Munthandel G. Henzen
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN
Home

Welkom op de website van Munthandel G. Henzen. Via de navigatiebalk wordt u op eenvoudige wijze door onze website heengeleid. Als u op foto’s klikt verschijnt een uitvergroting. Bevalt een munt u, dan kunt u het bestellen door op ‘Bestellen’ te klikken. De gewenste munt of munten worden verzameld op een bestelformulier. Is uw bestelling compleet, dan kunt u deze eenvoudig naar ons e-mailen. U krijgt dan van ons per e-mail een bevestiging toegezonden in de vorm van een factuur. Het bestelde wordt na ontvangst van betaling toegezonden.

Uiteraard is het ook mogelijk om ons, op afspraak, te bezoeken. U kunt dan hetgeen waarin u geïnteresseerd bent op ons kantoor bekijken.

Voor onze trouwe klanten geven we ook regelmatig rijk geïllustreerde prijslijsten uit met speciale aanbiedingen. Bij uw bestelling kunt u aangeven of u deze prijslijsten wilt ontvangen.

Wij wensen u veel plezier bij het bekijken van onze website en wij hopen dat er iets van uw gading bij zal zitten.

Gijs Henzen

Actualiteiten en historische feiten die wij graag onder de aandacht brengen:

Hoe is het toch mogelijk dat er nog steeds mensen zijn die nog enige sympathie hebben voor Israël. Als er nog Christenen zijn die Israël steunen, dan hebben zij weinig begrepen van het Christendom en het Jodendom. Het moderne Israël heeft maar weinig met het religieuze Jodendom te maken of het Bijbelse Israël en is daar zelfs mee in strijd. Er bestaan maar weinig landen die zo wreed en moordzuchtig zijn als deze racistische Apartheidsstaat van Europese kolonisten (zgn. Zionisten). Ze hebben nu weer een nieuwe racistische wet bedacht, zodat ze de Palestijnen volgens hun corrupte wetgeving kunnen vermoorden. Men moet zich daarbij bedenken dat er ook vele duizenden Palestijnen in Israëlische gevangenissen zitten zonder dat daar een rechtmatige reden voor is. Ze zijn gewoon willekeurig opgepakt omdat de Israëli′s dat nu eenmaal kunnen. Er is niemand die ze daartoe belemmerd. Palestijnen zijn in Israël volstrekt rechteloos. Verkrachtingen en martelingen zijn aan de orde van de dag en bekentenissen in die omstandigheden hebben dan ook geen enkele rechtsgeldigheid, maar het kan onschuldige Palestijnen straks wel de kop kosten. Israël heeft haar pijlen nu ook gericht op Libanon waar, net als bij Gaza, onschuldige burgers uit hun dorpen en huizen worden verdreven of vermoord. Dit alles in het kader van de vorming van een ″groot Israël″, een idiote gedachte van godsdienstwaanzinnigen die momenteel het beleid in Israël bepalen. Genocide, massamoorden, martelingen, verkrachtingen, diefstal van land en bezit, uithongering, sadisme, Israël brengt dit alles op grote schaal in praktijk en de internationale gemeenschap doet niets. Waarom economische sancties voor Rusland en Iran en niet voor Israël ? Israël is minstens zo misdadig, niet een paar jaar maar al vanaf haar ontstaan in 1948. Israël is een totaal mislukt project dat nooit in deze vorm had mogen bestaan. Wat en wie heeft de Zionisten, kolonisten uit Europa, het recht gegeven om het land en de huizen te stelen van de Palestijnse bevolking ?, de rechtmatige bewoners van Palestina. Het Zionisme is de grootste oorzaak van het huidige antisemitisme. Antisemitisme moet ten alle tijde worden bestreden en daarmee dus ook het Zionisme. Feitelijk is de vorming van de staat Israël met al haar misdaden een trap na voor alle slachtoffers van de Shoah. Immers, de staat Israël doet precies hetzelfde als het Naziregime, alleen zijn nu de Palestijnen het slachtoffer. De joodse slachtsoffers van de Shoah draaien zich om in hun graf ! Ze worden opnieuw vernederd, thans door de Zionisten. Bovendien is Israël een voortdurende bedreiging voor het hele Midden-Oosten. Deze satellietstaat van Europa en de VS hoort daar niet en is een kwaadaardig gezwel voor de regio. Pas als Israël wordt gedekoloniseerd en ontmanteld kan er een langdurige vrede zijn in die regio, eerder niet. Een twee-staten-oplossing is een volstrekte utopie omdat van een gelijkwaardige en rechtvaardige verdeling van land en goed nooit sprake is geweest en zal zijn. Israël had om die reden nooit als staat erkent mogen worden. Het is moordzuchtig, racistisch en het bevorderd het antisemitisme.  Dat was een grote vergissing. Palestina kan het tehuis zijn voor de oorspronkelijke bewoners van deze regio, zoals Palestijnen, Christenen en Arabische Joden. Die hebben daar zo′n 2000 jaar in vrede samen geleefd, totdat Europese kolonisten, met name Ashkenazi Joden uit Oost-Europa, die hegemonie totaal verstoorden en in 1948 een racistische Apartheidsstaat stichtten en dood en verderf zaaiden in de wijde regio......

https://www.youtube.com/watch?v=211f_Z5KYy8 

Het is een taak van een iederongeacht beroep, status of maatschappelijke positie, zich uit te spreken tegen de moordenaars en onderdrukkers van deze wereld, Of het nu om Trump, Putin, Netanyahu of Xi Jinping gaat. Zodra we zwijgen geven we hen vrijbaan en zijn we uiteindelijk allemaal slachtoffer. Wat is een mens zonder menselijkheid, rechtvaardigheid en mededogen ? Wees geen lafaard maar spreek u uit tegen onrecht!

Veel Nederlanders hebben zich in 1940-1945 niet of te weinig verzet tegen de genocide op de Joden. Thans gebeurt dit met de Palestijnen en Libanezen. Maak niet dezelfde fout; BLIJF NIET STILZITTEN EN KOM IN ACTIE TEGEN DIT GROTE ONRECHT:

STEUN : https://rightsforum.org

Zoeken op productnaam





Maandaanbieding

WORLD COINS

LOT: 176 various unsorted world coins, mainly from the period 1900-1980.
Mainly in base metal, but also a few silver.
Various qualities. Sold as is. No returns.
SURPRISE LOT. NO PHOTOS AVAILABLE !

