Home
Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ′Bestellen′ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.
Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.
Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.
Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.
Gijs Henzen
Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:
Op 7 juni hebben Israëlische terroristen van de IDF een Palestijnse baby vermoord door het door het hoofd te schieten. Deze soldaat krijgt waarschijnlijk een lintje voor zijn heldhaftige verdiensten. Het vond plaats in de bezette Westelijke Jordaan oever. De ouders raakten ook gewond, maar hebben deze terroristische moordaanslag overleefd. Dat was waarschijnlijk niet de bedoeling. Ter compensatie hebben de Israëlische terroristen van de IDF vervolgens diezelfde dag nog wat bommen gegooid op onschuldige Palestijnen in de Gazastrook, met 7 doden tot gevolg. Hebben ze die dag toch hun quota weer gehaald. Als reden geven ze altijd dat het om Hamasstrijders gaat, ook als het vrouwen, bejaarden en baby′s betreft. Maar Israël is tot op heden nog nooit betrapt op het vertellen van de waarheid. Morgen gaan ze weer verder met hun genocide en Europa en de VS doen niets. Wat is het toch een wreed en moordzuchtig tuig. Welke idioten steunen dit satanische land ........?
BRAVO IRAN ! Anders dan de VS en de EU bekommert Iran zich wel om het lot van de onschuldige Libanese bevolking, die wordt uitgemoord en verdreven uit Zuid-Libanon door de Israëlische terroristen en doodseskaders. Waar blijft Nederland met zijn veroordelingen en eisen richting Israël ?, en de EU, en de VS ? Nederland en de EU hebben altijd de mond vol over mensenrechten, behalve als het om de terreurstaat Israël gaat. Erg geloofwaardig zijn we niet meer, wel hypocriet....
COLLECTIEVE VERANTWOORDELIJKHEID
De genocide op de Palestijnen door de terreurstaat Israël gaat onverminderd door. Voedsel en hulpmiddelen worden nog steeds op grote schaal aan de inwoners van Gaza onthouden. Er is geen wederopbouw en het leefgebied van de Gazanen wordt steeds verder ingeperkt, zonder enige verbetering in de leefomstandigheden. Israël heeft maar een doel: de Palestijnen moeten weg uit de Gazastrook. Dood of levend, dat interesseert Israël niet. Palestijnen passen niet binnen het narratief van een "Groot Israël", dat het zionistische regime van Israël nastreeft. Het is een zelfzuchtig, egoïstisch, satanisch, racistisch en moordzuchtig land zonder enige compassie; geen haar beter dan de Sovjet-Unie van Stalin, het Rusland van Putin of het regime in Nazi-Duitsland.
Ook het straffeloos moorden op de Westelijke Jordaanoever en het stelen van Palestijns grondgebied gaat onverminderd door. Het enige wat Nederland doet is streven naar een verbod op invoer van goederen uit de illegale Israëlische nederzettingen. Iets wat per definitie al zo had moeten zijn, immers illegaal, dus een wassen neus. Blijkbaar vindt Nederland de genocide op de Palestijnen, de oorlogsmisdaden en de landdiefstal in Libanon, de illegale oorlog tegen Iran, piraterij en het voortdurend schenden van het zeerecht, het vernietigen en blokkeren van de haven van Gaza, het mishandelen en vermoorden van onschuldige hulpverleners en journalisten, de talloze martelingen, moorden en verkrachtingen in de Israëlisch martelkampen niet ernstig genoeg, anders had Nederland wel een volledige boycot van Israëlische goederen en culturele uitwisselingen ingesteld. Hoeveel erger moet het nog worden voordat Nederland wel eens een keer actie onderneemt ? Het boycotten van de invoer van sinaasappels e.d. uit de illegale nederzettingen is natuurlijk een lachertje. Dat raakt Israël niet. Volgens cijfers van het IMF en Eurostat is de Europese Unie de grootste investeerder in Israël. Binnen de EU is Nederland de absolute koploper. In 2023 ging er volgens sommige schattingen zo′n 49 miljard euro vanuit Nederland naar Israël. Hoezo kan Nederland niets doen ? Nederland kan heel veel doen ! Net als bij Rusland dient het volstrekt verboden te worden te investeren in Israël, geen cent. Dat heeft werkelijk effect. Maar Nederland verschuild zich steeds achter de onzinredenering dat Nederland zelfstandig niets kan doen en dat dit alleen in Europees verband kan. Totale hypocriete bullshit ! Bovendien zijn er binnen Europa nog steeds landen die de racistische apartheidsstaat Israël nog altijd de hand boven het hoofd houden, zodat serieuze Europese sancties richting Israël geen kans krijgen. Met name Duitsland speelt daarbij een buitengewoon kwalijke rol, gestoeld op valse loyaliteit richting Israël. Onbegrijpelijk dat een land die zo′n prominente rol heeft gespeeld in de genocide op de Joden, nu weer opnieuw een land steunt dat genocide op grote schaal pleegt, thans op de Palestijnen. Totaal verwerpelijk beleid ! Niemand is de Zionistische moordenaars van Israël ook maar iets verschuldigd, zeker Duitsland niet. Israël is een racistische creatie van kolonisten uit Europa, waarbij men een staat heeft gesticht op gestolen land van de Palestijnen d.m.v. het vermoorden en verdrijven van de Palestijnen. De genocide op de Palestijnen is reeds begonnen met de Nakba van 1947/1948 en duurt tot aan de dag van vandaag voort. Zo liggen de feiten.....
Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme. Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......
Israël is een totaal genocidale maatschappij, gesteund door het overgrote deel van de Israëlische bevolking, niet te verwarren met de Joden. Het Zionisme heeft niets te maken met het Jodendom. Het Zionisme is een nationalistische beweging dat haar oorsprong heeft in de 19e eeuw en het Jodendom misbruikt voor haar racistische en genocidale doelstellingen. Het overgrote deel van de Israëlische bevolking steunt het Zionisme en het terroristische apartheidsregime van Netanyahu en vindt alle gruwelijke misdaden die daarmee gepaard gaan eigenlijk wel gerechtvaardigd. Het is een volk dat blind is voor haar misdaden en zich verheven voelt boven de Palestijnen en Arabische (semitische) volkeren uit de regio. Dat is helaas de ware aard van Israël en veel van haar huidige bewoners (niet te verwarren met het ″Volk van God″ uit de Bijbel). Het is dan ook een collectieve Israëlische verantwoordelijkheid, waarvoor men zich vroeg of laat zal moeten verantwoorden. Een zware gemeenschappelijke en eeuwige last, waarbij men in de huidige mediamaatschappij dit keer niet kan zeggen ″wir haben es nicht gewust″......
https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8
Het is een taak van een ieder, ongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!
Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:
STEUN : https://rightsforum.org
Zoeken op productnaam
Maandaanbieding
Nieuwe aanwinsten
 |
 |
TIBERIUS, 14-37 - AR Denarius, Lugdunum (14-37)
weight 3,54gr. ; silver Ø 19mm.
obv. Laureate head of Tiberius right, surrounded by the legend; TI CAESAR DIVI AVG F AVGVSTVS rev. Female (Livia as Pax?) seated right on ornamented chair, holding sceptre and olive-branch, PONTIF in front, MAXIM behind
This type is commonly referred to as the ″Tribute Penny″ of the bible after the well-known New Testament story in St.Matthew′s Gospel (22,17-21). The tribute penny was the coin that was shown to Jesus when he made his famous speech ″Render unto Caesar...″ The phrase comes from the King James Version of the gospel account: Jesus is asked, ″Is it lawful to give tribute to Caesar, or not?″ (Mark 12:14) and he replies, ″bring me a penny, that I may see it″ (Mark 12:15).The Greek text uses the word denarion, and it is usually thought that the coin was a Roman denarius with the head of Tiberius. The inscription reads ″Ti[berivs] Caesar Divi Avg[vsti] F[ilivs] Avgvstvs″(″Caesar Augustus Tiberius, son of the Divine Augustus″), claiming that Augustus was a god. The reverse shows a seated female, usually identified as Livia depicted as Pax.
Cohen 16 ; RIC 30 ; BMC 48 ; Sear 1763var. S Attractive specimen with good portrait. vf+ |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (194-196)
weight 2,75gr. ; silver 17mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP (IIII-VII) rev. Minerva, helmeted, draped to feet, standing left, holding spear downward in right hand and round shield at side in left hand., surrounded by the legend; P M TR P III COS II P P translation: Pontifex Maximus, Tribunicia Potestate Tertia, Consul Secundum, Pater Patriae = High priest, holder of tribunician power for the third time, consul for the second time, father of the nation.
Minerva on the coinage of Septimius Severus primarily symbolizes military power, divine protection, and wisdom. Because he seized the throne during a brutal civil war, he heavily utilized Minerva on his reverses to align his rule with her martial and strategic attributes. Minerva′s spear symbolizes active warfare, military supremacy, and Septimius Severus′s capability to defend the empire and vanquish his political rivals. Minerva′s shield represents divine protection, defensive strength, and the steadfast guardianship of the state under the emperor′s rule. Judging by the static depiction of Minerva, it seems to refer to the palladium, a sacred statue of Pallas Athena. Owning this statue was heavily associated with the survival and glory of Rome.
The obverse inscription is not fully legible. As a result, Severus′ imperial title cannot be determined with certainty. It could vary from IIII to VII, minted between 194 and 196 AD.
cf. Cohen 390 ; cf. RIC 61 ; cf. BMC 114-117 ; cf. Sear 6326 vf- à f/vf |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (195)
weight 3,23gr. ; silver 17mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP V translation: Lucius Septimius Severus Pertinax Augustus, Imperator Quintum = Lucius Septimius Severus Pertinax, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the fifth time.
rev. Minerva, helmeted, draped to feet, standing left, holding spear downward in right hand and round shield at side in left hand., surrounded by the legend; P M TR P III COS II P P translation: Pontifex Maximus, Tribunicia Potestate Tertia, Consul Secundum, Pater Patriae = High priest, holder of tribunician power for the third time, consul for the second time, father of the nation.
Minerva on the coinage of Septimius Severus primarily symbolizes military power, divine protection, and wisdom. Because he seized the throne during a brutal civil war, he heavily utilized Minerva on his reverses to align his rule with her martial and strategic attributes. Minerva′s spear symbolizes active warfare, military supremacy, and Septimius Severus′s capability to defend the empire and vanquish his political rivals. Minerva′s shield represents divine protection, defensive strength, and the steadfast guardianship of the state under the emperor′s rule. Judging by the static depiction of Minerva, it seems to refer to the palladium, a sacred statue of Pallas Athena. Owning this statue was heavily associated with the survival and glory of Rome.
