europa niet te verdedigen, hadden ze meermalen onderhandeld om het reusachtige Spaanse rijk dat naast Spanje en zijn kolonies ook de Zuidelijke Nederlanden en grote delen van Italië omvatte, te verdelen. Karel II en zijn ministers wilden niet van een opdeling weten en door zijn testament ging de hele erfenis naar de hertog van Anjou, een kleinzoon van Lodewijk XIV; toen deze aanvaardde en de Spaanse troon besteeg als Philips V, brak in 1701 de Spaanse Successieoorlog uit.
Philips V werd te Versailles geboren op 19 december 1683, de tweede zoon van Lodewijk, le Grand Dauphin en Maria Anna Victoria van Beieren. Hij was een kleinzoon van koning Lodewijk XIV van Frankrijk en voerde de titel van hertog van Anjou. Bij de Vrede van Utrecht (1713) die een eind maakte aan de Spaanse Successieoorlog werd hij als koning van Spanje erkend. Daarbij werd uitdrukkelijk vastgelegd dat Philips′ nakomelingen uitgesloten waren van de Franse troon. Tevens werd bepaald dat de Spaanse Nederlanden over gingen naar de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg, naar Keizer Karel VI, die daarmee afzag van de Spaanse kroon. Daarmee werden de Spaanse Nederlanden voortaan de Oostenrijkse Nederlanden. Philips V stierf op 9 juli 1746 in Madrid.
The death of King Charles II, the last Spanish Habsburg, ushered in a period of European crisis. Both King Louis XIV of France and Emperor Leopold I could lay claim to the Spanish throne for their descendants. In order not to defend the political balance in Europe, they had repeatedly negotiated to divide the vast Spanish empire, which, in addition to Spain and its colonies, also encompassed the Southern Netherlands and large parts of Italy. Charles II and his ministers wanted nothing to do with a partition, and through his will, the entire inheritance went to the Duke of Anjou, a grandson of Louis XIV; when the latter accepted and ascended the Spanish throne as Philip V, the War of Spanish Succession broke out in 1701.
Philip V was born in Versailles on 19 December 1683, the second son of Louis, le Grand Dauphin, and Maria Anna Victoria of Bavaria. He was a grandson of King Louis XIV of France and held the title of Duke of Anjou. At the Peace of Utrecht (1713), which ended the War of Spanish Succession, he was recognized as King of Spain. It was explicitly stipulated that Philip′s descendants were excluded from the French throne. It was also determined that the Spanish Netherlands passed to the Austrian branch of the House of Habsburg, to Emperor Charles VI, who thereby renounced the Spanish crown. Consequently, the Spanish Netherlands became the Austrian Netherlands. Philip V died on 9 July 1746, in Madrid.
♦ voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar ♦
♦ for the type an exceptionally well-preserved example ♦
Delmonte 354c ; van Gelder & Hoc 365-1c ; de Witte 1096 ; de Mey 828 ; Vanhoudt 737 ; KM.131.3 ; Davenport 1707 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BRUSSEL - BLOKKADE DOOR DE SPANJAARDEN, 1579-1580 - Noodmunt van 36 stuiver 1580
gewicht 25,00gr. ; zilver 32,5 x 32,5mm.