50,00 



Nieuwe aanwinsten

NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - HEERLIJKHEID UTRECHT - PHILIPS II, 1555-1581 - 1/5 Philipsdaalder 1571, Utrecht

gewicht 6,70gr. ; zilver Ø 30mm.
muntmeester: Floris Florisz.
muntteken: stadsschildje van Utrecht

vz. Geharnast borstbeeld van Philips II naar rechts, daaronder
15 stadswapentje van Utrecht 71, omringd door de tekst
•PHS•D•G•HISP•Z•REX•DNS•TRAIEC•
kz. Gekroond wapen van Spanje-Oostenrijk-Bourgondië rustend op
Bourgondisch stokkenkruis tussen twee Bourgondische vuurstalen
met afspattende vonken, omringd door de tekst;
• – DOMINVS – MIHI – ADIVTOR – • 

Dominus Mihi Adiutor; ″de Heer is mijn helper″.
was de lijfspreuk van de streng (katholiek) gelovige Philips II.

Dominus Mihi Adiutor; ″the Lord is my helper″,
was the motto of the firm  (catholic) believer Philips II

van der Chijs XXIII, 5 ; van Gelder & Hoc 212-16 ;
CNM.2.43.8 ; Vanhoudt 306.UT
S
Attractief exemplaar met een mooi patina. Schaars.
zfr+ à zfr/pr

295,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1771, Dordrecht

gewicht 3,48gr. ; goud Ø 22,5mm.
muntmeester Wouter Buck
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder staande naar rechts
met in zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een
pijlenbundel (7 pijlen), geflankeerd door het jaartal I7 - 7I,
omringd door de tekst; CONCORDIA•RES - PAR•CRES•HOL•
kz. Dubbel gelijnd vierkant met schelp- en bladornamenten aan
de zijden en op de hoeken, met daarbinnen een tekst in 5 regels;
MO:ORD: / PROVIN / FOEDER / BELG•AD / LEG•IMP•

Delmonte 775 ; Verkade 39.6 ; HNPM.15 ;
CNM.2.28.54 ; Friedberg 250

zfr/pr

750,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1763, Dordrecht

gewicht 9,89gr. ; goud Ø 27mm.
muntmeester: Wouter Buck
muntteken; roos

vz. Geharnaste en gehelmde Nederlandse ridder te paard naar rechts,
geheven zwaard in zijn rechterhand terwijl hij met zijn linkerhand de
teugels vasthoudt, daaronder het gekroonde provinciewapen van Holland,
omringd door de tekst; MO:AUR:PRO:CONFOED: - BELG :HOLLAND: ✿
kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding
14 - GL, erboven het opgesplitste jaartal 17 - 63, omringd door de tekst;
CONCORDIA•RES•PARVÆ•CRESCUNT.

Het betreft hier het laatste jaar van de gouden rijder voor Holland. Nadat de muntslag van hele en halve gouden rijders vanwege de sterk gestegen goudprijs in 1762 vrijwel tot stilstand was gekomen, werd deze in 1763 weer hervat. Na de Vrede van Hubertsburg (15 februari 1763) kwam zoveel muntmateriaal naar de Republiek, dat men er geen weg mee wist en de munthuizen het niet genoeg verwerken konden. De goudkoers was om die reden weer gedaald, waardoor aanmunting van gouden rijder weer lucratief werd. Anders dan bij negotiemunten, zoals de gouden dukaat, was de gouden rijder een standpenning; het werd uitgegeven conform vaste waarden van het muntstelsel en tegen de vaste gegarandeerde koers van 14 gulden. De koers van negotiepenningen fluctueerde met de goudprijs mee. In de loop van 1763 was de goudprijs echter weer dermate opgelopen, dat rendabele aanmunting van gouden rijders niet meer mogelijk bleek. Daarmee kwam een definitief einde aan de aanmunting van de gouden rijder. Naast negotiepenning en standpenningen is er nog een derde categorie binnen het muntwezen, namelijk de pasmunten. Die waren slechts wettig betaalmiddel voor beperkte sommen. De gegarandeerde waarde van de pasmunten kwamen in veel gevallen ook niet overeen met de metaalwaarde van die munten.

This concerns the final year of the gold rider for Holland. After the minting of whole and half gold riders had virtually come to a standstill in 1762 due to the sharply rising price of gold, it was resumed in 1763. Following the Peace of Hubertsburg (15 February 1763), so much coinage material arrived in the Republic that it was at a loss and the mints could not process enough of it. For this reason, the price of gold had fallen again, making the minting of the gold rider lucrative once more. Unlike trade coins, such as the gold ducat, the gold rider was a standard coin; it was issued in accordance with fixed values ​​of the monetary system and at the fixed guaranteed rate of 14 guilders. The rate of trade coins fluctuated with the price of gold. However, in the course of 1763, the price of gold had risen again to such an extent that profitable minting of gold riders proved no longer possible. This marked a definitive end to the minting of the gold rider. In addition to trade coins and standard coins, there is a third category within the monetary system, namely small change for daily circulation. These were legal tender only for limited sums. In many cases, the guaranteed value of the small change coins did not correspond to the metal value of those coins.

♦ very attractie lustrous specimen with fine details ♦

Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253
Weinig gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans. Zeer attractief.
pr/unc

3.650,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HOLLAND - JAN VAN BEIEREN ALS PANDGRAAF, 1418-1425 - Beiersgulden z.j. (em. 1421/1422), Dordrecht

gewicht 3,45gr. ; goud Ø 23mm.
muntmeesters Jan Nemery en Godschalk Tielmansz Oem

vz. Johannes de Doper, met mantel en nimbus, staande frontal met in zijn
linkerhand een kruisscepter, daaronder kruisje, binnen een gelijnde en geparelde
cirkel, omringd door de tekst; • - S•IOhANNЄS - BABTISTA leeuwtje •
kz. Dubbelgelijnde vierpas met daarbinnen het wapen van het Heilige Roomse Rijk
(dubbelkoppige adelaar) omringd door een wapenschildje met een adelaar, een
klimmende leeuw naar rechts (Holland), een gevoet kruis en een wapenschildje met
ruiten (Beieren), aan de buitenzijden van de bogen kleine bloemversieringen, binnen
een parelcirkel, omringd door de tekst; ✠DVX•BAVA•IOh•FILI•hA•hOLAND Z

Deze Sint Jansgoudgulden werd in 1421 uitgegeven op een koers van 30 groot en stond spoedig bekend als de “Beiersgulden”. Het is een mooi voorbeeld van middeleeuwse imitatie muntslag. Zo betreft het hier hier een getrouwe navolging van de Utrechtse gulden van Frederik van Blankenheim, Bisschop van Utrecht (1393-1423), die in de jaren 1415-1420 te Rhenen en Hasselt werd aangemunt. Dat op zijn beurt weer een imitatie was van de Reynaldusgulden van hertog Reinald van Gulik, hertog van Gelre (1402-1423), die in de jaren 1409-1415 te Arnhem werd aangemunt. De Hollandse en Utrechtse imitaties hebben daarbij de oorsponkelijk Gelderse wapenschildjes vrijwel ongewijzigd overgenomen, met als enige verschil dat het onderste (fantasie) wapenschildje, dat oorspronkelijk bestond uit arceringen, op de Hollandse gulden is vervangen door een wapenschildje met de Beierse ruiten. Het wapenschildje met de klimmende leeuw naar rechts is multi interpreteerbaar en had bij Gelre de betekenis van “wapen van Roermond”, bij Utrecht “wapen van Blankenheim” en bij Holland “wapen van Holland”. De wapenschildjes met de eenkoppige adelaar (Arnhem) en het kruis (Zutphen) zijn voor deze Hollandse guldens eigenlijk betekenisloos, in die zin dat ze geen enkel verband hebben met het graafschap Holland en louter dienen voor de symmetrie.