Cohen 390 ; RIC 61 ; BMC 114-117 ; Sear - (cf. 6326) vf/vf- |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (193-198)
weight 3,46gr. ; silver Ø 16mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP (II - X) translation: Lucius Septimius Severus Pertinax Augustus, Imperator Octavum = Lucius Septimius Severus Pertinax, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the eighth time.
rev. Bacchus (Liber), standing front, head left, right hand on head (crowning himself ?) and holding thyrsus in left hand; at feet, left, leopard LIBERO PATRI translation: Liber Patri = Of the free father.
As Liber was one of the guardian deities of Severus′ birthplace, Lepcis Magna, it was appropriate to accord him the title of ″Pater″ (father).
Due to the use of a too small planchet, part of the text on the obverse is not visible (off flan). As a result, the dating cannot be determined exactly. This coin type was minted from Severus′ second through his tenth imperial title.
Septimius Severus′ imperial titles were not ′passed on′, but awarded by his troops and the Senate as military honorary titles (acclaims) for victories achieved. The frequency and speed of these titles were directly linked to the bloody civil wars and military campaigns he waged. In total, he accumulated twelve imperial titles during his reign (193–211 AD). The rate at which they were awarded varied; the peak occurred between 193 and 198 AD, the hectic period in which he consolidated his power: • 193 AD (Imperator I): On April 9, his troops in Pannonia proclaimed him emperor against rival Didius Julianus. • 193-195 AD (Imperator II to VIII): During his rapid advance through the empire and the civil war against Pescennius Niger, he received one title after another. Within a span of barely two years, he achieved successive victories. • 197 AD (Imperator IX): Awarded after the decisive victory over his western rival Clodius Albinus in the Battle of Lugdunum. • 197-198 AD (Imperator X): Granted for the successful capture of Ctesiphon, the capital of the Parthian Empire. • 198-200 AD (Imperator XI to XII): The latter titles were awarded for his conquests in Mesopotamia and diplomatic successes in the East. In total, he accumulated twelve imperial titles during his reign (193–211 AD). The rate at which they were awarded varied; the peak occurred between 193 and 198 AD, the hectic period in which he consolidated his power.
cf. Cohen 301 ; cf. RIC 32 ; cf. BMC 31, 64 ; cf. Sear 6307 vf
|
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (200-201)
weight 3,55gr. ; silver Ø 18mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; SEVERVS AVG PART MAX translation: Severus Augustus Parthicus Maximus = Severus, emperor (Augustus), the greatest conqueror of the Parthians. rev. Victory, winged, draped, flying left, holding wreath in both hands over shield set on low base, surrounded by the legend; VICT AETERN translation: Victoria Aeterna = Eternal victory.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. For his military successes in Arabia, Parthia, and Adiabene, he was awarded with the titles ″Pathicus Arabicus″ and ″Parthicus Adiabenicus″ by the Senate in 195 AD. In 195, a Roman invasion of Mesopotamia began under the Emperor Septimius Severus, who occupied Seleucia and Babylon, and then sacked Ctesiphon yet again in 197. The title ″Parthicus Maximus″ ("Greatest Conqueror of Parthia") was officially awarded to emperor Septimius Severus by the Roman Senate in 198 AD. It celebrated his successful military campaigns against the Parthian Empire, which included the sacking of the Parthian capital, Ctesiphon. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him. Parthia ultimately fell not to the Romans, but to the Sassanids under Ardashir I, who entered Ctesiphon in 226. Under Ardashir and his successors, Persian-Roman conflict continued between the Sassanid Empire and Rome.
Cohen 690 ; RIC 170 ; BMC 194, 209 ; Sear 6368 vf |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (200)
weight 2,20gr. ; silver Ø 19mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; SEVERVS AVG PART MAX translation: Severus Augustus Parthicus Maximus = Severus, emperor (Augustus), great conqueror of the Parthians.
rev. Victory, winged, draped, flying left, holding wreath in both hands over shield set on low base, surrounded by the legend; P M TR P VIII COS II P P translation: Pontifex Maximus, Tribunicia Potestate Octava, Consul Secundum, Pater Patriae = High priest, holder of tribunician power for the eighth time, consul for the second time, father of the nation.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. For his military successes in Arabia, Parthia, and Adiabene, he was awarded with the titles ″Pathicus Arabicus″ and ″Parthicus Adiabenicus″ by the Senate in 195 AD. In 195, a Roman invasion of Mesopotamia began under the Emperor Septimius Severus, who occupied Seleucia and Babylon, and then sacked Ctesiphon yet again in 197. The title ″Parthicus Maximus″ ("Greatest Conqueror of Parthia") was officially awarded to emperor Septimius Severus by the Roman Senate in 198 AD. It celebrated his successful military campaigns against the Parthian Empire, which included the sacking of the Parthian capital, Ctesiphon. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him. Parthia ultimately fell not to the Romans, but to the Sassanids under Ardashir I, who entered Ctesiphon in 226. Under Ardashir and his successors, Persian-Roman conflict continued between the Sassanid Empire and Rome.
