Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ′Bestellen′ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
Bij de huidige situatie in Iran moet ik soms denken aan Kroissos. Hij had zijn koninkrijk Lydië flink weten uit te breiden en belangrijke Griekse steden aan de westkust van Klein-Azië onder zijn beheer weten te brengen. Zijn rijkdom nam mythische vormen aan. Thans kwam het idee bij hem op om zijn Rijk ook naar het oosten uit te breiden, waar de Perzen heersten. Eerst maar eens advies vragen zal zijn redenering geweest zijn, en hij ging te rade in Delphi, waar hij aan het Orakel vroeg of hij ten strijde moest gaan trekken tegen Cyrus II van Perzië. Het Orakel gaf het beroemde, dubbelzinnige antwoord dat als hij de rivier de Halys zou oversteken, hij "een groot rijk zou vernietigen". Dat stelde Kroisos, die enige overmoedigheid niet ontzegd kon worden, gerust. Hij bracht een groot leger bijeen en trok naar het oosten. De eerste confrontatie met de Perzen vond plaats in Cappadocië, tijdens de Slag bij Pteria (547 v.Chr.) en eindigde vooralsnog onbeslist. Maar het ging niet goed met het leger van Kroisos. Cyrus achtervolgde Kroisos naar Lydië en bracht hem een verpletterende nederlaag toe op de vlakte ten noorden van Sardis in de Slag bij Thymbra (december 547 v.Chr.). Maar de ellende voor Kroisos werd nog groter. Na een beleg van veertien dagen werd de hoofdstad van het Lydische Rijk, Sardis, ingenomen en werd Kroisos gevangen genomen. Volgens de overlevering (onder andere van Herodotus) werd Kroisos op een brandstapel geplaatst, maar uiteindelijk gespaard door Cyrus. Een grootmoedig gebaar. Het Rijk dat werd vernietigd was zijn eigen Rijk, en niet, zoals hij in zijn hoogmoed het Orakel had begrepen, het Perzische Rijk......
Vertaald naar het heden kunnen we stellen dat Trump, ook "enigszins" overmoedig en bepaald niet de slimste, zich heeft laten adviseren door valse profeten en oorlogshitsers als Bibi Netanyahu en Pete Hegseth, waarbij zij Trump een snelle en zegenrijke overwinning op Iran (de Perzen) voorspiegelden. Niets bleek minder waar. Zijn aanval op Iran werd een groot debacle. Voor de VS is het de zoveelste militaire en politieke afgang en nederlaag waarbij geen enkel andere land hem steunt of te hulp schiet, behalve natuurlijk de terreurstaat Israël dat volledig op de been wordt gehouden door de VS. De VS is een supermacht in verval en het huidige politieke en militaire beleid kan gezien worden als een katalysator in die ontwikkeling. Israël heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een paria, waar de wereld, ook de VS en Europa, uiteindelijk hun handen vanaf zullen trekken. Diens gruwelijke misdaden zijn niet meer te verdedigen of goed te praten. De ondergang van Israël is een kwestie van tijd.....
Iran is een van de grote pijlers van de Islam en het Islamitische regime komt dan ook niet uit de lucht vallen. Het is zeker geen westerse staat, maar dat speelt niet in haar nadeel. Het land heeft een culturele rijkdom en beschaving en roemrijke geschiedenis, waarbij die van de VS totaal verbleekt. Dat Europa en de VS er weer een vazalkoning (shah) kunnen installeren die volledig naar hun pijpen zullen dansen en een westerse politiek zal voeren is een utopische gedachte. Dat is MI6 en de CIA in 1953 gelukt, toen ze de democratische Mossadeq via een staatgreep aan de kant schoven en Reza Pahlavi, die tot dan toe een zeer beperkte macht had, oppermachtig maakte in Iran. Het werd een dictatoriale terreurstaat, met in de jaren ′1970 zo′n 100.000 politieke gevangenen. Er zijn lieden uit de hoek van het voormalige dictatoriale Shah regime die dit trucje weer willen herhalen, thans met de gelijknamige zoon van de oude Shah. Iraniërs die zich publiekelijk tegen die gedachte hebben gekeerd worden met de dood bedreigd. Dat zegt al genoeg wat de intenties zijn van de "jonge" Reza Pahlavi en diens aanhangers. Zij worden dan ook gesteund door de VS en Israël, het Zionistische kamp dus. Een recept voor chaos, dood en verderf. Niet doen dus. Tot tweemaal toe heeft het Westen democratische ontwikkelingen in Iran in de kiem gesmoord, vlak na WO I en in 1953. De Iraanse bevolking is dus niet geheel vreemd met democratie en er zal een derde kans komen. Democratische ontwikkelingen moeten vanuit Iran zelf ontstaan, niet vanuit het Westen. Een heel kwalijke rol wordt daarbij in Nederland gespeeld door de oud-minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD), die de terugkeer van de Shah zit te promoten. Hij is een fervent aanhanger van het Zionisme, die de terreurdaden van Israël steeds maar goed zit te praten en de genocide op de Palestijnen, waaraan geen zinnig mens meer twijfelt, zit af te zwakken of zelfs te ontkennen. De VVD zou zo′n idioot met pek en veren uit de partij moeten gooien....
Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme. Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - WILLEM I VAN AVESNES (VAN HENEGOUWEN), 1285-1296 - Esterlin (sterling) z.j.
gewicht 1,12gr. ; zilver Ø 19mm.
vz. Portret van jeugdig manspersoon frontaal binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠GVILLS•ЄPISCOPVS, binnen een parelcirkel. kz. Lang gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel, drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst; CAM – ЄRA – CEN - SIS binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA
Willem I van Avesnes was een telg uit een voornaam en invloedrijk adelijk Henegouws geslacht. Hij was de 5e zoon van Jan I van Avesnes (1218-1257) en Aleid van Holland (1228-1284), dochter van graaf Floris IV van Holland. Hij was de broer van Jan II van Avesnes (graaf van Henegouwen en Holland) en Gwijde van Avesnes (bisschop van Utrecht). Als jongere zoon, die niet in aanmerking kwam voor troonopvolging, lag een geestelijk loopbaan voor de hand. Zo ook bij Willem, die het uiteindelijk wist te brengen tot bisschop van Kamerijk. Zijn periode als bisschop (1286-1296) wordt omschreven als conflictrijk en Willems levensstijl wordt omschreven als "luxueus levende Henegouwse gravenzoon".