Op deze gulden draagt Jan van Beieren de hoogst ongebruikelijke titel van filius Hanoniae, Hollandiae, Zeelandiae (zoon van Henegouwen, Holland, Zeeland). Een duidelijk bewijs dat hij zich op de munten niet de titel van comes (graaf) durfde aanmeten. Dit hield ongetwijfeld verband met het feit dat hij tijdens het Verdrag van Woudrichem (13 februari 1419) zijn nicht Jacoba als gravin van Holland, Henegouwen & Zeeland had erkend, met de voorwaarde dat hij voor de duur van vijf jaar samen met Jan van Brabant, Jacoba′s echtgenoot, het bestuur over Holland en Zeeland zou voeren.

John of Bavaria was born in 1374 in Le Quesnoy (Hainaut), the youngest son of Albert of Bavaria (of the House of Wittelsbach) and Margaret of Brieg. John was destined for a spiritual career. From a young age, he was, among other things, a canon of the cathedral chapter of Cambrai and provost of Cologne. In 1389, he was elected Prince-Bishop of Liège. However, he was not particularly popular there, forcing him to flee the city in 1406 and settle in Maastricht. After renouncing the bishopric of Liège and resigning from the clergy, King Sigismund granted him Holland, Zeeland, and Hainaut on 27 April 1418, recognized him as a count by Dordrecht and South Holland, and inaugurated as such in Dordrecht on 23 June. In 1418, Jan married Elisabeth of Görlitz, thus also becoming Duke of Luxembourg. The marriage remained childless. Jan "without Grace" was not a beloved ruler. Ultimately, he was poisoned by his court marshal, Jan van Vliet, in 1424, from which he died on 6 January 1425. He was buried in the Kloosterkerk (Monastery Church) in The Hague.

van der Chijs XI, 1 ; Grolle 20A.4.4 ; van Gelder 79 ;
Delmonte 734 ; Slg. de Wit 780 ; Friedberg 117
R
Minieme zwaktes van de slag, doch voor dit type een mooi exemplaar.
Zeldzaam.
zfr

1.650,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS IV, 1621-1665 - Patagon 1636, Brussel

gewicht 27,99gr. ; zilver Ø 40mm.
muntmeester Gilbert Clenarts
muntteken engelkopje

vz. Gekroond Bourgondisch stokkenkruis met vuurstaal in het centrum,
daaronder kleinood (ramsvacht) van de Orde van het Gulden Vlies hangend
omringd door vier vonken, in het veld 16 - 33, binnen een gladde cirkel,
omringd door de tekst; •PHIL•IIII•D•G•HISP•ET•INDIAR•REX• engelkopje
kz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië-Spanje-Portugal,
omsloten door de keten van de Orde van het Gulden Vlies, binnen een
gladde cirkel, omringd door de tekst; •ARCHID•AVTS•DVX•BVRG•BRAB•Zc•

In 1612 werd de aanmunting van kruisrijksdaalder, die eerder onder Philips II waren geslagen, hervat. Het werd uitgegeven op een koers van 48 stuiver met een gewicht van 28,25 g en een fijn zilver gehalte van 0,873. Al spoedig kwamen deze rijksdaalder bekend te staan als pat(t)acon, patagon of Albertusdaalder. De munt werd erg populair om hun kwaliteit, gehalte, ontwerp en afwerking, niet alleen binnen de Spaanse Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Men name in Oost-Europa en Rusland was de patagon een erg gewild betaalmiddel. De patagon werd voor het laatst geslagen in 1711 onder de Spaanse troonpretendent Karel III (1703-1711) in Antwerpen.

In 1612, the minting of cross-rijksdaalder, which had previously been minted under Philip II, was resumed. It was issued at a rate of 48 stuivers with a weight of 28.25 g and a fine silver content of 0.873. Soon these Rijksdaalder came to be known as pat(t)acon, patagon or Albertusdaalder. The coins became very popular for their quality, content, design and finish, not only within the Spanish Netherlands but also far beyond. Particularly in Eastern Europe and Russia, the patagon was a very popular means of payment. The patagon was last minted in 1711 under the Spanish pretender to the throne Charles III (1703-1711) in Antwerp.

variant: met foutief AVTS i.p.v. van het correcte AVST(RIÆ).
Als zodanig zeer zeldzaam.


Delmonte 295var. ; van Gelder & Hoc 329-3var. ;
de Witte 1026var. ; vgl. Vanhoudt 645.BS ; vgl. Davenport 4462
RR
de gebruikelijke zwaktes van de slag
zfr-

335,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SPANISH NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - PHILIPS V, 1700-1712 - Dukaton 1703, Antwerpen

gewicht 32,57gr. ; zilver Ø 42mm.
muntmeester: Jean Baptiste Sneyers sr.
muntteken: hand
met kabelrand
stempeleigenschappen: voorzijde geslagen in laag reliëf

vz. Geharnast en gedrapeerd borstbeeld van koning Philips V met
lange pruik naar rechts, omhangen met de keten van de Orde van
het Gulden Vlies, daaronder hand, omringd door de tekst;
PHILIPPUS V•D•G•HISPANIARUM ET INDIARUM REX
kz. Gekroond wapenschild van koning Filips V van Spanje, ondersteund
door twee leeuwen, daaronder de keten van de Orde van de Heilige Geest
en de Orde van het Gulden Vlies, erboven naast de kruis van de kroon het
opgesplitste jaarta 17 - 03, omringd door de tekst;
• BURGUND  -  • DUX •  -  BRABAN•Zc

De dood van koning Karel II, de laatste Spaanse Habsburger, leidde een periode in van Europese crisis. Zowel koning Lodewijk XIV van Frankrijk als keizer Leopold I konden voor hun nakomelingen aanspraak maken op de Spaanse troon. Om het politieke evenwicht in Europa niet te verdedigen, hadden ze meermalen onderhandeld om het reusachtige Spaanse rijk dat naast Spanje en zijn kolonies ook de Zuidelijke Nederlanden en grote delen van Italië omvatte, te verdelen. Karel II en zijn ministers wilden niet van een opdeling weten en door zijn testament ging de hele erfenis naar de hertog van Anjou, een kleinzoon van Lodewijk XIV; toen deze aanvaardde en de Spaanse troon besteeg als Philips V, brak in 1701 de Spaanse Successieoorlog uit.