Cohen 454 ; RIC 150 ; BMC 189,75 ; Sear 6333 very minor roughness vf- |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (199)
weight 3,28gr. ; silver Ø 17,5mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV AVG IMP XI PART MAX translation: Lucius Septimius Severus Augustus, Imperator Undecimum, Parthicus Maximus = Lucius Septimius Severus, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the eleventh time, great conqueror of the Parthians.
rev. Victory, winged, draped, flying left, holding wreath in both hands over shield set on low base, surrounded by the legend; VICTORIAE AVGG FEL translation: Victoriae Augustorum, Felicitas = To the victory of the emperors (Augusti), good fortune.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. For his military successes in Arabia, Parthia, and Adiabene, he was awarded with the titles ″Pathicus Arabicus″ and ″Parthicus Adiabenicus″ by the Senate in 195 AD. In 195, a Roman invasion of Mesopotamia began under the Emperor Septimius Severus, who occupied Seleucia and Babylon, and then sacked Ctesiphon yet again in 197. The title ″Parthicus Maximus″ ("Greatest Conqueror of Parthia") was officially awarded to emperor Septimius Severus by the Roman Senate in 198 AD. It celebrated his successful military campaigns against the Parthian Empire, which included the sacking of the Parthian capital, Ctesiphon. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him. Parthia ultimately fell not to the Romans, but to the Sassanids under Ardashir I, who entered Ctesiphon in 226. Under Ardashir and his successors, Persian-Roman conflict continued between the Sassanid Empire and Rome.
cf. Cohen 719 ; RIC 144b ; BMC 178, 139 ; Sear 6381 vf/vf-
|
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (197-198)
weight 2,95gr. ; silver 16mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP X translation: Lucius Septimius Severus Pertinax Augustus, Imperator Decimum = Lucius Septimius Severus Pertinax, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the tenth time.
rev. Victory, winged, draped, advancing left, holding wreath in extended right hand and palm sloped over left shoulder in left hand, surrounded by the legend; VICT AVGG COS II P P translation: Victoria Augustorum. Consul Secundum, Pater Patriae. Victoria Augustorum. Consul for the second time, father of the nation.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. For his military successes in Arabia, Parthia, and Adiabene, he was awarded with the titles ″Pathicus Arabicus″ and ″Parthicus Adiabenicus″ by the Senate in 195 AD. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him.
Note: The portrait of Severus is visible as an incusum on the reverse side, which is very remarkable.
Cohen 694 ; RIC 120c ; BMC W258-60 ; cf. Sear 6370 vf/vf- |
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (196-197)
weight 3,00gr. ; silver 16mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP VIII translation: Lucius Septimius Severus Pertinax Augustus, Imperator Octavum = Lucius Septimius Severus Pertinax, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the eighth time.
rev. Victory, winged, draped, advancing left, holding wreath in extended right hand and palm sloped over left shoulder in left hand, surrounded by the legend; P M TR P IIII COS II P P translation: Pontifex Maximus, Tribunicia Potestate Quarta, Consul Secundum, Pater Patriae = High priest, holder of tribunician power for the fourth time, consul for the second time, father of the nation.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. For his military successes in Arabia, Parthia, and Adiabene, he was awarded with the titles ″Pathicus Arabicus″ and ″Parthicus Adiabenicus″ by the Senate in 195 AD. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him.
Cohen 419 ; RIC 86 ; BMC 44, 146 ; Sear 6328 vf-
|
|
|  |
 |
 |
SEPTIMIUS SEVERUS, 193-211 - AR Denarius, Rome (196-197)
weight 3,37gr. ; silver 17mm.
obv. Laureate head of Severus right, surrounded by the legend; L SEPT SEV PERT AVG IMP VIII translation: Lucius Septimius Severus Pertinax Augustus, Imperator Octavum = Lucius Septimius Severus Pertinax, emperor (Augustus), supreme commander (Imperator) for the eighth time.
rev. Victory, winged, draped, advancing left, holding wreath in extended right hand and trophy against left shoulder in left hand, surrounded by the legend; ARAB ADIAB COS II P P translation: Arabicus, Adiabenicus. Consul Secundum, Pater Patriae = Conqueror of Arabia, conqueror of Adiabene, consul for the second time, father of the nation.
Septimius Severus campaigned in the Middle East to stabilize the Roman frontier and punish client kingdoms that had allied with his rival, Pescennius Niger, during the Roman Civil War. ″Arabicus″ and ″Adiabenicus″ are victorious titles awarded to emperor Septimius Severus in 195 AD following his successful military campaigns against the kingdoms of Arabia and Adiabene. Adiabene was a region in northern Mesopotamia, in modern-day Iraq. Minting these victories on the coins was a way for the emperor to solidify his legitimacy, flaunt his martial success, and unify the Roman public behind him.
Cohen 51 ; RIC 76 ; BMC 46, 157 ; Sear 6265 vf/vf- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1563, Antwerpen
gewicht 5,67gr. ; zilver Ø 28mm. muntmeester: Jean Noirot muntteken: handje
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder 15 hand 63, omringd door de tekst; PHS•D:G•HISP Z REX•DVX•BRA kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door twee Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken, onderaan het wapen de ramsvacht (kleinood van de orde van het Gulden Vlies), omringd door de tekst; DOMINVS - MIHI - ADIVTOR
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″. was the motto of the firm (catholic) believer Philips II.