William I of Avesnes was a descendant of a prominent and influential noble Hainaut family. He was the 5th son of John I of Avesnes (1218-1257) and Aleid of Holland (1228-1284), daughter of Count Floris IV of Holland. He was the brother of John II of Avesnes (Count of Hainaut and Holland) and Guy of Avesnes (Bishop of Utrecht). As a younger son, who was not eligible for the succession to the throne, a clerical career was the obvious choice. This was also the case for William, who eventually rose to the position of Bishop of Cambrai. His period as bishop (1286-1296) is described as conflict-ridden, and William′s lifestyle is described as that of a "luxuriously living son of a count from Hainaut".
De naam sterling of esterlin is waarschijnlijk afgeleid van ′Easterling′. Het ′Easterling zilver′ waren hooggehaltige zilveren munten van 92,5% (925/1000) puur zilver uit een gebied in Noord-Duitsland rond vijf belangrijke Hanzesteden, dat vanwege haar hoge kwaliteit groot vertrouwen genoot in de handel. Via handelscontacten met Engeland kwamen die muntstukken aldaar bekend te staan als ″de munten van de Oosterlingen″ ofwel Easterlings. Henri II (1154-1189) besloot ook munten te gaan slaan volgens deze hoge kwaliteitsstandaard in de vorm van de ′Tealby Pennies′. Het woord Easterling is daarna spoedig verbasterd tot kortweg sterling, de naam van de Engelse pennies in de 12 en 13e eeuw. De sterling werd een zeer populair muntstuk, met name onder Henri III en Edward I & II, dat ook op het Europese vasteland veel navolging kreeg. Deze munt is daarvan een goed voorbeeld. Nog altijd kennen we het sterling zilver, dat vooral voor bestek, sierraden en serviezen wordt gebruikt.
The name sterling or esterlin is likely derived from ′Easterling′. ′Easterling silver′ were high-quality silver coins of 92.5% (925/1000) pure silver from an area in Northern Germany surrounding five major Hanseatic cities, which enjoyed great trust in trade due to their high quality. Through trade contacts with England, these coins became known there as ′the coins of the Oosterlingen′ or Easterlings. Henry II (1154-1189) also decided to mint coins according to this high quality standard in the form of the ′Tealby Pennies′. The word Easterling was subsequently soon corrupted to simply sterling, the name of the English pennies in the 12th and 13th centuries. The sterling became a very popular coin, particularly under Henry III and Edward I & II, which also gained widespread imitation on the European mainland. This coin is a good example of that. We are still familiar with sterling silver, which is primarily used for cutlery, jewelry, and dinnerware.
Boudeau 2011 ; Robert pag.81, 1 (plaat VI, 1) ; Mayhew 87 R Lichte zwaktes van de slag. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - STAD KAMERIJK (CAMBRAI) - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN IN 1595 - Noodmunt van 20 stuivers 1595
gewicht 11,52gr. ; messing 32x32mm.
vz. Ronde middenstempel binnen een parelcirkel met het gekroonde wapen van Frankrijk tussen 9 – 5, omringd door HENRICO∴PROTECTORE, resp. links, rechts, boven en onder de instempelingen: waarde aanduiding XX – P – P (= 20 patards) en het wapenschildje van de gouverneur Jean de Moltluc, heer van Balagny kz. Blanco
In 1595 werd de stad Kamerijk (Cambrai) belegerd door de Spanjaarden. In 1589 was deze stad in handen gevallen van de Fransen en was maarschalk Jean Montluc van Balagny in 1594 aangesteld tot gouverneur van Kamerijk. De bevolking was echter ontevreden over hun gouverneur en kozen Antoine de Villers au Tertre tot hun leider en namen de wapens op tegen Balagny. Deze moest zijn toevlucht nemen in de citadel van Kamerijk. Er volgde een zware belegering door de Spanjaarden maar Balagny moest uiteindelijk toch capituleren en verliet de stad op 9 oktober 1595. Gedurende het beleg van de citadel zijn er koperen/messing noodmunten vervaardigd in naam van de Franse koning Henri IV(1589-1610), van 1,2 , 5 , 10 en 20 stuivers (patards). De in 1595 vervaardigde noodmunten konden in 1596 ingewisseld worden tegen regulier kopergeld. Zeer zeldzaam.
In 1595, the city of Cambrai was besieged by the Spaniards. In 1589, the city had fallen into the hands of the French, and Marshal Jean Montluc of Balagny had been appointed governor of Cambrai in 1594. However, the population was dissatisfied with their governor and chose Antoine de Villers au Tertre as their leader, taking up arms against Balagny. He was forced to take refuge in the citadel of Cambrai. A heavy siege by the Spaniards followed, but Balagny eventually had to capitulate and left the city on October 9, 1595. During the siege of the citadel, copper/brass emergency coins were minted in the name of the French King Henry IV (1589-1610), in denominations of 1, 2, 5, 10, and 20 stuivers (patards). The emergency coins minted in 1595 could be exchanged for regular copper currency in 1596. Very rare.
Meestal zien we op de noodmunten van Kamerijk slechts 3 instempelingen, resp links, rechts en onder; XX - P - wapenschild. Op dit exemplaar zien we nog een extra P ingestempeld aan de bovenzijde, welke feitelijk overbodig is. Deze variant komt maar weinig voor en is uiterst zeldzaam.
Usually, we see only three stampings on the emergency coins of Cambrai, respectively on the left, right, and bottom: XX - P - coat of arms. On this example, we see an additional P stamped at the top, which is actually superfluous. This variant occurs only rarely and is extremely rare.
van Gelder 190var. ; Mailliet 22,14 ; vgl. van Loon I, 467, 2 ; Robert 250,3 RRR Voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar. Very attractive for the type. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - NICOLAS III VAN FONTAINE, 1248-1272 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.
gewicht 2,45gr. ; zilver Ø 22mm.
vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠NIChOLAVS:ЄPISChOPVS kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel, drie stippen in elke hoek, tussen de armen de tekst; CA – MЄ – RA – CV binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PLЄNA
De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.
The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.
De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ; een bisschop met stoppelbaard en flaporen.
The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking; a bishop with stubble and protruding ears.
Boudeau 2008 ; Robert pag.73, 7var. (plaat IV, 4) RR Lichte zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam. zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - BISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - PETER III VAN LEVIS-MIREPOIX, 1309-1324 - Kleine groot of dubbele sterling z.j.
gewicht 2,00gr. ; zilver Ø 23mm.
vz. Gemijterde bisschopsbuste frontaal binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠⁑PЄTRVS⁑EPISCOPVS⁑ kz. Kort gevoet dubbellijnig kruis geplaatst over een parelcirkel, met tussen de armen de tekst; CA – MЄ – RA – CV binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠AVЄ MARIA GRATIA PL♣Є
De oorsprong van de stad Kamerijk (Cambrai) gaat terug tot de Romeinse tijd. Het was gunstig gelegen op een kruispunt van heerwegen. Ook in de Merovingische- en Karolingische periode kende het een permanente bewoning. In de loop van de 11e tot 14e eeuw kwam de stad tot bloei en rijkdom door de textielproductie, met name wol en linnen, waarbij de handel vooral gericht was op Parijs en de streek Champagne. Daarnaast was ook de handel in graan van belang. De stad maakte ook deel uit van het Hanzeverbond.