Philips V werd te Versailles geboren op 19 december 1683, de tweede zoon van Lodewijk, le Grand Dauphin en Maria Anna Victoria van Beieren. Hij was een kleinzoon van koning Lodewijk XIV van Frankrijk en voerde de titel van hertog van Anjou. Bij de Vrede van Utrecht (1713) die een eind maakte aan de Spaanse Successieoorlog werd hij als koning van Spanje erkend. Daarbij werd uitdrukkelijk vastgelegd dat Philips′ nakomelingen uitgesloten waren van de Franse troon. Tevens werd bepaald dat de Spaanse Nederlanden over gingen naar de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg, naar Keizer Karel VI, die daarmee afzag van de Spaanse kroon. Daarmee werden de Spaanse Nederlanden voortaan de Oostenrijkse Nederlanden. Philips V stierf op 9 juli 1746 in Madrid.

The death of King Charles II, the last Spanish Habsburg, ushered in a period of European crisis. Both King Louis XIV of France and Emperor Leopold I could lay claim to the Spanish throne for their descendants. In order not to defend the political balance in Europe, they had repeatedly negotiated to divide the vast Spanish empire, which, in addition to Spain and its colonies, also encompassed the Southern Netherlands and large parts of Italy. Charles II and his ministers wanted nothing to do with a partition, and through his will, the entire inheritance went to the Duke of Anjou, a grandson of Louis XIV; when the latter accepted and ascended the Spanish throne as Philip V, the War of Spanish Succession broke out in 1701.

Philip V was born in Versailles on 19 December 1683, the second son of Louis, le Grand Dauphin, and Maria Anna Victoria of Bavaria. He was a grandson of King Louis XIV of France and held the title of Duke of Anjou. At the Peace of Utrecht (1713), which ended the War of Spanish Succession, he was recognized as King of Spain. It was explicitly stipulated that Philip′s descendants were excluded from the French throne. It was also determined that the Spanish Netherlands passed to the Austrian branch of the House of Habsburg, to Emperor Charles VI, who thereby renounced the Spanish crown. Consequently, the Spanish Netherlands became the Austrian Netherlands. Philip V died on 9 July 1746, in Madrid.

♦ voor dit munttype een bijzonder mooi exemplaar ♦

for the type an exceptionally well-preserved example


Delmonte 354c ; van Gelder & Hoc 365-1c ; de Witte 1096 ;
de Mey 828 ; Vanhoudt 737 ; KM.131.3 ; Davenport 1707

zfr/pr à pr-

1.850,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BRUSSEL - BLOKKADE DOOR DE SPANJAARDEN, 1579-1580 - Noodmunt van 36 stuiver 1580

gewicht 25,00gr. ; zilver 32,5 x 32,5mm.

vz. Ruitvormig muntplaatje met daarin centraal geslagen rond
muntstempel met de afbeelding van het Brusselse stadswapen
(Sint Michael en de draak), geflankeerd door het gesplitste jaartal
15 - 80, erboven de waarde aanduiding 36  ST, omringd door de
tekst: PERFER∘ET∘OBDVRA∘BRVXELLA ✿
vertaald: Brussel, ga door en wees sterk.
kz. Blanco

Na de verovering van Maastricht door de Spanjaarden o.l.v. Alexander Farnese, de prins van Parma, in 1579, richtten de Spanjaarden zich op de stad Brussel. In die periode was Brussel een centrum van het calvinistische verzet in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog. De verbindingen naar het Noorden werden afgesneden, maar tot een werkelijke belegering kwam het niet. Hoewel de stad niet volledig werd omsingeld, was de regio rond Brussel het toneel van hevige gevechten tussen de Spaanse troepen en de opstandelingen. Dit had tot gevolg dat veel aanvoerwegen in de praktijk geblokkeerd waren, hetgeen tot isolatie van de stad leidde. Om die reden deed het stadsbestuur toch het verzoek aan de Staten-Generaal om toestemming te krijgen tot het slaan van noodmunten ter waarde van 3 gulden, 36 en 18 stuiver. Dit kwam overeen met de gouden Statenkroon, de zilveren Statendaalder en de ½ Statendaalder. Die toestemming werd op 7 september 1579 verleend. Daarop volgde een productie op 23 september 1579 en 4 juni 1580 ; 782 gouden 60 stuiverstukken (kroon), 12.400 stuks zilveren 36 stuiverstukken (statendaalder) en 3775 stuks 18 stuiverstukken (1/2 statendaalder). Een groot deel van die noodmunten zijn na de blokkade weer omgesmolten of anderszins verloren gegaan. Vandaag de dag zijn het zeldzaamheden. Het definitieve beleg van Brussel, waarbij de stad werd omsingeld en uiteindelijk in 1585 capituleerde en in Spaanse handen viel, vond pas later plaats (1584-1585).

Van dit munttype werden gedurende de jaren 1579-1580 slechts 12.400 stuks aangemunt. De koers was gelijk aan de Statendaalder. Van dit munttype bestaan meerdere stempels. Bij dit exemplaar bevinden zich geen punten tussen en naast de waarde aanduiding. Daarnaast heeft het kleine cirkels als interpunctie i.p.v. de meer gebruikelijke punten of rozetten. Zeer zeldzaam.

herkomst: afkomstig uit de Van Erp collectie

Delmonte 216 ; van Gelder 160 ; Mailliet 20, 6 ; van Loon I, 278, 3 ;
de Witte 823 ; Vanhoudt Atlas I.255 ; de Mey 604A ; Vanhoudt 540
RR
Bijzonder mooi exemplaar van een scherpe slag. 
pr

5.500,00 



NERO, 54-68 - AE Sestertius, Lugdunum (67)

weight 23,85gram. ; orichalcum Ø 34mm.

obv. Head of Nero, laureate, right; small globe at point of neck,
surrounded by the legend; IMP NERO CAESAR AVG P MAX TR POT P P
rev. Nero, bare-headed and togate, standing left, with praetorian prefect
on platform, raising right hand to three soldiers; foremost carries standards;
behind, battlemented structure above pillared building, S – C across fields
in exergue; ADLOCVT COH