vz. Ruitvormig muntplaatje met daarin centraal geslagen rond muntstempel met de afbeelding van het Brusselse stadswapen (Sint Michael en de draak), geflankeerd door het gesplitste jaartal 15 - 80, erboven de waarde aanduiding 36 ST, omringd door de tekst: PERFER∘ET∘OBDVRA∘BRVXELLA ✿ vertaald: Brussel, ga door en wees sterk. kz. Blanco
Na de verovering van Maastricht door de Spanjaarden o.l.v. Alexander Farnese, de prins van Parma, in 1579, richtten de Spanjaarden zich op de stad Brussel. In die periode was Brussel een centrum van het calvinistische verzet in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De verbindingen naar het Noorden werden afgesneden, maar tot een werkelijke belegering kwam het niet. Hoewel de stad niet volledig werd omsingeld, was de regio rond Brussel het toneel van hevige gevechten tussen de Spaanse troepen en de opstandelingen. Dit had tot gevolg dat veel aanvoerwegen in de praktijk geblokkeerd waren, hetgeen tot isolatie van de stad leidde. Om die reden deed het stadsbestuur toch het verzoek aan de Staten-Generaal om toestemming te krijgen tot het slaan van noodmunten ter waarde van 3 gulden, 36 en 18 stuiver. Dit kwam overeen met de gouden Statenkroon, de zilveren Statendaalder en de ½ Statendaalder. Die toestemming werd op 7 september 1579 verleend. Daarop volgde een productie op 23 september 1579 en 4 juni 1580 ; 782 gouden 60 stuiverstukken (kroon), 12.400 stuks zilveren 36 stuiverstukken (statendaalder) en 3775 stuks 18 stuiverstukken (1/2 statendaalder). Een groot deel van die noodmunten zijn na de blokkade weer omgesmolten of anderszins verloren gegaan. Vandaag de dag zijn het zeldzaamheden. Het definitieve beleg van Brussel, waarbij de stad werd omsingeld en uiteindelijk in 1585 capituleerde en in Spaanse handen viel, vond pas later plaats (1584-1585).
Van dit munttype werden gedurende de jaren 1579-1580 slechts 12.400 stuks aangemunt. De koers was gelijk aan de Statendaalder. Van dit munttype bestaan meerdere stempels. Bij dit exemplaar bevinden zich geen punten tussen en naast de waarde aanduiding. Daarnaast heeft het kleine cirkels als interpunctie i.p.v. de meer gebruikelijke punten of rozetten. Zeer zeldzaam.
herkomst: afkomstig uit de Van Erp collectie
Delmonte 216 ; van Gelder 160 ; Mailliet 20, 6 ; van Loon I, 278, 3 ; de Witte 823 ; Vanhoudt Atlas I.255 ; de Mey 604A ; Vanhoudt 540 RR Bijzonder mooi exemplaar van een scherpe slag. pr |
|
|  |
 |
 |
NERO, 54-68 - AE Sestertius, Lugdunum (67)
weight 23,85gram. ; orichalcum Ø 34mm.
obv. Head of Nero, laureate, right; small globe at point of neck, surrounded by the legend; IMP NERO CAESAR AVG P MAX TR POT P P rev. Nero, bare-headed and togate, standing left, with praetorian prefect on platform, raising right hand to three soldiers; foremost carries standards; behind, battlemented structure above pillared building, S – C across fields in exergue; ADLOCVT COH
The scene on the reverse of this sestertius of Nero depicts the emperor saluting three soldiers while attended by the prefect himself. The soldiers depicted in this extremely rare ″Adlocutio″ (″addressing the troops″) sestertius of Nero are probably not from the Praetorian Guard, as is often claimed. At least one of the soldiers is heavily bearded and all are shown without armor, wearing only tunics, cloaks and swords slung at their hips. The standards they carry are quite different from those depicted on Roman coins and sculpture, which bear a multitude of discs, banners and other emblems; these rather spindly standards have several hemispherical and one disc-shaped adornment each. These features indicate the troops Nero addresses are members of the Numerus Batavorum, also called Germani Corpori Custodes, the elite German Bodyguard that served the Julio-Claudian dynasty. The members of the Numerus Batavorum were recruited from the Germanic tribes resident in, or on the borders of, the Roman province of Germania Inferior, with most recruits drawn from the Batavi but also from neighbouring tribes of the Rhine delta region, including the Frisii, Baetasii and Ubii. German bodyguards were first employed by Julius Caesar and by the end of Augustus′s reign they numbered between 500 and 1,000 men. They were briefly disbanded after the battle of the Teutoburg Wild, but were reconstituted by Tiberius and were the last force to remain loyal to Nero when his regime collapsed in AD 68.
♦ spectacular and extremely rare sestertius of Nero ♦
cf. Gorny & Mosch, Auktion 203, Lot 327 (in xf : € 65.000 =15%)
Cohen – (cf. 7) ; RIC 564 ; BMC - ; Sear- (cf. 1951) RRR Some minor roughness, but overall very attractive specimen with dark patina and fine details. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
PHILIPPUS I ARABS, 244-248 - AR Antoninianus, Rome (245-247)
weight 4,59gr. ; silver Ø 23,5mm.
obv. Radiate bust, wearing paludamentum and cuirass, surrounded by the legend; IMP M IVL PHILIPPVS AVG rev. Roma seated left, holding Victory and sceptre, shield at side, surrounded by the legend; ROMAE AETERNAE
ROMAE AETERNAE (or Roma Aeterna) is a Latin phrase found on Roman coins that translates to "Eternal Rome" or "To Eternal Rome". It is a key propaganda message used to promote the idea that the city of Rome and its empire were destined to endure forever, embodying a divine and permanent power.
Cohen 169 ; RIC 44b ; Sear 8952 attractive specimen, struck on a broad flan vf/xf |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
CLAUDIUS, 41-54 & MESSALINA - EGYPTE - AR Tetradrachm, year 4 (43/44 AD), Alexandria
weight 12,85gr. ; silver Ø 24mm.
obv. Laureate head of Claudius right, L Δ in lower right field, surrounded by the legend; ΤΙ ΚΛΑΥΔΙ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑ ΓΕΡΜΑΝΙ ΑΥΤΟΚΡ rev. Messalina standing, left veiled and holding two small figures and corn stalks leaning on column, surrounded by ther legend; ΜΕΣΣΑΛΙΝΑ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑΣ
Valeria Messalina, born ca. 17/20 AD, was the daughter of Domitia Lepida and Marcus Valerius Messala Barbatus the Younger. Through her father, she was descended from Caius Claudius Marcellus and Octavia, sister of the exalted Augustus. Her mother was also descended from Octavia, but through her second marriage to Markus Antonius. This meant that she had more connection to the divine Augustus than the husband that she married in around 38 or 39 AD, Claudius. It also meant that they were cousins once removed, but being related to your spouse was par for the course in the Julio-Claudian dynasty. Her unbridled sexual excesses, her frequent adultery and her plots against her family and her husband would eventually lead to her murder in 48 AD.
♦ an interesting an rare coin ♦
BMC 73 ; Dattari 125 ; Luynes 3620 ; SNG.France 186 ; Milne 94 ; RPC.5145 ; Emmett 74 ; SNG.Copenhagen 63-64 ; Slg. Köln (Geissen) 81 ; Förschner- (cf. 66) ; Sear- (cf. 1877) R vf |
|
|  |
 |
 |
JULIANUS II APOSTATA, 360-363 - AR Siliqua, Lugdunum (360-361)
weight 1,78gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Draped and cuirassed bust with double pearl diadem to right, surrounded by the legend; DN FL CL IVLIANVS P F AVG rev. VOTIS / V / MVLTIS / X within laurel-wreath decorated with a medallion on the front and cord on the back, LVG in exergue
Flavius Claudius Julianus was born in 331 in Constantinople and was a nephew of Emperor Constantine the Great. When Constantine died in 337, a massacre was committed among his family in Constantinople. Julianus narrowly escaped death. His nephew Constantius II would eventually gain sole rule over the Roman Empire. Young Julian was raised by the bishop of Nicomedia and in 342 he was transferred to Cappadocia by order of Constantius. There he led a solitary life and found comfort in reading all kinds of Christian and pagan scriptures. That was the basis for his great reading. He then went on to study in Constantinople for his further development. Nicomedia, Pergamon and Ephesus. In Ephesus he met the pagan philosopher Maximus, which would have a great influence on Julianus′ thinking. Raised as a Christian, he turned his back on that faith in 351. Hence his nickname "the Apostate″.
In 355 he was appointed Caesar in Gaul by Constantius. He turned out to be a skilled administrator and soldier and became very popular with his soldiers. They proclaimed him Augustus in 360. This meant that he came into conflict with Emperor Constantius and a civil war broke out. Because Constantius died unexpectedly in the autumn of 361, there was no military encounter and Julianus became the new emperor. As a heathen, he did not persecute the Christians. He did make life miserable for them, for example in education, and pagan temples were reopened and animals were sacrificed to the gods. In his appearance with a philosopher′s beard, Julianus also deviated from his predecessors. In 363 he went into battle against the Persians. This was fatal for him. He was fatally struck by a spear near Baghdad on the night of June 26-27.
Cohen 163 ; RIC 218 ; Bastien 261 ; Sear 19130 Wonderful specimen with fine details and attractive toning. xf |
|
|  |
 |
|
|  |
|
|