Met een officieel voorgeschreven gewicht van 6,85 gram is deze munt duidelijk veel te licht. Door circulatie en daardoor slijtage treed er altijd gewichtsverlies op maar een gewichtsverlies van bijna 1,2 gram, zoals in dit geval, is in relatie tot de kwaliteit van de munt veel te groot. Dit gewichtsverlies is duidelijk veroorzaakt door het snoeien van de munt, zoals ook visueel duidelijk is waar te nemen.
Als men bij vele munten steeds wat van de rand snoeide kon men toch aanzienlijk bij verdienen, soms wel honderden guldens. Natuurlijk was het wel zaak de munten in betaling te geven aan personen die het gewicht niet meteen konden controleren, anders zou men immers tegen de lamp lopen. Degene die met te lichte munten betaalde moest in principe het gewichtsverschil alsnog bijbetalen, maar dat gold alleen voor munten met geringe gewichtsafwijking. Was het verschil te groot, dan werden de stukken onmiddellijk uit omloop gehaald. Werd men betrapt op het snoeien van munten dan waren de straffen niet gering. Met verminking (o.a. brandmerking) kwam men er nog heel goed vanaf. Het verbranden of koken in een ketel met water, olie of lood en andere gruwelijke doodstraffen waren de gebruikelijke eindstations voor serieuze overtreders.
With an official prescribed weight of 6.85 grams, this coin is clearly much too light. Due to circulation and therefore wear, there is always weight loss, but a weight loss of almost 1.2 grams, as in this case, is much too large in relation to the quality of the coin. This weight loss is clearly caused by clipping the coin, as can also be clearly seen visually.
If one kept cutting off the edge of many coins, one could still earn a considerable amount, sometimes hundreds of guilders. Of course, it was important to give the coins in payment to people who could not immediately check the weight, otherwise one would be caught. In principle, those who paid with coins that were too light still had to pay the difference in weight, but that only applied to coins with a small weight deviation. If the difference was too great, the coins were immediately withdrawn from circulation. If one was caught cutting off coins, the punishments were not insignificant. With mutilation (including branding) one got off very lightly. Burning or boiling in a cauldron with water, oil or lead and other gruesome death sentences were the usual final stations for serious offenders.
van Gelder & Hoc 212-1b ; de Witte 722 ; de Mey 485B ; van der Chijs XXIX, 22 ; Vanhoudt 271.AN S Lichte zwaktes van de slag. Schaars jaartal. zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS II, 1555-1598 - 1/5 Philipsdaalder 1564, Maastricht
gewicht 5,98gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeester: Clemens van Eembrugge muntteken: ster
vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder I564, omringd door de tekst; •PHS•D•G•HISP•Z•REX•DVX•BRA• kz. Gekroond Spaans-Bourgondisch wapen rustend op Bourgondisch stokkenkruis, geflankeerd door twee Bourgondische vuurstalen met afspattende vonken, onderaan het wapen hangend de ramsvacht (kleinood van de orde van het Gulden Vlies), omringd door de tekst; ★ - DOMIN - MI - HI - ADIVTO - R •
Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″. was de lijfspreuk van de streng katholiek gelovige Philips II.
Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″ was the motto of the firm catholic believer Philips II.
Van dit jaartal werden slechts 17.720 stuks aangemunt. Zeer zeldzaam.
From this year only 17,720 pieces were minted. Very rare.
van Gelder & Hoc 212-2a ; van der Chijs- ; de Witte 725 ; de Mey 547 ; Vanhoudt 271.MA RR zwaktes van de slag en muntpaatoneffenheid fr/zfr à zfr- |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Korte 1546/45, Antwerpen
gewicht 2,15gr. ; koper Ø 19mm. muntmeester: Thomas Jonghelinck muntteken: hand
vz. Gekroond en bebaard portret van Karel V naar rechts binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; CA•D•G•V•IMP•HISP•REX•1546 en hand kz. Klimmende leeuw naar links binnen een gladde cirkel, binnen een gekabelde omlijsting
mijt De mijt, werd in 1337 ingevoerd onder graaf Lodewijk I (1332-1346) van Vlaanderen. Het was de kleinste denominatie binnen het Vlaamse muntstelsel en had een waarde van een ½ penning (1/24 groot of 1/48 stuiver). Het was vervaardigd van zilver van laag gehalte (biljoen). Voorts geslagen tot 1467 en sindsdien nog lang gebruikt als rekeneenheid. In Brabant nagevolgd als Brabantse mijt, ingevoerd onder Jan III (1312- 1355) en voorts aangemunt tot 1474. Aangezien de Brabantse munt zwakker was dan de Vlaamse, gold sedert 1430: 1 Brabantse mijt = 2/3 Vlaamse mijt = 1/76 stuiver Vlaams.
dubbele mijt of korte Onder de Vlaamse graaf Lodewijk II van Male werd in 1375 ook de muntstuk ingevoerd ter waarde van 2 Vlaamse mijten. In tegenstelling tot (en ter onderscheid van) de enkele mijt hadden deze stukken op de keerzijde geen lang kruis maar een kort kruis. Sindsdien kwamen muntstukken ter waarde van 2 mijten in het betalingsverkeer bekend te staan als korte. Gedurende de Bourgondische dynastie bleef de korte deel uitmaken van het muntstelsel en werd het systematisch aangemunt, steeds met een kort kruis op de keerzijde. Ook onder Karel V werden aanvankelijk stukken van 2 mijt geslagen met een kort kruis. Die traditie liet men in 1543 echter los, met de introductie van een dubbele mijt met het portret van Karel V op de voorzijde en een klimmende leeuw op de keerzijde. Desondanks bleven ook die stukken hun oude benaming van korte behouden.