The scene on the reverse of this sestertius of Nero depicts the emperor saluting three soldiers while attended by the prefect himself. The soldiers depicted in this extremely rare ″Adlocutio″ (″addressing the troops″) sestertius of Nero are probably not from the Praetorian Guard, as is often claimed. At least one of the soldiers is heavily bearded and all are shown without armor, wearing only tunics, cloaks and swords slung at their hips. The standards they carry are quite different from those depicted on Roman coins and sculpture, which bear a multitude of discs, banners and other emblems; these rather spindly standards have several hemispherical and one disc-shaped adornment each. These features indicate the troops Nero addresses are members of the Numerus Batavorum, also called Germani Corpori Custodes, the elite German Bodyguard that served the Julio-Claudian dynasty. The members of the Numerus Batavorum were recruited from the Germanic tribes resident in, or on the borders of, the Roman province of Germania Inferior, with most recruits drawn from the Batavi but also from neighbouring tribes of the Rhine delta region, including the Frisii, Baetasii and Ubii. German bodyguards were first employed by Julius Caesar and by the end of Augustus′s reign they numbered between 500 and 1,000 men. They were briefly disbanded after the battle of the Teutoburg Wild, but were reconstituted by Tiberius and were the last force to remain loyal to Nero when his regime collapsed in AD 68.

♦ spectacular and extremely rare sestertius of Nero ♦

cf. Gorny & Mosch, Auktion 203, Lot 327 (in xf : € 65.000 =15%)

Cohen – (cf. 7) ; RIC 564 ; BMC - ; Sear- (cf. 1951) RRR
Some minor roughness, but overall very attractive specimen with
dark patina and fine details.
vf/xf

19.500,00 



PHILIPPUS I ARABS, 244-248 - AR Antoninianus, Rome (245-247)

weight 4,59gr. ; silver Ø 23,5mm.

obv. Radiate bust, wearing paludamentum and cuirass,
surrounded by the legend; IMP M IVL PHILIPPVS AVG
rev. Roma seated left, holding Victory and sceptre, shield at side,
surrounded by the legend;  ROMAE AETERNAE

ROMAE AETERNAE (or Roma Aeterna) is a Latin phrase found on Roman coins that translates to "Eternal Rome" or "To Eternal Rome". It is a key propaganda message used to promote the idea that the city of Rome and its empire were destined to endure forever, embodying a divine and permanent power.

Cohen 169 ; RIC 44b ; Sear 8952
attractive specimen, struck on a broad flan
vf/xf

85,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Gouden dukaat 1769, Utrecht

gewicht 3,42gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeester Johan Christoph Novisadi
muntteken stadsschildje van Utrecht

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar rechts met in zijn
rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een pijlenbundel
(7 pijlen), geflankeerd door het jaartal 17 -  69, omringd door de tekst;
CONCORDIA RES - PAR:CRES:TRA• - stadsschildje
kz. Gelijnd vierkant met bladversieringen op de hoeken en blad-
en schelpdecoraties aan de zijden met daarbinnen tekst in 5 regels;
MO:ORD: / PROVIN: / FOEDER: / BELG•AD / LEG•IMP.

Zeldzaam jaartal ; Rare date.

Delmonte 965 ; Verkade 98.4 ; HNPM.27 ; CNM.2.43.46 ;
van der Wiel 162 (JMP.1975-1977) ; Friedberg 285
R
zfr-

775,00 



CLAUDIUS, 41-54 & MESSALINA - EGYPTE - AR Tetradrachm, year 4 (43/44 AD), Alexandria

weight 12,85gr. ; silver Ø 24mm.

obv. Laureate head of Claudius right, L Δ in lower right field, surrounded
by the legend; ΤΙ ΚΛΑΥΔΙ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑ ΓΕΡΜΑΝΙ ΑΥΤΟΚΡ
rev. Messalina standing, left veiled and holding two small figures
and corn stalks leaning on column, surrounded by ther legend;
ΜΕΣΣΑΛΙΝΑ ΚΑΙΣ ΣΕΒΑΣ

Valeria Messalina, born ca. 17/20 AD,  was the daughter of Domitia Lepida and Marcus Valerius Messala Barbatus the Younger. Through her father, she was descended from Caius Claudius Marcellus and Octavia, sister of the exalted Augustus. Her mother was also descended from Octavia, but through her second marriage to Markus Antonius. This meant that she had more connection to the divine Augustus than the husband that she married in around 38 or 39 AD, Claudius. It also meant that they were cousins once removed, but being related to your spouse was par for the course in the Julio-Claudian dynasty. Her unbridled sexual excesses, her frequent adultery and her plots against her family and her husband would eventually lead to her murder in 48 AD.

♦ an interesting an rare coin ♦

BMC 73 ; Dattari 125 ; Luynes 3620 ; SNG.France 186 ;
Milne 94 ; RPC.5145 ; Emmett 74 ; SNG.Copenhagen 63-64 ; 
Slg. Köln (Geissen) 81 ; Förschner- (cf. 66) ; Sear- (cf. 1877)   
R
vf

650,00 



JULIANUS II APOSTATA, 360-363 - AR Siliqua, Lugdunum (360-361)

weight 1,78gr. ; silver Ø 18mm.

obv. Draped and cuirassed bust with double pearl diadem to right,
surrounded by the legend; DN FL CL IVLIANVS P F AVG
rev. VOTIS / V / MVLTIS / X within laurel-wreath decorated with
a medallion on the front and cord on the back, LVG in exergue

Flavius ​​Claudius Julianus was born in 331 in Constantinople and was a nephew of Emperor Constantine the Great. When Constantine died in 337, a massacre was committed among his family in Constantinople. Julianus narrowly escaped death. His nephew Constantius II would eventually gain sole rule over the Roman Empire. Young Julian was raised by the bishop of Nicomedia and in 342 he was transferred to Cappadocia by order of Constantius. There he led a solitary life and found comfort in reading all kinds of Christian and pagan scriptures. That was the basis for his great reading. He then went on to study in Constantinople for his further development. Nicomedia, Pergamon and Ephesus. In Ephesus he met the pagan philosopher Maximus, which would have a great influence on Julianus′ thinking. Raised as a Christian, he turned his back on that faith in 351. Hence his nickname "the Apostate″.