The origins of the city of Cambrai (Kamerijk) date back to Roman times. It was favorably situated at a crossroads of Roman roads. It also had permanent habitation during the Merovingian and Carolingian periods. From the 11th to the 14th century, the city flourished and became wealthy through textile production, particularly wool and linen, with trade primarily directed towards Paris and the Champagne region. In addition, the grain trade was also important. The city was also part of the Hanseatic League.
In tegenstelling tot de kleine groten van Nicolas III van Fontaine(1248-1272) komen die van Peter III van Levis-Mirepoix maar weinig voor in de handel. De ietwat groteske portretten van de bisschop zijn opvallend ; een bisschop met stoppelbaard en flaporen. Zeer zeldzaam.
In contrast to the small greats by Nicolas III of Fontaine (1248-1272), those by Peter III of Levis-Mirepoix are rarely offered for sale. The somewhat grotesque portraits of the bishop are striking; a bishop with stubble and protruding ears. Very rare.
Boudeau 2015 ; Robert pag.96,2 (plaat IX,2) RR pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - LODEWIJK VAN BERLAIMONT, 1570-1596 - 1/16 Rijksdaalder 1572
gewicht 2,88gr. ; zilver Ø 25mm.
vz. Breedarmig gebloemd kruis geplaatst over een parelcirkel, rijksadelaar in het rond opengewerkte hart van het kruis, omringd door de tekst; •M•II• - •RO• - M•SE• - •AV• vz. Wapen van Berlaymont, daarboven 72, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠•LVD•A•BERLAIMONT•ARCH•Z•D•CA
Lodewijk van Berlaymont was een telg uit het belangrijke Zuid-Nederlandse geslacht van de Berlaymonts. Hij werd geboren op 5 oktober 1542 op het familiekasteel te Berlaimont als zoon van Karel van Berlaymont, ridder van het Gulden Vlies, en Adriana van Ligne Barbançon. Drie van zijn broers (Gilles, Florent en Claudius) waren krijgsheren in Spaanse dienst en stadhouders van diverse gewesten; gezamenlijk bestuurden ze zeven van de Zeventien Provinciën.
Als jongere zoon was Lodewijk voorbestemd voor een geestelijke loopbaan. Hij begon zijn carrière al op 12-jarige leeftijd als kanunnik van het Sint-Lambertuskapittel in Luik, kort daarop gevolgd door eenzelfde positie aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel in Doornik. Daarna werd hij seculier abt van Namen en Saint-Aubert (bij Kamerijk). Iets later werd hij proost van het Sint-Waltrudiskapittel in Bergen. Dit alles gebeurde nog voordat hij 18 jaar oud was. Tussendoor behaalde hij zijn doctoraatsbul aan de Universiteit van Bologna. Op 30 maart 1570 werd hij door Philips II benoemd tot proost van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht. In hetzelfde jaar, op 15 september 1570, werd hij benoemd tot aartsbisschop van het in 1559 gecreëerde aartsbisdom Kamerijk. Aangezien hij door die laatste benoeming niet in staat was in Maastricht te resideren, stelde hij daar Cornelius Bercouts aan als vicaris of vice-proost, en na diens overlijden in 1587, Petrus Curtius.
Al in het jaar van zijn benoeming kwam hij in aanvaring met het kapittel van Sint-Servaas, toen hij 6 van de 40 Maastrichtse prebenden had toegezegd aan het kathedrale kapittel van het eveneens in 1559 nieuw gecreëerde bisdom Roermond. Uiteindelijk leidde dit tot een proces bij de Heilige Stoel in Rome, dat door de kanunniken werd gewonnen. Wel lukte het Lodewijk in 1581 om twee prebenden van het kapittel over te hevelen naar het pas opgerichte Maastrichtse jezuïetencollege. In hetzelfde jaar namen de jezuïeten de Latijnse school over, die tot dan toe door het kapittel was geleid. Lodewijk van Berlaymont was een voorstander van de Spaanse politiek in de Habsburgse Nederlanden, wat niet verwonderlijk is, gezien zijn afkomst. In 1581 maakte hij kans om in het prinsbisdom Luik de opvolger te worden van Gerard van Groesbeek. Alexander Farnese, die kort daarvoor met zeer veel geweld Maastricht had ingenomen (Beleg van Maastricht, 1579), zette het kathedrale kapittel in Luik onder druk om een van zijn kandidaten aan te nemen: Granvelle of Berlaymont. De Luikenaren, die zich neutraal achtten in de verscheurde Nederlanden, kozen voor Ernst van Beieren.
In 1583 moest Berlaymont Kamerijk ontvluchten, doordat de hertog van Alençon de stad bezette. Lodewijk trok zich terug in Namen en riep daar in 1586 een bisschoppelijke synode bijeen. Door paus Clemens VIII werd hij in 1593 tot waarnemend bisschop van het bisdom Doornik benoemd, een functie die hij bijna drie jaar vervulde, waarna Clemens hem tot pauselijk legaat benoemde. In 1595 heroverden de Spaanse troepen onder bevel van Pedro Henriquez de Acevedo Kamerijk, een militaire operatie die door Lodewijk was ondersteund in de vorm van troepen en een som geld van 40.000 pond. Kort voor zijn terugkeer naar Kamerijk ontstond er een conflict met de magistraat van de stad, waardoor hij naar Bergen moest terugkeren. Lodewijk van Berlaymont stierf hij op 15 februari 1596 in Bergen. Zijn lichaam werd overgebracht naar Kamerijk, waar het werd bijgezet in een kapel van het klooster van de Zwarte Zusters, waarvan hij zelf de bouwheer was.
Deze 1/16 rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.
This 1/16 Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.
In de ordonnantie van 10 juni 1572, bij uitgifte van dit muntstuk, werd de koers bepaald op 2 stuiver Vlaams of 2 stuiver en 8 deniers Kamerijks. Uiterst zeldzaam.
In the ordinance of 10 June 1572, upon the issuance of this coin, the exchange rate was set at 2 Flemish stuivers or 2 stuivers and 8 deniers of Cambrai. Extremely rare.
Boudeau 2039 ; Robert pag.184,1 (pl. XXVII, 5) RRR zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Sprenger van 5 stuivers z.j. (1559-1570)
gewicht 7,01gr. ; zilver Ø 36mm.
vz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; +MA⭒BER⭒D⭒G⭒ARCH⭒EPS⭒&⭒D⭒CA⭒S⭒IMP⭒P⭒CO⭒CAMB kz. Lang gebloemd kruis geplaatste over een parelcirkel, vierpas in het centrum met in elke boog de letter D, hartschild met rijksadelaar, omringd door de tekst; : ИEC⭒ - ⭒CITO⭒ - ИEC⭒TE - MERE
De spreuk Nec Cito Nec Temere betekent ″zonder gretigheid, noch stoutmoedigheid″.
Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.
SPRENGER
Sprenger of batseler is een aanduiding voor de zilveren munten van 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants (ca. 7 g, ca. 0,65), dat onder andere in Luikse documenten wordt genoemd tijdens het bewind van Robert van Bergen op Zoom, bisschop van Luik (1557-1564). Ze zijn nagevolgd in Horn, Kamerijk (Cambrai) en Thorn. Behalve de hele zijn er ook halve sprengers geslagen. De naam is echter al ouder en komen we ook al tegen in een Bourgondisch tarief uit 1541, gebruikt voor een eerdere Luikse munt, de ′schrikkelberger′ (eveneens 4 stuivers Brabants), dat weer een afgeleide was van de Saksische ′Schreckenberger′.
Naar de exacte oorsprong van de naam ′sprenger′ blijft het vooralsnog gissen. Het zou kunnen refereren naar ′springer′, waarbij de Luikse snaphaan en halve snaphaan in beeld komen. Het zou dan refereren naar een springend paard. Een ander verklaring zou kunnen zijn dat de benaming toch terugvoert op de Saksische ′Schreckenberger′ die ook in de Nederlanden in betalingsverkeer voorkwamen. Die kwamen qua koers ook min of meer overeen met 5 Luikse stuivers of 4 stuivers Brabants. De beeldenaar op de voorzijde toont een engel met gespreide vleugels. Het woord sprenger is een historisch of minder gebruikelijk synoniem voor een vogel die zijn vleugels spreidt, maar het is vaker terug te vinden als een specifieke term binnen de heraldiek (wapenkunde). In de heraldiek wordt een adelaar met uitgeslagen of gespreide vleugels namelijk vaak aangeduid als een gespreide adelaar of soms een sprenger.
Delmonte 409 ; Boudeau 2031 ; Lucas, Cambrai p.75 ; Robert pag.159, 6 R zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - ½ Rijksdaalder 1568
gewicht 13,96gr. ; zilver Ø 33mm.
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel, omringd door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVGV′⭒1568 kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MAX′⭒A′⭒BERG′⭒ARCH′⭒Z′⭒D′⭒CAM′⭒S′⭒IP′⭒PR′⭒C′⭒CAM
Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.
Deze halve rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.
This half Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.
Delmonte 407 ; Boudeau 2036 ; Robert Pl.XXIV, 3 RR Minieme zwaktes van de slag. Mooi patina. Zeer zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Rijksdaalder 1569
gewicht 29,08gr. ; zilver Ø 40mm.
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel, omringd door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVGV′⭒1569 kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MAX′⭒A′⭒BERG⭒ARCH′⭒Z′⭒D′⭒CAM⭒S⭒IP⭒PR′⭒C′⭒CA
Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.
Deze rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.
This Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679.
Delmonte 406 ; Boudeau 2035 ; Robert Pl.XXIV, 1-2var. ; Lucas, Cambrai p.83 ; Davenport 8214 R Lichte zwaktes van de slag. Mooi patina. Zeldzaam. fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - AARTSBISDOM KAMERIJK (CAMBRAI) - MAXIMILIAAN VAN BERGEN OP ZOOM, 1556-1570 - Rijksdaalder 1570
gewicht 29,11gr. ; zilver Ø 41mm.
vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar, binnen een parelcikel, omringd door de tekst; MAXIMILI′⭒II′⭒ROMA′⭒IM′⭒SEM′⭒AVG′⭒1570 kz. Wapen van Maximiliaan van Bergen op Zoom gedekt door een helm met cimier en lambrekijns, binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; MAX′xA′xBERGxARCH′xZ′xD′xCAM′xSxIP′xPR′xC′xCA
Maximiliaan werd rond 1518 geboren te Bergen op Zoom als tweede zoon van Dimas van Bergen op Zoom, raadsheer in de Geheime Raad. Hij was afkomstig uit de adelijke familie van Glymes, en afstammeling van Jan II “metten Lippen” van Glymes (1417-1494), heer van Bergen op Zoom. De familie had tal van bezittingen in die regio, en zo vielen ook Fijnaart, Heijningen, Standdaarbuiten en Willemstad onder diens jurisdictie. Onder zijn bewind werden meerder gebouwen in Bergen op Zoom gebouwd of uitgebreid, zoals de Sint Geertrudiskerk en het Markiezenhof. Een van zijn bastaardzonen was Hendrik van Bergen op Zoom, kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, coadjutor en bisschop (1480-1502) van Kamerijk. Maximiliaan trad in de voetsporen van deze voorouder Hendrik toen hij op 10 september 1556 verkozen werd tot bisschop van Kamerijk, door bemiddeling van kardinaal Granvelle. Aanvankelijk weigerde Paus Paulus IV in te stemmen met deze benoeming, maar in 1559 ging hij toch akkoord. Op 21 oktober 1559 werd Maximiliaan plechtig geïnstaleerd. Voordien was hij zijn loopbaan begonnen als deken van het Sint-Gummaruskapittel van Lier. Naast bisschop werd hij tevens benoemd tot graaf van Kamerijk. Als gevolg van kerkelijke hervorming van de bisdommen, werd in 1559 het grondgebied van het bisdom kamerijk aanzienlijk ingekrompen. Als compensatie werd het bisdom verheven tot aartsbisdom Kamerijk. Maximiliaan werd daarmee de eerste prins-aartsbisschop van Kamerijk. Maximiliaan overleed onverwacht op 27 augustus 1570 aan een beroerte, tijdens een verblijf op het familiaal landgoed in Bergen op Zoom. Hij werd begraven in de toenmalige kathedraal van Kamerijk.
Deze rijksdaalder is geslagen op naam van keizer Maximiliaan II (1564-1576). De bisschop van Kamerijk was niet alleen een geestelijk leider, maar ook een wereldlijk vorst (graaf-bisschop) die zijn gebied direct van de Duitse keizer in leen hield. Hoewel het bisdom politiek onder de Duitse keizer viel, was de positie complex omdat het geografisch en cultureel sterk verbonden was met de Franse invloedssfeer. De bisschoppen van Kamerijk stonden bekend om hun strijd om macht en onafhankelijkheid, waarbij zij hun wereldlijke positie in naam van de keizer verdedigden. Deze status bleef bestaan tot de annexatie van het gebied door het Koninkrijk Frankrijk in 1679.
This Rijksdaalder (Reichsthaler) was minted in the name of Emperor Maximilian II (1564-1576). The Bishop of Cambrai was not only a spiritual leader but also a secular ruler (Count-Bishop) who held his territory as a fief directly from the German Emperor. Although the diocese fell politically under the German Emperor, its position was complex because it was strongly connected geographically and culturally to the French sphere of influence. The Bishops of Cambrai were known for their struggle for power and independence, in which they defended their secular position in the name of the Emperor. This status persisted until the annexation of the territory by the Kingdom of France in 1679. Delmonte 406 ; Boudeau 2035 ; vgl. Robert Pl.XXIV, 2 ; Lucas, Cambrai p.83 ; Davenport 8214 R Attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
 |
GERMANY - KÖLN, ERZBISTUM - FRIEDRICH III VON SAARWERDEN, 1370-1414 - Goldgulden n.d. (1404), Bonn
weight 3,51gr. ; gold Ø 22mm.
obv. Saint Peter seated facing on Gothic throne turned slightly right, holding cross and key, small coat-of arms of Saarwerden at feet, surrounded by the legend; MONЄTA: - BVNЄNSI rev. Coat-of-arms of the Archdiocese of Cologne, with escutcheon of Saarwerden over trefoil with three coats-of-arms of Saarwerden on petals, within circle, surrounded by the legend; • FRIDIC - •VS ARP - •VS COIN
Friedrich (Frederick) was born in 1348 in Saarwerden (Sarrewerden, Bas-Rhin, France) to Count Johann II of Saarwerden and his wife Klara of Finstingen (Vinstingen). The Counts of Saarwerden had their seat in the eponymous town of Sarrewerden on the upper Saar. While his brother Heinrich was destined to succeed him in the county, Frederick was destined at the age of ten for a career as a clerical and secular prince of the church and was therefore placed in the care of his second-degree uncle, the archbishop of Trier, Kuno II of Falkenstein. In 1366, the latter was appointed coadjutor of the archbishop of Cologne, Engelbert III of the Mark, by the Cologne cathedral chapter and now sought to provide his second-degree nephew with a favorable position in Cologne. Thus Kuno obtained for Frederick some lucrative Cologne benefices, namely the provostship in the stift St. Maria ad Gradus as well as a canonry. He did not need to hold these offices personally while still studying canon law at the University of Bologna.
On 25 August 1368, Archbishop Engelbert III died. Kuno von Falkenstein initially continued to administer the archbishopric, because the cathedral chapter appointed him already on 28 August as momper or administrator for the time of the sede vacante. Immediately Kuno tried to build up his nephew 2nd degree Frederick as the new archbishop. He also obtained a postulation from the cathedral chapter, although not unanimous, i.e. a proposal for appointment, since the appointment of the archbishop at that time already belonged to the pope. Pope Urban V at the Avignon Papacy, however, rejected this request on 7 November 1368: Frederick was too young, only 20 years old, he had not yet reached the canonical age of 30, was inexperienced in ecclesiastical matters, and his person and way of life were still completely unknown to the Curia. The Pope′s request for the appointment of the Archbishop was rejected. In addition, Emperor Charles IV wanted the ecclesiastical electorates to be filled with suitable candidates for the planned election of his son Wenceslaus IV of Bohemia as King of the Romans and pressed the Pope, who for his part was dependent on imperial support to regain the Papal States. In his letter of refusal to Frederick von Saarwerden, the pope therefore transferred his great uncle Kuno from Trier to Cologne, John of Luxembourg-Ligny, the relative and Protégé of Emperor Charles, from Strasbourg to Trier, and Frederick von Saarwerden to Strasbourg.
In the summer of 1370, Kuno von Falkenstein initiated a second and this time unanimous supplication of the cathedral chapter to the pope for the appointment of Frederick von Saarwerden. Frederick immediately traveled to the papal court and won the pope over, so that he received his appointment on 13 November 1370. With confirmation by the Pope delayed until 1372. Inheriting a deeply indebted archdiocese from predecessors, Frederick successfully cleared the debt within a few years, aided by his great-uncle Kuno II. He focused heavily on securing the financial and military stability of the Electorate of Cologne. He died in Bonn on 8 April 1414 at the age of 66, and is buried in Cologne Cathedral. He was succeeded by Dietrich (Theodoric) II of Moers.
Felke 708-709var. ; Noss 238var. ; Friedberg 790b Struck with some minor weaknesses. vf/xf |
|
|  |
 |
 |
HONORIUS, 393-423 - AV Solidus, Ravenna (422 AD)
weight 4,50gr. ; gold Ø 20mm.
obv. Pearl-diademed, helmeted, draped and cuirassed bust of Honorius facing slightly to right, holding spear in his right hand and a shield, decorated with a Christogram, with his left, surrounded by the legend; D N HONORI - VS PF AVG rev. Two city-goddesses Roma and Constantinopolis, helmeted and heads facing, seated right and left on cuirasses respectively, supporting a shield inscribed VOT / XXX / MVLT / XXXX in four lines; between them, branch; to left and right, throne-backs, R - V across field, COMOB in exergue
At first Honorius based his capital in Milan, but when the Visigoths under King Alaric I entered Italy in 401 he moved his capital to the coastal city of Ravenna. The mint of Ravenna was opened by Honorius in 402 AD. In 422 AD, Honorius celebrated his tricennalia (30th anniversary) in Ravenna. The festivities took place around January 422 (Honorius was appointed Augustus on 23 January 393), marking the occasion with propaganda-heavy displays of imperial power, most notably the execution of the Spanish usurper Maximus and his general in the arena. These festivities, highlighting imperial victory, included public displays of executed rivals. Gold solidi were minted in Ravenna to commemorate the tricennalia, featuring, for instance, a Chi Rho emblem on the shield.
♦ A very rare and highly interesting historical solidus ♦
Cohen 73 ; RIC 1332 (R3) ; Depeyrot p. 188, 4/2 ; Sear 20928 RR Reverse struck with somewhat worn dies, on the other hand, the obverse is well-struck and shows us fine details. Typical Ravenna style. xf/vf |
|
|  |
 |
 |
BYZANTINE EMPIRE - ROMANUS I LEKAPENOS, 920-944 & CHRISTOPHORUS - AV Solidus, Constantinopolis (921-931)
weight 4,32gr. ; gold Ø 20mm.
obv. Christ, nimbate, seated facing on small lyre-backed throne, wearing tunic and himation, his right hand raised outwards in blessing, book of Gospels resting on left knee, surrounded by the legend; IhS XPS RЄX - RЄGNANTIЧM ✻ rev. To left bust of Romanus I facing, bearded, wearing traditional loros and crown with cross. To right, slightly smaller bust of Christophorus facing, beardless, wearing chlamys and crown with cross. Between them they hold a patriarchal cross and surrounded by the legend; ROMAN′ ЄT XPISTOFO′ AVGG′b′
Romanus Lekapenos came to the attention of the imperial court during a successful career in the navy. Both his accomplishments and his daughter caught the eye of the emperor Constantine VII, who married the daughter and made the father co-emperor in 920 AD. Within a few years, Constantine found himself surrounded by Lecapenoi, as Romanus concentrated power in his own hands, by raising his sons Christopher, Stephen, and Constantine to co-rulers and diluting the authority of the nominally senior emperor. Even Constantine VII′s own son was named Romanus. Constantine finally outmaneuvered Romanus, turning the family′s own ambitions against themselves, encouraging the sons to oust the father in 944, and then deposing the sons the following year. On this solidus from early in their joint reign, Romanus wears the loros, costume of the junior rank. On later bronze issues he is often found clad in the chlamys.
Christophorus was the oldest son of Romanus I Lekapenos, probably born around 890-895, and the second-oldest child after his sister Helena. Already before his father′s rise to power, he had been married to Sophia, the daughter of the wealthy patrikios Niketas, a Slav from the Peloponnese. When Romanus succeeded in having his daughter Helena Lekapenos married to the young emperor Constantinus Porphyrogennetos in spring 919 and assumed the role of guardian of the emperor with the title basileopator, Christopherus succeeded him in his post as megas hetaireiarches, commander of the palace guard. On 21 May 921 he was made co-emperor by his father.
In 927, as part of a peace agreement, Christophorus′s daughter Maria, renamed Irene ("peace") for the occasion, was married to the Bulgarian emperor Peter I (927–969). Romanos used the occasion to advance Christophorus before Constantinus Porphyrogennetos, making him first among the rather large group of co-emperors (in 924, Christophorus′ younger brothers Stephenus and Constantinus had also been crowned as co-emperors). In 928, his father-in-law, the patrikios Niketas, unsuccessfully tried to incite Christophorus to depose his father, and was banished. The motive behind this was perhaps Christophorus′ poor health, and fears by his wife and her father that, should he die prematurely, they would lose their status. In the event, Christophorus died in August 931, much mourned by his father, who shed tears "like the Egyptians" and thereafter increasingly became devoted to religious pursuits. Soon after Christophorus′ death, Sophia too retired from the court and entered a monastery, where she died.
cf. Roma Numismatics E-Sale 76, lot 1386 (in about unc : GBP 3.000 + 20%)
Sear 1745 ; DOC 7 ; Ratto 1892 ; Sommer 36.5.1 ; Füeg, Nomismata 7.A.1 Scuff / metal test on the reverse and edge nick, otherwise very attractive specimen with excellent details xf |
|
|  |
 |
 |
BYZANTINE EMPIRE - CONSTANS II, 641-668 - AV Solidus, Constantinopolis (642-646)
weight 4,49gr. ; gold Ø 20mm. officina 9 (Θ)
obv. Bust facing , beardless, wearing crown and clamys, and holding crossglobe in right hand, surrounded by the legend; dNCONSTANTINϤS PP AV rev. Cross potent on three steps, CONOB beneath, surrounded by the legend; VICTORIA AVGϤΘ
Constans II was born on 7 November 630 as son of Constantine III and Gregoria. His official name was Constantinus, but this was popularly abbreviated to Constans. He was made co-emperor by Heraclonas in September 641. He was also called Constantine the Bearded.
In the early part of the reign the Arabs continued their victorious advance and Egypt was subjugated by the autumn of 642. This was a great blow to the Byzantines as Egypt, which was now permanently lost, had been one of the richest provinces of the Empire. The Arab fleet was also built up at this time and constituted a real threat to Byzantine naval supremacy. Revolts occured in North Africa and in Italy, but they both ended in failure, and Constans further strenghtened his position by proclaiming his son, Constantinus, co-emperor in 654. Four years later he undertook a campaign against the Slavs in the Balkans, and achieved a considerable measure of success. Large numbers of Slavs were transported to Asia Minor, where they served in the imperial army.
Towards the end of his reign Constans took the unprecedented step of removing his residence to the West. He left Constantinople, never to return, and made a slow progress through the western provinces. Syracuse was his final destination and this became his imperial capital, though the rest of his family remained in Constantinople. His despotic behaviour ultimately led to his assassination on 15 September 668. According to Theophilus of Edessa he was killed in his bath with a bucket by his chamberlain. His son Constantine succeeded him as Constantine IV. A brief usurpation in Sicily by Mezezius was quickly suppressed by the new emperor.
Sear 938 ; DOC 1i ; MIB 3b ; Sommer 12.3 Weakly struck towards edge. Sharply struck lustrous coin. Mintstate. unc-/unc |
|
|  |
 |
 |
BYZANTINE EMPIRE - LEONTIUS II, 695-698 - AV Solidus, Constantinopolis (695-698)
weight 4,33gr. ; gold Ø 20mm. officina 6 (S)
obv. Bust facing with short beard, wearing crown and loros, holding akakia in lifted right hand and crossglobe in left hand, surrounded by the legend; D LЄO - N PЄ AV rev. Cross potent on three steps, CONOB beneath, surrounded by the legend; VICTORIA - AVGϤS
Originally a talented soldier, Leontius served as the strategos (general) of the Anatolic Theme and gained prominence fighting the Umayyad Caliphate. After a significant defeat against the Arabs at the Battle of Sebastopolis in 692, Justinian II imprisoned him for three years. Released in 695 and appointed as strategos of Hellas, Leontius leveraged his popularity to start a rebellion, seizing Constantinople. Justinian II was deposed, had his nose slit (rhinokopia), and was exiled.
Adopting a moderate stance, he focused on internal consolidation and reduced major offensive operations against the Arabs. His non-aggressive policy backfired, leading to the loss of Carthage to the Umayyads in 697. A counter-attack led by John the Patrician briefly retook the city but failed to hold it, with the fleet retreating to Crete. During his reign, the bubonic plague ravaged Constantinople, and his efforts to secure the city were hampered by internal instability.
Fearing his wrath over the failure in Carthage, the retreating officers revolted and proclaimed Apsimar, a droungarios, as emperor. Apsimar entered Constantinople, taking the name Tiberius III. Following custom, he had Leontius′s nose and tongue slit (a sign of disfigurement to prevent a second reign) and imprisoned him in the monastery of Psamathion. When Justinian II returned to the throne in 705, he ordered the execution of both Leontius and Tiberius III in early 706.
Sear 1330 ; Ratto 1728 ; DOC 1f ; MIB 1 ; Sommer 15.1 R Some minor weaknesses and graffiti/scratches, otherwise very attractive lustrous example with sharp details. Rare. xf/unc |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - Scheepjesschelling 1678, Enkhuizen
gewicht 3,14gr. ; zilver Ø 25mm. muntmeester David Hagenet
vz. Voor de wind varend Nederlands oorlogsschip; de grote vlag op het achtersteven is de Nederlandse driekleurige vlag, omringd door tekst ; DEVS FORTITVDO•ET•SPES•NOSTRA (vertaald: God is onze sterkte en hoop) kz. Gekroond landheerlijke wapen van West-Friesland, geflankeerd door de waarde aanduiding 6 - S, omringd door de tekst; MO•NO:ORDIN•WEST•FRISIÆ 1678 (voluit; Moneta Nova Ordinum West-Frisiae, vertaald: nieuwe munt van de Staten van West-Friesland)
Hoewel onderdeel van het graafschap Holland, behield de heerlijkheid West-Friesland in de volgende eeuwen toch een zekere zelfstandigheid. Een positie die het na 1581 ook behield ten tijde van de Republiek. Hoewel het een eenheid vormde met de provincie Holland en deel uitmaakte van het zgn. Noorderkwartier, bleef het als heerlijkheid toch zelfstandig functioneren. West-Friesland was dus geen zelfstandige provincie, maar genoot een dermate onafhankelijkheid dat het toch haar eigen muntslag had, gelijkwaardig aan de officiële provincies. Reeds in 1587 maakten de steden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik de afspraak tot samenwerking ″ten eeuwigen dagen″ inzake de muntslag. De hoofdstad van het Hollandse Noorderkwartier, Alkmaar, werd daarmee buiten spel gezet voor muntslag. De muntslag zou beurtelings plaatsvinden. In het begin meestal zo om de 6 jaar, later werd dit zo om de 10 jaar. Dit zou tot 1 mei 1796 zo blijven, toen de Westfriese Munt naast Dordrecht het tweede Hollandse munthuis werd en dus ophield als zelfstandig munthuis. In 1809 werd de Westfriese Munt definitief gesloten.
Geslagen in de geoctrooieerde Munt van Enkhuizen, geëxploiteerd door de Amsterdamse juwelier Dirck Bosch. De muntstempels werden gesneden door de beroemde en kundige Amsterdamse stempelsnijder Christoffel Adolphi. Een garantie voor prachtige munten…..
Minted in the patented Mint of Enkhuizen, operated by the Amsterdam jeweler Dirck Bosch. The mint dies were cut by the skilled and famous Amsterdam die cutter Christoffel Adolphi. A guarantee for beautiful coins….
Verkade 72.4 ; Pannekeet 73 ; HNPM.81 ; CNM.2.15.8 attractief exemplaar met een mooi patina zfr |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - Daalder van 30 stuivers 1684, Medemblik
gewicht 15,69gr. ; zilver Ø 37mm. muntmeester: Gerrit Schuijrmans zonder munt- of muntmeesterteken
vz. Gehelmde ridder staande naar links, zwaard in linkerhand, het West-Friese gekroonde wapen voor zich houdend aan lint waarvan hij de lus in zijn rechterhand houdt, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; • DEVS • FORT • - • ET • SPES • NOST • kz. De gekroonde wapens van de West-Friese steden Hoorn, Enkhuizen en Medemblik verbonden met linten, daarbinnen 30 - ST – 1684, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; MO:NO: - •ORDIN• - W.FRISIÆ
Door het uitblijven van daadkrachtig optreden tegen ″minderwaardig zilvergeld″ door de Staten-Generaal, besloten ook Utrecht en West-Friesland, in navolging van Zeeland, over te gaan tot de aanmunting van daalders van 30 stuiver. Het produceren van ″minderwaardig″ zilvergeld was nu eenmaal lucratiever dan het slaan van de hoogwaardige officiële statenmunten. Reeds in 1684 hadden de West-Friese steden toezegging gedaan aan muntmeester Schuijrmans, maar de officiële toestemming tot het slaan van daalders volgde pas op 19 juni 1685. Toch had muntmeester Schuijrmans de toezegging in 1684 direct aangegrepen en had hij voorlopige stempels laten vervaardigen voor de daalder. In dat jaar heeft ook al productie op bescheiden schaal plaats gevonden, alhoewel de officiële vergunning nog niet was verleend. In 1685 heeft hij de definitieve stempels laten vervaardigen, die enigszins afwijken van de voorlopige stempels van 1684.
Delmonte 1080 ; Verkade 67.2 ; HNPM.39 ; CNM.2.46.46 ; Pannekeet 83 R Voor dit type een mooi exemplaar. Zeldzaam. zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
RUSSIA ( RUSSLAND ) - NICHOLAS I, 1825-1855 - Gold ducat 1840, St.Petersburg
weight 3,48gr. ; gold Ø 21mm. mintmark torch
obv. Armored and helmeted Dutch knight standing facing right, sword on his shoulder in his right hand and bundle of arrows (7 arrows) in his left hand, flanked by the year 18 - 40, surrounded by the text; CONCORDIA RES - PARVAE CRESCUNT. Torch rev. Double-lined square with scroll decorations on the sides and a rosette at 3, 6, 9, and 12 o′clock, within which is a text in 4 lines; MO.AUR. / REG.BELGII / AD LEGEM / IMPERII.
Imitation of a Dutch gold ducat. Original Dutch gold ducats from this date with mintmark torch do not exist, only the Russian imitations. Rare.
Bitkin 32 ; Jacques Schulman 224 ; Laurens Schulman 240 ; Friedberg 161 ; KM.50.2 R Small area of clipping or metal testing at 1 o′clock, otherwise attractive lustrous specimen with fine details. xf/xf+ |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM I, 1815-1840 - Gouden dukaat 1828, Utrecht
gewicht 3,50gr.; goud 983/1000 ; Ø 20,5mm. met kabelrand muntmeester: Y.D.C. Suermondt muntteken: mercuriusstaf muntmeesterteken: fakkel
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel (7 pijlen) in de linkerhand, geflankeerd door het jaartal 18 - 28, omringd door de tekst; CONCORDIA RES - PARVAE CRESCUNT. fakkel kz. Dubbel gelijnd vierkant met krulversieringen aan de zijden en een rozet op 3, 6, 9 en 12 uur, daarbinnen een tekst in 4 regels; MO.AUR. / REG.BELGII / AD LEGEM / IMPERII.
Schulman 212 ; LSch.228 ; KM.50.1 ; Friedberg 331 zfr/pr à pr- |
|
|  |
 |
 |
NEDERLAND (NETHERLANDS, SOVEREIGN STATE) - PRINS WILLEM FREDERIK ALS SOUVEREIN VORST, 1813-1815 - Gouden dukaat 1814, Utrecht
gewicht 3,50gr.; goud 983/1000 ; Ø 21mm. muntmeester: G.J.L. du Marchie Sarvaas en zijn erven (weduwe du Marchie Sarvaas en haar schoonzoon Van Sorgen) muntteken: stadsschildje Utrecht stempeleigenschappen: zonder punt tussen BELG en AD
vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand en pijlenbundel (7 pijlen) in de linkerhand, geflankeerd door het jaartal 18 - 14, omrind door de tekst; CONCORDIA RES - PAR.CRES.TRAI. stadsschildje Utrecht kz. Dubbel gelijnd vierkant met krulversieringen aan de zijden en een rozet op 3, 6, 9 en 12 uur, daarbinnen een tekst in 5 regels; MO.ORD. / PROVIN. / FOEDER. / BELG AD. / LEG. IMP.
WILLEM I ALS SOEVEREIN VORST: Willem Frederik werd op 24 augustus te ′s-Gravenhage geboren als derde zoon van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau en prinses Wilhelmina van Pruisen, een nicht van koning Frederik II van Pruisen. Omdat zijn beide oudere broers in 1769 respectievelijk 1771 niet langer dan een dag hadden geleefd, werd hij de erfprins. In 1795 stond hij als erfprins, 23 jaar oud, aan het hoofd van het Staatse leger tegen de Franse invallers. De Franse overmacht was echter te groot en de stadhouderlijke familie vluchtte daarop naar Engeland. Zijn vader legde zich neer bij het feit dat de politieke rol van de Oranjes uitgespeeld was. Zo nog niet zoon Willem, die uiteindelijk in 1803 als compensatie voor het verlies van zijn bezittingen in de Nederlanden van Napoleon de voormalige prinsbisdommen Fulda en abdij van Corvey, de abdij Weingarten en de rijksstad Dortmund kreeg. Die samen gingen het vorstendom Nassau-Oranje-Fulda vormen. Na de dood van zijn vader op 8 april 1806 in Brunswijk, werd Willem ook vorst van Nassau. Na de nederlaag van Napoleon in 1813 in de Slag bij Leipzig stortte het staatkundige systeem in Midden-Duitsland ineen, waarmee de meeste gebieden onder militair bestuur kwamen te staan van Rusland, Oostenrijk of Pruisen. Willem werd door zijn banden met Pruisen direct hersteld in de gebieden van vóór 1803. Willem kreeg het hertogdom Nassau toebedeeld. In het najaar van 1813 werd Willem, die toen in Londen verbleef, per brief uitgenodigd als ″soeverein vorst″ de regering op zich te nemen. De brief was afkomstig van het Driemanschap van 1813, de Haagse notabelen Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. Willem aanvaardde hun uitnodiging en het Engelse fregat The Warrior bracht hem naar de kust van Scheveningen, alwaar hij op 30 november 1813 na achttien jaar weer voet op Nederlandse bodem zette. Met een boerenwagen werd hij vervolgens uit zee naar het strand gebracht en in een open rijtuig onder begeleiding van een vreugdevolle menigte naar Den Haag gereden. Op 1 december werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, wat op 2 december door hem werd aanvaard. Op 16 maart 1815 nam soeverein vorst prins Willem Frederik zelf de titel koning der Nederlanden aan, als koning Willem I. Hij kreeg als compensatie voor de aan Pruisen afgestane Nassause erflanden (Nassau-Dillenburg, Siegen, Hadamar and Dietz) als privébezit ook Luxemburg en werd daardoor als groothertog van Luxemburg lid van de Duitse Bond. In zijn korte periode als soeverein vorst bleef de muntslag beperkt tot gouden dukaten uit 1814. Ook een gedeelte van de productie van gouden dukaten uit 1815 (circa 126.805 stuks) kan nog tot die periode gerekend worden. Daarnaast werden in 1814 te Amsterdam ook nog koperen duiten voor Nederlands-Indië geslagen. Dat gebeurde in de knopenfabriek van de firma de Heus.
De gouden dukaten van het oude provinciale type van Utrecht werden geslagen in de jaren 1814, 1815 en 1816 volgens het Besluit van 19 januari 1814. Ze werden voornamelijk aangemaakt ten behoeve van de Russische troepen, die toen in ons land aanwezig waren (zie Besier op citaat blz. 4). Hoewel er een groot aantal van geslagen is, zijn ze toch nogal schaars, omdat ze mee teruggenomen zijn naar Rusland. De stempels zijn gesneden door D. van der Kellen sr. Na het overlijden van muntmeester G.J.L. du Marchie Sarvaas op 3 mei 1814 waren diens weduwe en schoonzoon Van Sorgen op voorlopige basis aangesteld tot provisioneel geautoriseerden voor de muntslag. Aan hun taken kwam medio 1815 een einde met de aanstelling van muntmeester R.D.C. Suermondt.
Schulman 200 ; LSch.215 ; KM.45 ; Friedberg 331 Nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar. Zeer mooi. unc- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren dukaat 1750, Middelburg
gewicht 28,05gr. ; zilver Ø 42mm. muntteken burcht muntmeester Pieter Kappeyne muntmeesterversiering; drie zespuntige sterren
vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts, geschouderd zwaard in zijn rechterhand, in zijn linkerhand houdt hij het gekroonde provinciewapen, dat voor hem is geplaatst, aan een gelust koord, omringd door de tekst; ♖MO•NO•ARG•PRO•CON•FOE•BELG•COM•ZEL• kz. Gekroond Generaliteitswapen geflankeerd door het jaartal 17 - 50, daarboven ✶ ✶ ✶, omringd door de tekst: CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT•
Delmonte 976 ; Verkade 87.1 ; HNPM.50 ; CNM.2.49.50 ; Beuth 1750b ; Davenport 1848 S Kleine zwaktes van de slag, doch voor dit type een net exemplaar. Schaars jaartal. zfr |
|
|  |
|
|