Het jaartal 1546 is gewijzigd uit 1545. Deze jaartalwijziging was tot op heden onbekend en ongepubliceerd. Hoogst zeldzaam.
vgl. van Gelder & Hoc 198-1b ; vgl. de Witte 694 ; vgl. de Mey 452 ; vgl. Vanhoudt 234.AN RRRR Zwaktes van de slag, doch voor dit munttype een net exemplaar met een goed portret. zfr/zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN ( SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Korte 1547, Antwerpen
gewicht 1,23gr. ; koper Ø 19mm. muntmeester: Pieter van den WalIe muntteken: hand
vz. Gekroond portret van Karel V naar rechts binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; CA•D•G•V•IMP•HISP•REX•1551 en hand kz. Klimmende leeuw naar links binnen een gladde cirkel, binnen een gekabelde omlijsting
mijt De mijt, werd in 1337 ingevoerd onder graaf Lodewijk I (1332-1346) van Vlaanderen. Het was de kleinste denominatie binnen het Vlaamse muntstelsel en had een waarde van een ½ penning (1/24 groot of 1/48 stuiver). Het was vervaardigd van zilver van laag gehalte (biljoen). Voorts geslagen tot 1467 en sindsdien nog lang gebruikt als rekeneenheid. In Brabant nagevolgd als Brabantse mijt, ingevoerd onder Jan III (1312- 1355) en voorts aangemunt tot 1474. Aangezien de Brabantse munt zwakker was dan de Vlaamse, gold sedert 1430: 1 Brabantse mijt = 2/3 Vlaamse mijt = 1/76 stuiver Vlaams.
dubbele mijt of korte Onder de Vlaamse graaf Lodewijk II van Male werd in 1375 ook de muntstuk ingevoerd ter waarde van 2 Vlaamse mijten. In tegenstelling tot (en ter onderscheid van) de enkele mijt hadden deze stukken op de keerzijde geen lang kruis maar een kort kruis. Sindsdien kwamen muntstukken ter waarde van 2 mijten in het betalingsverkeer bekend te staan als korte. Gedurende de Bourgondische dynastie bleef de korte deel uitmaken van het muntstelsel en werd het systematisch aangemunt, steeds met een kort kruis op de keerzijde. Ook onder Karel V werden aanvankelijk stukken van 2 mijt geslagen met een kort kruis. Die traditie liet men in 1543 echter los, met de introductie van een dubbele mijt met het portret van Karel V op de voorzijde en een klimmende leeuw op de keerzijde. Desondanks bleven ook die stukken hun oude benaming van korte behouden.
van Gelder & Hoc 198-1b ; de Witte 694 ; de Mey 452 ; Vanhoudt, Altas, I 44-45 ; Vanhoudt 234.AN zwaktes van de slag zg/fr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Zilveren reaal van 3 stuivers z.j. (1521-1545), Antwerpen
gewicht 2,99gr. ; zilver Ø 27,5mm. muntteken hand
vz. Gekroond wapenschild van het Heilige Roomse Rijk binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✢KAROLVSxD′xG′xROM′xIMP′xZxHISPA′+REX en hand kz. Gekroond Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild rustend op lang drie-armig gevoet kruis met sierornamenten dat is geplaatst over een parelcirkel, omringd door de tekst; ♔ DAxMICHI - VIRTVT′ - COTR′+HO - STS′+TVOS
De zilveren reaal van Karel V (ook wel de Carolusreal genoemd) vindt zijn oorsprong in de monetaire ordonnantie van 20 februari 1521. Met dit decreet voerde keizer Karel V een grootschalige hervorming door om het muntstelsel in de Habsburgse Nederlanden te uniformeren. De zilveren reaal had een voorgeschreven gewicht van 3,06 gram bij een fijnzilver gehalte van 934/1000. Hooggehalte zilver dus. Het had de waarde van 3 stuivers.