In 355 he was appointed Caesar in Gaul by Constantius. He turned out to be a skilled administrator and soldier and became very popular with his soldiers. They proclaimed him Augustus in 360. This meant that he came into conflict with Emperor Constantius and a civil war broke out. Because Constantius died unexpectedly in the autumn of 361, there was no military encounter and Julianus became the new emperor. As a heathen, he did not persecute the Christians. He did make life miserable for them, for example in education, and pagan temples were reopened and animals were sacrificed to the gods. In his appearance with a philosopher′s beard, Julianus also deviated from his predecessors. In 363 he went into battle against the Persians. This was fatal for him. He was fatally struck by a spear near Baghdad on the night of June 26-27.

Cohen 163 ; RIC 218 ; Bastien 261 ; Sear 19130
Wonderful specimen with fine details and attractive toning.
xf

350,00 



JULIANUS II THE APOSTATE, 360-363 - AE Centenionalis, Heraklea (362-363)

weight 3,76gr. ; bronze Ø 19mm.
officina 1 (A)

obv. Pearl-diademed, helmeted and cuirassed bust of Julianus left,
holding spear and shield, surrounded by the legend;
DN FL CL IVLIANVS P F AVG
rev. VOT / X / MVLT / XX within laurel-wreath decorated with
a medallion on the front and cord on the back, HERACLA in exergue

Raised as a Christian, he turned his back on that faith in 351.
Hence his nickname "the Apostate".

Cohen 151 ; RIC 105 ; LRBC II, 1908-1909 ; Sear 19174
Minor traces of oxidation. Dark patina.
xf-

85,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - ½ Leeuwendaalder 1641, vermoedelijk Deventer

gewicht 13,29gr. ; zilver Ø 34mm.
muntmeester: Hendrik Wijntgens
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar rechts
gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het geluste
uiteinde in zijn rechterhand houdt, het provinciewapen binnen een
geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; •MO•ARG•PRO•CON•  –  •FOE•BELG•TRAN
kz. Klimmende leeuw naar links binnen een parelcirkel, daarboven 1641,
omringd door de tekst; •CONFIDENS•DNO•NON•MOVETVR•

Delmonte 885 ; Verkade 139.4 ; HNPM.38 ; CNM.2.38.66 S
De gebruikelijke zwaktes van de slag. Schaars.
fr/zfr

135,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - UTRECHT - Driegulden 1793, Utrecht

gewicht 31,52gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester: Johan Sebastiaan van Naamen
muntmeesterteken: stadsschildje van Utrecht
met kabelrand

vz. De Nederlandse Maagd staande frontaal, speer met vrijheidshoed in
de rechterhand, haar linker elleboog leunend op de bijbel welke geplaatst
is op een rijkelijk versierd altaar, daaronder in een afsnede 1793,
omringd door de tekst; HAC NITIMVR - HANC TVEMVR
kz. Gekroond generaliteitswapen geflankeerd door de waarde aanduiding
3 - GL, omringd door de tekst; MO:ARG:ORD:FOED:BELG:TRAI•

Delmonte 1150  ; Verkade 111.1 ; van der Wiel 21 (JMP.1960) ;
HNPM.71 ; CNM.2.43.117 ; Davenport 1852

Minieme gietgal. Mooi patina.
zfr

180,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - GELDERLAND - Gouden dukaat 1648, Harderwijk

gewicht 3,48gr. ; goud Ø 24mm.
muntmeester Johan Wijntgens
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Geharnaste en gekroonde keizer staande naar rechts met in
zijn rechterhand een geschouderd zwaard, in de linker een
pijlenbundel (3 pijlen), geflankeerd door het jaartal 16 - 48,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; CONCORDIA•
RES - P - ARVA•CRES•GEI•
kz. Vierkant met sierornamenten aan de zijden, langs iedere zijde twee
stippen, met daarbinnen een tekst in 5 regels;
MO ORD / PROVIN / FOEDER / BELG AD / LEG IMP

variant: met GEI i.p.v. GEL en geen interpuncties in de keerzijdetekst

Type met gekroonde Rooms-Duitse keizer staande naar rechts in plaats van een ridder. Deze draagt een grove pijlenbundel met slechts 3 pijlen (normaal 7). Deze munt dateert uit het jaar dat de Noordelijke Nederlanden defintief onafhankelijk werd van Spanje, door het sluiten van een vredesverdrag tussen beide landen tijdens de Vrede van Münster. Daarmee kwam een einde aan de 80-jarige oorlog (1568-1648). Keizer Ferdinand III (1637-1657) was eveneens betrokken bij de Vrede van Westfalen en ondertekende op 24 oktober 1648 de vredesverdragen in Osnabrück (met Zweden) en Münster (met Frankrijk), waarmee de Dertigjarige Oorlog in het Heilige Roomse Rijk werd beëindigd. Of dat feit enig verband houdt men zijn afbeelding op de Gelderse gouden dukaten in onduidelijk. We kennen deze dukaten van de jaren 1648, 1649 en 1650. Na 1650 viel men weer terug op het gebruikelijk en vertrouwde type met de Nederlandse ridder. Misschien toch een symbolische numismatische viering van de Vrede ? Interessant en zeldzaam.

Type featuring a crowned Holy Roman Emperor facing right instead of a knight. The latter carries a coarse bundle of arrows with only 3 arrows. This coin dates from the year the Northern Netherlands definitively gained independence from Spain through the conclusion of a peace treaty between the two countries during the Peace of Münster. This brought an end to the Eighty Years′ War (1568-1648). Emperor Ferdinand III (1637-1657) was also involved in the Peace of Westphalia and signed the peace treaties in Osnabrück (with Sweden) and Münster (with France) on 24 October 1648, thereby ending the Thirty Years′ War in the Holy Roman Empire. Whether this fact has any connection to his depiction on the Gelderland gold ducats remains unclear. We know these ducats from the years 1648, 1649, and 1650. After 1650, they reverted to the usual and familiar type featuring the Dutch knight. Perhaps a symbolic numismatic celebration of Peace after all? Interesting and rare.

Delmonte 649 ; Verkade 2.2 ; de Voogt 254 ; Jasek 213 ;
HNPM.46 ; CNM.2.17.78 ; Pannekeet 73 (R2) ; Friedberg 237
R
Kleine zwaktes van de slag.
zfr

 

1.100,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD ZWOLLE - Leeuwendaalder 1644

gewicht 26,30gr. ; zilver Ø 41,5mm.
muntmeester: Johan van Romondt
muntmeesterteken: roos

vz. Geharnaste en gehelmde ridder staande naar links, hoofd naar
rechts gewend, sjerp royaal om zich heen geslagen waarvan hij het
geluste uiteinde in zijn rechterhand houdt, het stadswapen van Zwolle
binnen een geornamenteerde omlijsting voor zich geplaatst, binnen een
parelcirkel, omringd door de tekst; MO:ARG:CIVITA  –  ZWOL:A:L:IMP:
voluit: MONETA ARGENTEA CIVITATIS ZWOLLAE AD LEGEM IMPERII
vertaald: Zilveren munt van de stad Zwolle (geslagen) volgens de Rijkswet

kz. Klimmende leeuw naar links geflankeerd door het jaartal I6 - 44,
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst;
DA:PACEM:DOMINE:IN:DIEBVS:NOS ❀
voluit: DA PACEM DOMINE IN DIEBVS NOSTRIS
vertaald: Heer, geef vrede in onze dagen

Voor het jaartal 1644 werden circa 36.812 stuks leeuwendaalder geslagen, 
inclusief de 1/2 leeuwendaalders. Zeldzaam.

Delmonte 866 ; Verkade 172.2 ; van der Wiel 106 ;
CNM.2.52.52 ; HNPM.30
R
De gebruikelijke zwaktes van de slag. 
zfr-

235,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Vierstuiverstuk, vlieger of krabbelaar 1536, Antwerpen

gewicht 5,98gr. ; zilver Ø 32,5mm.
muntmeester: Pieter Jonghelinck
muntteken: hand

vz. Gekroonde dubbelkoppige rijksadelaar binnen een parelcirkel,
omringd door de tekst; KAROLVS+D+G+RO+IMP+Z+HISP+REX+1536
voluit: Karolus Dei Gratia Romanorum Imperator Et Hispaniarum Rex
vertaald: Karel, bij Gods gratie Rooms Keizer en Koning van Spanje
kz. Gekroond Oostenrijk-Bourgondisch-Spaans wapenschild rustend
op het Bourgondisch stokkenkruis, omringd door de tekst; 
DA - MICH+VI - RTV+CO - TR+HOS+T - VOS en hand
voluit: Da Mihi Virtutem Contra Hostes Tuos
vertaald: Geef mij kracht tegen uw vijanden

Het vierstuiverstuk werd in 1536 als nieuw munttype geïntroduceerd conform de ordonnantie van 11 augustus van dat jaar. Het betreft hier dus het eerste jaar van aanmunting. Het was daarmee het eerste zwaardere zilverstuk binnen de Bourgondische Nederlanden. Vanwege de gespreide vleugels en klauwen van de rijksadelaar kreeg het in de volksmond de bijnamen van ′vlieger′ en ′krabbelaar′.

The four-stuiver piece was introduced as a new type of coin in 1536, in accordance with the ordinance of August 11 of that year. This therefore marks the first year of minting. It was thus the first heavier silver piece within the Burgundian Netherlands. Due to the spread wings and claws of the imperial eagle, it was popularly given the nicknames of ′vlieger′ (kite) and ′krabbelaar′ (scratcher).

van Gelder & Hoc 189-1a ; de Witte 672 ; de Mey 443 ;
van der Chijs XXV, 12 ; Vanhoudt 226.AN

enkele minieme krasjes
bijzonder attractief exemplaar met een mooi patina
zfr/pr

325,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPAANJAARDEN O.L.V. DE MARKIES VAN SPINOLA, eind juli 1625-6 juli 1625 - Noodmunt van 20 stuivers 1625

gewicht 4,96gr. ; zilver 21x21mm.
meesterteken: roos

vz. Stadswapen binnen een cirkel, omringd door de tekst;
•BREDA•OBSES•1625,
daaboven een instempeling 20, eronder een instempeling ″roos″.
kz. Blanco

Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik  probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.

Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.

Dit exemplaar is geslagen op een tamelijk dun en licht muntplaatje. In de regel bewegen de gewichten van exemplaren van dit munttype zich tussen 4,70 en 5,30 gram. Dit exemplaar is met 4,22 gram dus opmerkelijk licht. De stukken werden spoedig na het beleg weer uit circulatie genomen. Slijtage als gevolg van langdurige circulatie is derhalve niet aannemelijk. Dat de munt wat zwak is geslagen zal waarschijnlijk samenhangen met het te dunne en te lichte muntplaatje. Als zodanig interessant en zeer zeldzaam.

Delmonte 323 ; van Gelder en Hoc 230 ;
Mailliet 18,14 ; van Loon II,157,4 ; CNM,2.09.10 RR
deels zwak geslagen
zfr

795,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - STAD BREDA - BELEG DOOR DE SPANJAARDEN O.L.V. DE AMBROGIO SPINOLA, 1624-1625 - Noodmunt van 40 stuiver 1625 (emissie januari)

gewicht 9,76 gram ; zilver 26 x 26,5mm.
meesterteken: roos

vz. Gekroond wapenschild van de Prins van Oranje omringd door de tekst;
•BREDA•OBSESSA•1625, binnen een parelcirkel.
Op de hoeken vier instempelingen; de waarde aanduiding 40, twee maal het
wapenschild van Breda en het meesterteken roos
kz. Blanco 

Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik  probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.

Om te zorgen dat het garnizoen trouw bleef aan de gouverneur, moest het tijdig uitbetaald worden. Maar het garnizoen was groot, het beleg duurde lang, en de verbindingen met Holland waren afgesneden. Daarom vaardigde het stadsbestuur een bevel uit dat alle burgers hun zilverwerk moesten inleveren op het stadhuis, waar er verschillende soorten munten van werden geslagen. Zo kon het garnizoen toch uitbetaald worden. Er werden zes soorten munten geslagen, van zilver en van koper. De zilveren munten, van 60, 40 en 20 stuivers, werden in januari 1625 aangemunt. De intrinsieke waarde van het zilver was slechts de helft. De koperen munten van 2 en 1 stuiver werden in het voorjaar van 1625 geslagen.

Delmonte 322 ; van Gelder 229 ; Mailliet 17, 13 ;
van Loon II, 157, 3 ; de Witte 1044 ; Vanhoudt 678 ; CNM.2.09.9
R

Minieme zwakte van de slag, overigens attractief exemplaar
met een mooi patina.
Zeldzaam.
zfr/pr

1.950,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS; KINGDOM) - KONINKRIJK HOLLAND - LODEWIJK NAPOLEON, 1806-1810 - 50 Stuiver 1808, Utrecht

gewicht 26,12gr. ; zilver Ø 36mm.
muntmeester G.J.L. du Marchie Sarvaas
muntmeesterteken bij (groot)
met kabelrand

vz. Portret van Lodewijk Napoleon naar rechts, omringd
door de tekst: NAP. LODEW.  I.  KON VAN HOLL .
kz. Gekroond wapenschild van het Koninkrijk Holland,
geflankeerd door de waarde aanduiding 50 - Ss, daaronder
1808 / bij, links KONNGRIJK, rechts HOLLAND .