Vóór 1521 circuleerden er in de verschillende Nederlandse gewesten veel uiteenlopende en vaak inferieure munten. Karel V introduceerde de zilveren reaal (en de gouden reaal) om een stabiele, betrouwbare eenheidsmunt te creëren voor de handel binnen zijn uitgestrekte rijk. De belangrijkste muntplaatsen voor de zilveren reaal waren Antwerpen, Maastricht, Brugge en Dordrecht. Daarnaast hebben op (zeer) kleine schaal ook aanmuntingen plaatsgevonden te Kampen, Leeuwarden, Namen en Nijmegen.
van Gelder & Hoc 190-1 ; de Witte 674 ; de Mey 444 ; van der Chijs XXV,13var. ; Vanhoudt 227.AN lichte zwaktes van de slag en miniem deukje zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - VERENIGDE BELGISCHE STATEN, 1790-1792 - HERTOGDOM BRABANT - Zilveren leeuw of 3,5 gulden 1790, Brussel
gewicht 32,73gr. ; zilver Ø 41mm. muntteken: engelkopje medailleur: Theodoor van Berckel
vz. Belgische leeuw met zwaard staande naar links met voor zich houdend een schild met het woord LIBERTAS, daarboven de tekst DOMINI EST REGNVM, 1790• in de afsnede kz. Elf kleine schilden van de opstandige provincies, die straalsgewijs zijn geplaats rond een centrale zon, binnen een gladde cirkel omringd door de tekst; ET IPSE DOMINABITVR GENTIVM en engelkopje
Met randschrift QVID FORTIVS LEONE (vertaald; met de kracht van een leeuw) Voluit luiden de Latijnse teksten; domini est regnum et ipse dominabitur gentium (vertaald; het koninkrijk is de heer en hij zal heersen over alle volkeren.
De 11 wapenschilden die we op de keerzijde zien zijn van de opstandige provincies Brabant, Vlaanderen, Henegouwen, Namen, Luxemburg, Limburg, Opper-Gelre, Mechelen, Doornik, Tournaisis en West-Vlaanderen.
Ten onrechte wordt de Zilveren Leeuw vaak ook aangeduid als een drieguldenstuk. Met de bestaande denominaties van 1 gulden en X stuiver, die we ook van de Noordelijke Nederlanden kennen, is dit een begrijpelijke vergissing. Zowel de Zilveren Leeuw, de gulden als de X stuiver hebben het fijnzilver gehalte van 873/1000. Als we vervolgens kijken naar de voorgeschreven gewichten van resp. 32,78 , 9,36 en 4,68 gram, zien dat het gewicht van de Zilveren Leeuw niet het drievoudige is van de gulden maar het drie-en-een-halfvoudige. De Zilveren Leeuw heeft dus de ietwat vreemde waarde van 3,5 gulden.
Al geruime tijd was er onvrede over het Oostenrijkse gezag die vanaf 1711 heersten over de Zuidelijke Nederlanden. In 1787 kwam dit tot uiting door het uitbreken van onlusten; te Namen, Antwerpen, Leuven, en nog andere plaatsen laaide de oproer hoog op. De slag te Torhout, op 26 oktober van het jaar 1789, waarbij de Oostenrijkers het onderspit delfden, maakte een einde aan de Oostenrijkse tijd. Voor de Belgische staten brak een nieuwe episode aan, en de Oostenrijkers keerden naar hun land terug. De eerste vrije verkozenen (?) kwamen samen te Brussel, onder de oud bekende naam van ″Staten Generaal″. Op 4 januari van 1790 werd een onafhankelijkheidsverklaring vrijgegeven.
Ongeveer terzelfdertijd ontstond een zeer grote behoefte aan ″volksgeld″, wat de Staten Generaal der Belgische Staten er deed toe besluiten een aantal koperen munten te slaan; de oord en de dubbele oord. Deze reeks werd op 23 augustus 1790 verder uitgebreid; de Zilveren Leeuw van 3,5 gulden; de halve Zilveren Leeuw (werd niet geslagen); de gulden, de halve gulden, het vijfstuiverstuk niet geslagen), het tienstuiverstuk (niet geslagen). De wet voorzag niet in het aanmunten van goudstukken, niettemin werd ook de Gouden Leeuw aangemunt in een kleine oplage van 3.905 stuks.
De munten van de Verenigde Belgische Staten, in navolging van de Brabantse omwenteling in 1789, werden vervaardigd door de medailleur van Theodoor van Berckel ;
Theodoor van Berckel, Rooms-katholiek en geboren in de Noordelijke hoofdstad van het oude Brabant, ’s Hertogenbosch, bracht het tot graveur-generaal van de Munt in die andere hoofdstad van Brabant: Brussel. Hij legde een verbinding tussen de Brabanden en bleef ze allebei trouw. Toen de Oostenrijkers tijdens de revolutie, die de geschiedenis is ingegaan als de Brabantse Omwenteling, tijdelijk hun macht kwijtraakten, ontwierp Van Berckel de munten voor het nieuwe bewind. Op deze munten staat de Brabantse Leeuw fierder dan ooit. Deze leeuw is later vaak geïmiteerd maar nooit meer geëvenaard. Hij staat symbool voor het werk van de Brabander Theodoor van Berckel.
Van dit munttype werden slechts 44.521 stuks aangemunt. Zeldzaam.
Delmonte 395a ; de Witte 1156 ; Vanhoudt 870 ; Davenport 1285 R
Enkele minieme krasjes/justeersporen, doch weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. pr-/pr+ |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPAANJAARDEN O.L.V. DE MARKIES VAN SPINOLA, eind juli 1625-6 juli 1625 - Noodmunt van 20 stuivers 1625
gewicht 4,97gr. ; zilver 22,5x20mm. meesterteken: roos
vz. Stadswapen binnen een cirkel, omringd door de tekst; •BREDA•OBSES•1625, daaboven een instempeling 20, eronder een instempeling ″roos″. kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Delmonte 323 ; van Gelder en Hoc 230 ; Mailliet 18,14 ; van Loon II,157,4 ; CNM,2.09.10 R
Minieme zwakte van de slag, doch attractief exemplaar met een mooi patina. Zeldzaam. pr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. DE AMBROGIO SPINOLA, 1624-1625 - Noodmunt van 40 stuiver 1625 (emissie januari)
gewicht 10,01 gram ; zilver 26 x 26mm. meesterteken: roos
vz. Gekroond wapenschild van de Prins van Oranje omringd door de tekst; •BREDA•OBSESSA•1625, binnen een parelcirkel. Op de hoeken vier instempelingen; de waarde aanduiding 40, twee maal het wapenschild van Breda en het meesterteken roos kz. Blanco
Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.
Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.
Delmonte 322 ; van Gelder 229 ; Mailliet 17, 13 ; van Loon II, 157, 3 ; de Witte 1044 ; Vanhoudt 678 ; CNM.2.09.9 R
Minieme zwakte van de slag, doch zeer attractief exemplaar met een prachtig patina. Zeldzaam. zfr/pr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - ¼ Patagon 1628, Brussel
gewicht 6,79gr. ; zilver Ø 31,5mm. muntmeester: Gilbert Clenarts muntteken: engelkopje
vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met Bourgondisch vuurstaal in het hart, daaronder hangend de ramsvacht, kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door vier vonken, in het veld I6 - 28, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• engelkopje kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal, omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVST•DV - X•BVRG•BRAB•Zc•
Ofschoon van het muntteken op deze munt nauwelijks iets is waar te nemen a.g.v. een zwakte van de slag, is Brussel toch met zekerheid de muntplaats. De twee andere Brabantse muntateliers, te Antwerpen en Maastricht, hadden in dat jaar namelijk geen productie van ¼ patagons.
Delmonte 311 ; van Gelder & Hoc 331-3 ; de Witte 1028 ; de Mey 757 ; Vanhoudt 647.BS ; KM.54.3 lichte zwaktes van de slag zfr- |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - ALBRECHT & ISABELLA, 1598-1621 - Zilveren Reaal z.j. (1603-1607), Antwerpen
gewicht 2,64gr.; zilver Ø 26mm. muntmeester: Cornelis de Letter muntteken: hand
vz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië-Portugal, omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, omringd door de tekst; ALBERTVS•ET - ELISABET•D:G• kz. Bourgondisch stokkenkruis geflankeerd door de letter A - E, daaronder hangend de ramsvacht, kleinood van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een gladde cirkel, omringd door de tekst; ARCHIDVCES•AVST•DVCES•BVRG•ET•BRAB en hand
Het aantreden van Albrecht & Isabella in 1598 als nieuwe regerende vorsten betekende tevens de introductie van een reeks nieuwe munttypen. Een daarvan was de zilveren reaal, die in 1603 werd ingevoerd. Het werd uitgegeven op de koers van 5 stuivers en was vervaardigd van hooggehalte zilver (896/1000). Het werd alleen voor Brabant en Doornik aangemunt tot 1610. Het paste, met een waarde van 5 stuivers niet goed binnen de nieuwe muntenreeks die in 1612 werd ingevoerd; nml. de patagon (48 stuiver), ½ patagon (24 stuiver), ¼ patagon (12 stuiver), schelling (6 stuiver), driestuiverstuk en 1 stuiverstuk. De aanmunting van de zilveren reaal kreeg derhalve geen vervolg en zou beperkt blijven tot de periode 1603-1610.
van Gelder & Hoc 293-1 ; de Witte 907 ; de Mey 644 ; Vanhoudt 595.AN miniem gegolfd muntplaatje fr/zfr |
|
|  |
 |
 |
ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - PHILIPS DE GOEDE, 1419-1467 - Dubbele groot vierlander z.j. (1466-1467), Leuven
gewicht 2,47gr. ; zilver Ø 29mm. muntmeesters: Clemens & Victor van Merende muntteken: klimmende leeuw naar links
vz. Bourgondisch wapen binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠PHS:DЄI:GRA:DVX:BVRG:BRAB:Z:LIMB: kz. Lang gevoet kruis geplaatst over een parelcirkel, leeuw in het ruitvormig opengewerkte hart, in de kwartieren om en om een lelie en een naar links klimmende leeuw, omringd door de tekst: ✠MONЄT - A:NOVA: - DVC:BR - ABANT:
Dit munttype werd volgens ordonnantie van 23 januari 1434 aangemunt in de gebieden Vlaanderen, Henegouwen, Brabant en Holland, vandaar de naam ″vierlander″. Voor Brabant vond de eerste emisie plaats te Brussel in de periode 1434-1437, op het voorgeschreven gewicht van 3,40 gram. De tweede emissie vond plaats te Leuven in de jaren 1466-1467 op een gereduceerd gewicht van 2,97 gram. Getuige het gewicht van 2,47 gram is het aannemelijk dat dit stuk tot de tweede emissie behoort. Schaars.
van der Chijs XV, 8; van Gelder & Hoc 9-1 ; de Witte 378 ; de Mey 314 ; Vanhoudt 3.LE S lichte zwaktes van de slag zfr-/zfr |
|
|  |
 |
|
|  |
 |
|
|  |
|
|