Dit is de enige zilveren munt met het portret van Lodewijk Napoleon, die daadwerkelijk in omloop is geweest en veelvuldig voorkomt. Ongeveer 700.000 stuks zijn nog in 1810 geslagen maar wel nog met het jaartal 1808. Veel van deze stukken zijn weer omgesmolten en gebruikt voor de aanmaak van nieuwe koninkrijksmunten. Vanwege de aanzienlijk productie zijn vele stempels gebruik, hetgeen geresulteerd heeft in tal van stempelvarianten.

stempel kenmerken voorzijde;
- spitse punt van de hals eindigd ter hoogte
van het midden van de tweede L in HOLL

stempel kenmerken keerzijde;
- muntmeesterteken grote bij, dicht bij het jaartal
- bovenzijde van de keerzijde tekst bevindt zich op
gelijke hoogte van de bovenzijde van het wapenschild
- de punt achter het jaartal en achter HOLLAND staan niet recht onder elkaar
- de waarde aanduiding bevindt zich qua hoogte op gelijke hoogte
met de horizontale middellijn van het wapen
- kroonband met 9 juwelen

Schulman 149 ; LSch.147 ; KM.28 ; Davenport 228
nauwelijks gecirculeerd exemplaar met veel stempelglans
pr/unc à unc-

1.550,00 



CANADA - ELIZABETH II, 1952-2022 - 1 Dollar 1967

weight 23,13gr. ; silver 800/1000 ; Ø 36mm.

This coin commemorates the Confederation Centennial (1867-1967)
The reverse shows us the Canada goose (Branta canadensis) in flight. The flying goose on the coin symbolizes dynamic serenity, freedom, and majesty. The designer Alex Colville chose this design because the Canada goose is an iconic native bird that represents the vast nature of Canada. The goose is depicted in full flight, underscoring the progress and unity of the nation during the centenary celebration.

KM.70
minor bagmarks
unc

55,00 



VITELLIUS, 2 jan.-20 dec.69 - AR Denarius, Rome (April - December 69)

weight 3,05gr. ; silver Ø 19mm.

obv. Laureate head of Vitellius right, surrounded by the legend;
A VITELLIVS GERM IMP AVG TR P
rev. Libertas, draped, standing front, head right, holding pileus
in right hand and rod in left, surrounded by the legend;
LIBERTAS RESTITVTA

Lucan, writing the later part of his epic in defiance of Nero′s tyranny, observed that ever since the battle of Pharsalus there had been afoot a conflict between liberty and Caesar, and Tacitus remarked that prior to Nerva the Principate and freedom were incompatible. It is a well-known fact that the Julio-Claudian and Flavian emperors had from time to time to face an opposition varying in form and intensity. After Caligula′s assassination Libertas was the watchword of those who attempted to abolish the Principate; some of Nero′s victims died with the name of Iuppiter Liberator on their lips; and after Nero′s downfall Libertas Restituta (′Freedom Restored′) became a popular slogan. It seems therefore that in some form or other freedom and the Principate clashed, and, in a way, Tacitus′s historical writings, particularly the Annals, were perhaps conceived and executed as the story of that struggle. But while the conflict between the Principate and libertas under the emperors from Tiberius to Domitian appears to have been a fact, it is by no means clear what was the nature of that conflict.

♦ an amazing portrait of Vitellius ♦

Wonderful specimen with excellent details and attractive toning.
Very rare in this high state of preservation.

Cohen 47 ; RIC 105 ; BMC 31 ; Sear 2198var.  R
xf+/xf

11.500,00 



AUGUSTUS, 27 BC-14 AD - PUBLIUS CARISIUS, legatus and propreator - AR Denarius, Emerita (25-23 BC)

weight 3,85gr. ; silver Ø 18mm.

obv. Bare head of Augustus left, IMP CAESAR before,
AVGVST behind
rev. Trophy of Celtiberian arms, consisting of helmet, cuirass, shield,
and javelins, erected on heap of round shields, lances, and other arms,  
P CARISIVS on left,  LEG  PRO  PR on right

The gens Carisia was a Roman family during the latter half of the 1st century BC. This coin was minted in Emerita Augusta (modern Mérida) by Publius Carisius as as legatus and propraetor. The colony of Emerita was founded in 25 BC by Publius Carisius, governor of Lusitania. It was meant as colony for veterans of legions V Alauda and X Gemina, who had recently participated in Augustus′ campaigns in north-western Spain under command of Publius Carisius. They were deployed along a front 400 kilometers wide, stretching from the modern Basque province of Guipuzcoa to northern Portugal. By contrast, the north-western tribes were able to muster about 100.000 men, mainly concentrated in their many hilltop settlements (castros) scattered across the rugged landscape. They were therefore more effective in conducting guerilla warfare against the Romans than attempting pitched battles. In 26-25 Augustus started a campaigning in three different areas. The settlements of Aracillum (modern Aradillos), Bergidum (modern Villafranca del Vierzo) and Lucus (modern Lugo) soon were captured and the defenders were killed or managed to flee. Publius Carisius managed to capture the stronghold at Lancia (modern Villasbariego). As far as Augustus was concerned, the north-west was now pacified, and he left Hispania in 24 BC to celebrate a triumph at Rome.

This coin commemorates the success of these campaigns. In reality the situation was still unstable. In 22 BC Publius Carisius was still in command of the army of Ulterior and succeeded in securing some of the main gold-mining areas by advancing northwards through the Pajares and Manzanal passes. The threat of continued Roman expension in the north-west coupled with Carisius′ brutality sparked off another revolt amongst the tribe of the Cantabri. Publius succeeded to put down this revolt, with the timely assistance of Caius Furnius. In 19 BC resentment against the Romans ran high and boiled over into a major rebellion. This was, in fact, the last serious resistance to Roman authority in the nort-west of Hispania.

Cohen 402 ; RIC 4b ; BMC 284 ; Sear 1628 R
Attractive lustrous specimen. Rare historical coin.
xf-

1.950,00 



HADRIANUS (HADRIAN), 117-138 - AR Denarius, Rome (133-135)

weight 3,02gr. ; silver Ø 18mm.

obv. Draped bust of Hadrianus, bare, right,
surrounded by the legend; HADRIANVS AVG COS III PP
rev. Hadrianus in toga standing right, holding scroll,
clasping hands with Felicitas standing left holding caduceus,
surrounded by the legend; FELICITAS AVG

This variety with draped bust and bare head is very rare.

Cohen 632var. ; cf. RIC 237 ; BMC 613-617var. ;
Sear 3488var. ; RIC vol.II, part.3, 1998 (R2)
RR
Attractive toning.
vf

695,00 





© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid