Munthandel G. Henzen LID VAN DE NVMH
 



HOME|COINS|MEDALS|ARCHAEOLOGY|SEARCH|ACQUISITION|ABOUT US|CONTACT|TO ORDER|SALESCONDITIONS
Home

Welcome to the website of Munthandel G. Henzen. With the navigation-frame you can select a part of our collection.
If you click on a photo an enlargement will appear. Does a coin appeal to you then you can order it by clicking on order. The coins you wish to order will be collected on an order form. After you have completed your order you can simply e-mail the order form to us. We will confirm your order by sending an invoice. After receipt of full payment, the coin(s) will be sent to you. There is also the possibility to view the coins at our office in Amerongen by making an appointment.

a well-intentioned tip :
As you may know, most banks steal from their clients. They charge insanely high fees for very simple digital transactions. I think clients should not accept this. PayPal also charges unreasonably high costs, usually around 5% of the purchase amount for intercontinental transactions, regardless of the amount. For larger amounts, this also results in insanely high costs. That is why I would advise you to pay with WISE (https://wise.com). This is simple and cheap. It will save you money, which is better spent on coins.

We also offer many more coins  in our regular richly illustrated pricelists. You can receive it by filling out the order form.

We hope you will enjoy viewing our website and we hope you will find something of your interest.

Gijs  Henzen

News

We also regularly publish lavishly illustrated pricelists. 

Ask for a free copy by e.mail. Please, always mention what you collect exactly.

If you have coins for sale, individual pieces or complete collections, please contact us.
We pay very good prices for your coins!



Search by product name





our monthly special offer

WORLD COINS

LOT: 176 various unsorted world coins, mainly from the period 1900-1980.
Mainly in base metal, but also a few silver.
Various qualities. Sold as is. No returns.
SURPRISE LOT. NO PHOTOS AVAILABLE !

50,00 



Our latest acquisitions

NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - republiek, 1581-1795 - OVERIJSSEL - STAD DEVENTER - PERIODE RUDOLF II, 1576-1612 - ½ Stuiver z.j. (1598)

gewicht 1,05gr. ; zilver Ø 20mm.
muntmeester Matthijs Engelkens
zonder munt- of muntmeesterteken

vz. Gekroond stadswapen geflankeerd door de waarde aanduiding ½  - S
binnen een parelcirkel, omringd door de tekst; PACExETxBELLOxCONSTAN
kz. Lang breedarmig kruis met omgekrulde uiteinden geplaatst
over een parelcirkel met in de kwartieren de letters D - E - H - S,
omringd door de tekst; MO - NOV - REIP - DAV

De letters D - E - H - S staan voor ′Deventer Een Halve Stuiver′

De verovering van Deventer op de Spanjaarden in 1578 door de Staatse troepen had een zware wissel getrokken op de stad.  Door onder meer de belegering in 1578 viel de handel in Deventer grotendeels stil, en die werd daarna ook niet meer in oude vorm hervat. De meeste jaarmarkten, de momenten waar de meeste goederen werden verhandeld, gingen tot 1606 niet door. Deventer probeerde de handel wel weer op te pakken na het beleg, maar Amsterdam had de functie van stapelplaats van Deventer grotendeels overgenomen. Daarnaast was de voornaamste handelsroute van Holland naar Duitsland verlegd van Deventer naar Zwolle. Ten slotte werd de handel van boter en kaas in de Hollandse steden zelf opgezet, waar ook diverse waaggebouwen werden gebouwd. De belegering, en het verdwijnen van de handel, zorgde er ook voor dat het inwonertal in Deventer flink daalde. In 1578 woonden er nog 8000 tot 10.000 mensen in de stad, maar na de belegering, en opvolgende tegenspoed, daalde het inwoneraantal weldra naar circa 4000 personen. De dertien jaar tussen de belegeringen van 1578 en 1591 werden in Deventer ook wel de ′Quade jaren′ genoemd. De eerste munten van het ″vrije″ Deventer waren de stuivers en halve die aangemunt werden in de jaren 1588-1590. Heldhaftig dragen zij de spreuk ′pace et bello constans′ (″standvastig in vrede en oorlog″). De prijs voor die standvastigheid was echter groot geweest. Van de halve stuivers van dit type vonden heraanmuntingen plaats in 1598 en 1629. De stuiver zou pas in 1663 weer een navolging krijgen. Zeldzaam.

Verkade 218.5 ; Fortuyn Drooglever 85 ; HNPM.51 ; CNM.2.12.72 R
het centrum van deze munt is zwak geslagen
fr/zfr

140,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden dukaat 1782, Dordrecht

gewicht 3,48gr. ; goud Ø 22mm.
muntmeester Wouter Buck
zonder munt- of muntmeesterteken
Delmonte 775 ; Verkade 39.6 ; HNPM.15 ; 
CNM.2.28.54 ; Friedberg 250

enkele minieme krasjes, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar
pr

550,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - HOLLAND - Gouden rijder of 14 gulden 1763, Dordrecht

gewicht 9,91gr. ; goud Ø 27mm.
muntmeester Wouter Buck

Het betreft hier het laatste jaar van de gouden rijder voor Holland. Nadat de muntslag van hele en halve gouden rijders vanwege de sterk gestegen goudprijs in 1762 vrijwel tot stilstand was gekomen, werd deze in 1763 weer hervat. Na de Vrede van Hubertsburg in 1763 kwam zoveel muntmateriaal naar de Republiek, dat men er geen weg mee wist en de munthuizen het niet genoeg verwerken konden. De goudkoers was om die reden weer gedaald, waardoor aanmunting van gouden rijder weer lucratief werd. Anders dan bij negotiemunten, zoals de gouden dukaat, was de gouden rijder een standpenning; het werd uitgegeven conform vaste waarden van het muntstelsel en tegen de vaste gegarandeerde koers van 14 gulden. De koers van negotiepenningen fluctueerde met de goudprijs mee. In de loop van 1763 was de goudprijs echter weer dermate opgelopen, dat rendabele aanmunting van gouden rijders niet meer mogelijk bleek. Daarmee kwam een definitief einde aan de aanmunting van de gouden rijder. Naast negotiepenning en standpenningen is er nog een derde categorie binnen het muntwezen, namelijk de pasmunten. Die waren slechts wettig betaalmiddel voor beperkte sommen. De gegarandeerde waarde van de pasmunten kwamen in veel gevallen ook niet overeen met de metaalwaarde van die munten.

Delmonte 782 ; Verkade 40.4 ; HNPM.19 ; CNM.2.28.47 ; Friedberg 253
Minieme klemspoortjes op de rand, doch nauwelijks
gecirculeerd prachtexemplaar met veel stempelglans.
pr/unc

2.150,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - JOHANNA EN WENCESLAUS, 1355-1383 - Leeuwengroot (compagnon of lakengeld) z.j. (1357-1363), Vilvoorde

gewicht 2,82gr. ; zilver Ø 27mm.

vz. Klimmende leeuw naar links, omringd door de tekst;
✠ MONETA♣FILFD′• binnen een parel cirkel, omringd door 12 dubbel
gelijnde lobben met in de bovenste een klimmende leeuw naar links en
in de overige 11 lobben steeds een bladmotief.
kz. Halflang gevoet kruis geplaatst over parelcirkel, omringd door een tweede
parelcirkel waarbinnen de tekst; O•DV - C′xLO - T•BR - ABxI,omringd door
een derde parelcirkel waarbinnen de tekst; BNDICTV⋮SIT⋮NOMЄ⋮DNI⋮NRI⋮IHV⋮XPI

De Leeuwengroten hebben verschillende benamingen: Gros compagnon, gesellen, socius, lakengeld. Dit munttype werd in mei 1337 ingevoerd door de Vlaamse graaf Lodewijk van Nevers (1322-1346). Met name onder zijn opvolger Lodewijk II van Male (1346-1384) kreeg het muntstuk grote populariteit en werden miljoenen stuks vervaardigd. Gezien deze populariteit werd het munttype spoedig nagevolgd door tal van heersers binnen de Nederlanden maar ook de grensgebieden met Duitsland en Frankrijk. Voor Brabant werd de leeuwengroot aangemunt onder Jan III (1312-1355) en Johanna & Wenceslaus (1355-1383)

Vilvoorde ontstond op de plaats waar de Romeinse heirbaan van Asse naar Elewijt de Zenne kruiste. Hiervoor bestond er waarschijnlijk ook al een Nervische nederzetting op deze plaats, waar de Zenne gemakkelijk doorwaadbaar was.

Sinds het einde van de twaalfde eeuw begon Vilvoorde zich te ontbolsteren tot een kleine stad. Vilvoorde was de inzet van een langdurige rivaliteit tussen de hertogen van Brabant en de heren van Grimbergen. Om zich te verzekeren van de steun van de bewoners in de conflicten met het machtige graafschap Vlaanderen, verleende hertog Hendrik I van Brabant in 1192 de stad een vrijheidskeure. De vrijheidskeure liet Vilvoorde toe de stad te omwallen en de ambachtelijke producten vrij te exporteren. Deze relatieve onafhankelijkheid en de rechten die men als inwoner kreeg, lokten heel wat mensen naar Vilvoorde. In 1208 liet hertog Hendrik I van Brabant de Woluwe omleiden van Diegem via Machelen naar Vilvoorde om de hertogelijke molens van water te voorzien.

Het hoogtepunt van zijn bloei beleefde Vilvoorde in de 14de eeuw. De stad was een belangrijk centrum dat met Leuven en Brussel wedijverde om de belangrijkste stad van Brabant te worden. Exemplarisch hiervoor is het huwelijk van Lodewijk van Male, de latere graaf van Vlaanderen, met Margaretha van Brabant, dochter van de hertog van Brabant, op 6 juni 1347 in Vilvoorde. Uit deze periode dateren verschillende grote bouwwerken. In 1357 werd de stad helemaal omwald. Deze vesten hadden vijfentwintig wachttorens en vier poorten. De bouw van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Goede-Hoopkerk werd gestart in 1342. Het hertogelijk kasteel werd gebouwd in 1375, voornamelijk om te functioneren als staatsgevangenis, maar ook om defensieredenen in de concurrentiestrijd met Brussel en Leuven. De centrale ligging zorgde ervoor dat Vilvoorde militair een sleutelpositie kon innemen. In de 14de eeuw werd Vilvoorde een militair hoofdkwartier en een legerstandplaats, wat het tot in de 21ste eeuw gebleven is. De handel en de lakennijverheid waren in volle bloei. Tegelijkertijd groeide ook het belang van de Zenne als verkeersader voor het goederenvervoer. De stedelijke nijverheid was voornamelijk gebaseerd op de lakennijverheid en de zandsteengroeves in de buurt. Deze laatsten gebruikten Vilvoorde als binnenhaven op de Zenne. Vanaf de 15de eeuw beleefde Vilvoorde een geleidelijke achteruitgang. Een algemeen verval van de lakennijverheid in Vlaanderen, de ontvolking ten gevolge van epidemieën, godsdienstoorlogen en de sterke concurrentie van de sterk groeiende buur Brussel vormen hiervoor de belangrijkste redenen. In de loop van de 16e en 17e eeuw sluimerde de stad langzaam maar zeker in om te verworden tot een onbelangrijk provincienest. Het kasteel viel tot puin, de kerken konden niet meer onderhouden worden, de statige herenhuizen vervielen. Dit verval zou blijven aanhouden tot in de 19de eeuw, toen de stad onder de impuls van de Industriële Revolutie een snelle opgang kende.

de Witte 395 ; van der Chijs XII, 9 ; Ghijssens p. 15, 2 ;
Vanhoudt G.295 ; de Mey 229

fr/zfr

225,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS ) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Zilveren rijder 1662/60, Middelburg

gewicht 32,15gr. ; zilver Ø 45mm.
met muntteken burcht
muntmeester Jacob Boreel

Het jaartal 1662 is gewijzigd uit 1660. Hoogst zeldzaam.

Delmonte - (vgl. 1024) ; Verkade 81.1 ; HNPM.- (vgl. 43) ; 
CNM.2.49.56 ; Davenport 4942 
RRR
enkele lichte krasjes
zfr

850,00 



HABSBURG EMPIRE / RDR - HUNGARY - FERDINAND II, 1619-1637 - Denar 1626 KB, Kremnitz

weight 0,39gr. ; silver Ø 15mm.
KM.88 ; Huszár 1204 ; Herinek 1646
crude strike with weak parts
vf-

20,00 



FRANCE - NAPOLEON I, 1804-1814 - AR Octagonal medal 1810 - Boucherie de Paris

weight 18,19gr. ; silver Ø 34mm.

obv. Laureate head of Napoleon to right, signature ANDRIEU F. below,
around NAPOLEON EMP. ET ROI
rev. Bull butting left, ANDRIEU F. on truncation, COMMERCE DE LA
BOUCHERIE DE PARIS above, SOUS L′ADMINISTRATION DE COMTE
DUBOIS PRÉFET DE POLICE 1810 in exergue

Bramsen 1076 ; Mitchiner 3810
Beautiful medal with patina.
unc-

350,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - Nederlandse rijksdaalder 1620, Hoorn

gewicht 28,31gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeesterteken Caspar Wijntgens
muntmeesterteken rozet
Delmonte 940 ; Verkade 64.3 ; HNPM.26 ; 
Pannekeet 32 ; CNM.2.46.31

zfr

195,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 1 Gulden 1866

gewicht 10,00gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 28mm.
randschrift: positie A

Schulman 618 ; KM.93 S
unc-

475,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - ZEELAND - Leeuwendaalder 1634, Middelburg

gewicht 26,89gr. ; zilver Ø 39mm.
muntmeester Balthasar of Pieter van der Voorde
muntteken burcht

The lion dollar circulated throughout the Middle East and was imitated in several German and Italian cities. It was also popular in the Dutch East Indies as well as in the Dutch New Netherlands Colony (New York). The lion dollar also circulated throughout the English colonies during the Seventeenth and early Eighteenth centuries. Examples circulating in the colonies were usually fairly well worn so that the design was not fully distinguishable, thus they were sometimes referred to as ″dog dollars.″ Larger Dutch silver coins as the ducatoon and the ″rix″ dollar (rijksdaalder) were also used in the colonies but neither of these coins had such a wide circulation or long lasting influence as the lion dollar.

In Maryland the lion dollar was mentioned as the most important circulating coin in documents of 1701 and 1708, with its value stated as 4s6d. It is reported by Felt (p. 250) that a deposition was taken in Boston on July 29, 1701 stating that ″Dog or Lion dollars″ had been counterfeited in Massachusetts. In 1708 the New York Assembly set the value of the lion dollar at 5s6d. Also, the New York paper currency emission of November 1, 1709 was issued as amounts of sterling silver expressed in denominations of 4, 8, 16 and 20 lion dollars, with 13.75 oz. of silver equal to 20 lion dollars. Mossman also states lion dollars were used in Pennsylvania, New Jersey and Virginia. In April of 1998 a Mike Cato from Virginia sent me an e-mail that he had discovered a 1640 lion dollar while metal detecting. In the hoard collected from the H.M.S. Feversham, which sank on October 7, 1711 after leaving New York, there were 22 lion dollars (quantitatively third only to the 504 Spanish Colonial silver coins and the 126 specimens of Massachusetts silver). Also, two lion dollars were inventoried in the hoard discovered in Castine, Maine, thought to have been deposited there in 1704 by French colonists fleeing from the English. It should be recalled that most of the Castine hoard was dispersed before an inventory could be produced. Lion dollars were no longer minted after 1713, during the Eighteenth century they were replaced in the Mideast by the Austrian thaler. In the English colonies New World Spanish silver had always held first place and with the advent of the famous milled silver coinage in 1732, the Spanish milled dollar absorbed the lion dollar′s share of the market.

Delmonte 839 ; Verkade 88.1 ; HNPM.30 ; 
CNM.2.49.41 ; Davenport 4872
RR
Kleine zwaktes van de slag. Zeer zeldzaam jaartal.
zfr-/zfr

365,00 



ITALY - PAPAL STATES - PIUS IX, 1846-1878 - 1 Lira 1866 R, Rome

weight 4,88gr. ; silver Ø 23,5mm.
year of reign XXI
small bust type
KM.1377.2 ; Berman 3341 ; Muntoni 52 ; CNI.213 ; Pagani 566
vf

20,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - BATAAFSE REPUBLIEK, 1795-1806 - NEDERLANDS OOST-INDIË (DUTCH EAST INDIES) - JAVA- Bonk van 2 stuivers 1797, Batavia

gewicht 47,51gr. ; koper ca. 26x25mm.
muntmeester Lambertus Franciscus Macaré

vz. 2:S: binnen rechthoek van parels
kz. 1797 binnen rechthoek van parels

Vervaardigd van in stukken gehakte staven van Japans koper.
Made from chopped up bars of Japanese copper.

Scholten 475 ; KM.181 S
fr/zfr à zfr-

195,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM III, 1849-1890 - 2 ½ Gulden 1850

gewicht 24,67gr. ; zilver 925/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie A
signatuur: I.P.SCHOUBERG.F.
Schulman 576 ; KM.82
zfr-

55,00 



VESPASIANUS (VESPASIAN), 69-79 AD - AR Denarius, Ephesos (71)

weight 3,30gr. ; silver Ø 18mm.

obv. Laureate head right  IMP CAESAR VESPAS AVG COS V TR PPP
rev. Victory advancing right with long palm over left shoulder and wreath
in het right hand, star in lower field right  PACI AVGVSTVAE

Cohen 277  ;  RIC II¹ 337 ; RIC II² 1457 ; 
RPC 853 ; Sear 2271
R
vf

245,00 



CONSTANTINE I THE GREAT, 307-337 - BI Centenionalis, Treverorum (323-324)

weight 2,53gr. ; billon Ø 21mm.
officina 1

obv. Laureate head of Constantine right
CONSTANTINVS AVG
rev. Victory, winged, draped, advancing right, holding trophy
in right hand and pushing seated captive with left hand
SARMATIA DEVICTA, STR in exergue

The reverse legend of this coin commemorates Constantine′s success in his Danubian campaign against the Sarmatians in 322 AD, just prior to the outbreak of the second civil war with Licinius.

The Sarmatians (Latin: Sarmatae or Sauromatae) were a large confederation of Iranian people during classical antiquity, flourishing from about the 5th century BC to the 4th century AD. They spoke Scythian, an Indo-European language from the Eastern Iranian family. The Sarmatians moved to an area called Sarmatia; east of Germania and north of the immediate vicinity of the Danube. These barbarous and little know tribes also occupied the vast tracts of modern Russia.

Cohen 487 ; RIC 429 ; Sear 16284
Minor weakness. Scarce type.
vf/xf à xf-

75,00 



NEDERLAND (NETHERLANDS, KINGDOM) - WILLEM II, 1840-1849 - 2 ½ Gulden 1844

gewicht 24,91gr. ; zilver 945/1000 ; Ø 38mm.
randschrift: positie B

Schulman 509 ; KM.69.2 S
Zeer attractief exemplaar. Schaars jaartal.

zfr/pr

775,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - NEDERLANDS OOST-INDIË (DUTCH EAST INDIES) - V.O.C. - GELDERLAND - Duit 1790, Harderwijk

gewicht 3,11gr. ; koper Ø 21,5mm.
muntmeester Marten Hendrik Lohse
muntmeesterteken korenaar
Scholten 277 ; Verkade 1083 ; KM.50.2
enkele kleine randtikjes
zfr-

14,00 



ROMAN IMPERATORS - QUINTUS CAECILIUS METELLUS PIUS CORNELIANUS SCIPIO NASICA, IMPERATOR 49-46 BC - AR Denarius, traveling military mint in North-Africa (47-46 BC)

weight 4,01gr. ; silver Ø 18mm.

obv. Laureate head of Jupiter right, hair and beard in ringletsQ•METEL,
above and befor, PIVS below
rev. African elephant walking right, SCIPIO above, IMP in exergue

Metellus Scipio was born round 100 BC as Publius Cornelius Scipio Nasica. His grandfather was the P. Cornelius Scipio Nasica Serapio who was consul in 111 BC; his father Publius Cornelius Scipio Nasica (born 128 BC) married Licinia Crassa, daughter of the L. Licinius Crassus who was consul in 95 BC. The father died not long after his praetorship (circa 93 BC), and was survived by two sons and two daughters. The brother was adopted by their grandfather Crassus, but left little mark on history. Publius Scipio, as he was referred to in contemporary sources early in his life, was adopted in adulthood through the testament of Quintus Caecilius Metellus Pius, consul in 80 BC and pontifex maximus. He retained his patrician status: this legal process constitutes adoption only in a loose sense; Scipio becomes a Caecilius Metellus in name while inheriting the estate of Metellus Pius, but was never his "son" while the pontifex maximus was alive. He was called "Metellus Scipio" but also sometimes just "Scipio" even after his adoption. The official form of his name as evidenced in a decree of the senate was "Q. Caecilius Q. f. Fab. Metellus Scipio."

Metellus Scipio has been listed as tribune of the plebs in 59, but his patrician status argues against his holding the office. It is possible that Scipio′s ′adoption′ into a plebeian gens may have qualified him for a tribunate on a technicality. He was possibly curule aedile in 57 BC, when he presented funeral games in honor of his adopted father′s death six years earlier. He was praetor, most likely in 55 BC, during the second joint consulship of Pompeius and Marcus Crassus. In 53 BC, he was interrex with M. Valerius Messalla. He became consul with Pompeius in 52 BC. Quintus Caecilius Metellus Pius Scipio’s connection by marriage to Pompey the Great earned him the consulship in 52 BC, with the price that he target Julius Caesar through actions in the Senate. As a result, Scipio introduced legislation calling for Caesar to relinquish his command in Gaul and to disband his legions. Caesar ignored the demand and when he crossed the Rubicon in January of 49. By ignoring the ultimatum, Caesar made war inevitable. Scipio fled with Pompey.

That same year, he became proconsul of the province of Syria. In Syria and in the province of Asia, where he took up winter quarters, he used often oppressive means to gather ships, troops, and money: He put a per capita tax on slaves and children; he taxed columns, doors, grain, soldiers, weaponry, oarsmen, and machinery; if a name could be found for a thing, that was seen as sufficient for making money from it.

In 48 BC, he brought his forces from Asia to Greece, where he maneuvered against Gn. Domitius Calvinus and L. Cassius until the arrival of Pompeius. At the Battle of Pharsalus, he commanded the center. After the optimates′ defeat by Caesar, Metellus fled to Africa. With the support of his former rival-in-romance Cato, he wrested the chief command of Pompeius′s forces from the loyal Attius Varus, probably in early 47. This coin was struck during Scipio′s African campaign to pay the soldiers under his command.Quintus Metellus Pius Scipio, despite his illustrious name and the battlefield of Africa (upon which a Scipione was reputedly unbeatable), was just as doomed as the cause he fought for. Shortly after this issue was struck, he held command at the Battle of Thapsus (6 April 46 BC) ″without skill or success,″ and was defeated along with Cato. After the defeat he tried to escape to the Iberian Peninsula to continue the fight, but was cornered by the fleet of Publius Sittius. He committed suicide by stabbing himself so he would not fall at the hands of his enemies. The Battle of Tapsus ended with the total rout of the Pompeians.

A very attractive lustrous coin with a beautifully depicted elephant.
Nearly as struck. Rare historical coin.

Crawford 459/1 ; Sydenham 1046 ; Babelon Caecilia 47 ; 
BMC 1 ; CRI.45 ; Albert 1401 ; Sear 1379
R
xf à xf/unc

2.250,00 



AEOLIS, KYME - AE 10, circa 350-320 BC

weight 1,31gr. ; bronze Ø 10mm.

obv. Eagle standing to right, AP to left
rev. Oinochoe (one-handle vase) between K - Y

Seems to be unpublished in the important reference works. Extremely rare.

BMC - (cf. 16-20) ; SNG.Copenhagen- (cf.44-45)  ;
SNG.von Aulock- (cf.1625)  ; SNG.München- (cf. 443-445) ;
cf. SNG.Tüngen 2690 ; Sammlung Klein- ; Sear- (cf. 4186) ; McClean- ;
Weber collection- (cf. 5489) ; Lindgren collection- (cf. 390)
RRR
vf-/vf

160,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP NAMEN ( NAMUR ) - PHILIPS DE SCHONE, 1482-1506 - Philippusgoudgulden 1502

gewicht 3,26gr. ; goud Ø 25mm.
muntteken vuurijzer
De 2 in het jaartal is geschreven als een Z.

vz. Staande Sint Pieter met nimbus , kruisstaf houdend in zijn 
rechterhand en het boek der Evangeliën in de linker, voor zich 
het gekroond Oostenrijks-Bourgondisch wapenschild. In de buitenrand 
de tekst S - PHILIP
Є:IN:TЄRCЄDЄ - PRO:NOBIS:150Z
kz. Kort gebloemd kruis met om en om een kroontje en vuurijzer 
in de hoeken, vuurijzer in het hart. In de buitenrand de tekst 
PHS:D
ЄI:GRA:ARCHIDV:AVST:DVX:BVR:CO:NA en vuurijzer

Dit jaartal komt maar zeer sporadisch voor. Zeer zeldzaam.

Delmonte 423 ; van Gelder & Hoc 115-7 ; Chalon 208 ; 
Vanhoudt 146.NA ; de Mey 285 ; Friedberg 351
RR
Kleine zwakte van de slag.
zfr

1.850,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - JAN ZONDER VREES, 1404-1419 - Mijt z.j. (circa 1407-1408), Gent of Brugge (?)

gewicht 0,65gr. ; biljoen Ø 17mm.

vz. F L met horizontal streepje daarboven binnen een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; + (IOhS) ∘ D ∘ B ∘ (COM ∘ FLAD)
kz. Lang gevoet kruis geplaats over een parelcirkel.
In de buitencirkel de tekst; + mo - NET - A FL - AND

Aangenomen wordt dat munten van de emissie uit 1407, waartoe deze munt behoort, te Gent werden geslagen. Er zijn echter aanwijzingen dat in die periode ook muntslag heeft plaatsgevonden te Brugge, zodat ook die muntplaats niet volledig valt uit te sluiten. Uiterst zeldzaam.

Dechamps de Pas pl.III, 1 suppl. ; de Mey 296 ; Boudeau- ; 
Vanhoudt G.2649 ; Martiny 77
RRR
lichte zwaktes van de slag
fr+ à fr/zfr

225,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - HERTOGDOM BRABANT - KAREL V, 1506-1555 - Gouden zonnekroon 1553, Antwerpen

gewicht 3,39gr. ; goud 929/1000 ; Ø 27mm.

vz. Gekroond wapenschild van Oostenrijk-Bourgondië tussen twee vuurijzers 
met afspattende vonken binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; 
CARO:D:G•RO:IMP:HISP:REX•DVX•BVRG:Z•BR en zon
kz. Kort kruis met lelies aan de uiteinden met in de hoeken om en om een
burcht en rijksadelaar binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst;
DA:MIHI:VIRTVTE:COTRA•HOSTES:TVOS:53

De gouden zonnekroon dankt haar naam aan de zon die we recht boven de kroon geplaatst zien. Deze munt was een vrij exacte imitatie van de Franse ecu d′or van Frans I (1515-1547). Het gehalte was gesteld op 929/1000 met een gewicht van 3,41 gram. Bij uitgifte was de munt was gangbaar voor 42 stuivers en het werd in de periode 1540-1555 aangemunt in Brabant, Vlaanderen, Gelre en Holland.

Het jaartal 1553 is afgekort tot 53 (komt ook voluit geschreven voor). Zeldzaam.

Delmonte 102 ; van Gelder & Hoc 186-1 ; de Witte 664 ; de Mey 439 ;
Vanhoudt 223.AN ; Vanhoudt/Saunders 133 ; Friedberg 62
R
zfr/zfr+

1.250,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP VLAANDEREN - LODEWIJK II VAN MALE, 1346-1384 - Gehelmde gouden leeuw z.j. (1365-1367 en 1370), Gent

gewicht 5,10gr. ; goud Ø 33mm.

Dit bijzondere munttype werd in 1365 ingevoerd met een
goudgehalte van 919/1000 op een uitgiftekoers van 40 groten.

vz. Gehelmde Vlaamse leeuw zittend naar links op een Gothische troon
LVDOVICVS:DEI:GRA:COM′•I:DNS:FLANDRIE
De voorzijdetekst luidt voluit ; Ludovicus dei gratiae comes dominus Flandrie,
vertaald: Lodewijk, bij de gratie Gods, graaf en heer van Vlaanderen.
kz. Gebloemd kruis binnen een veelpas, met in de hoeken F - L - A - N en D in
het hart, binnen een cirkel. In de buitencirkel de tekst; 
+BENEDICVS:QVI:VENIT:IN:NOMINE:DOMINI

De keerzijdetekst luidt voluit; BENEDICTUS QUI VENIT IN NOMINE DOMINE
vertaald: gezegend hij die komt in de naam des Heren.

De Gouden Leeuw komt oorspronkelijk uit Frankrijk. De Franse Koning Philippe VI liet in 1338 nieuwe gouden munten slaan. Op de voorzijde is een afbeelding te zien van de koning. Het is vermoedelijk geen goed gelijkend portret. Aan de voeten van de vorst ligt een leeuw. Het dier is maar een klein onderdeel van de hele voorstelling. Toch werd de munt enigszins verrassend de Gouden Leeuw genoemd: le Lion d′Or. Vlaanderen en Brabant, in die tijd nog steeds leengebieden van Frankrijk, volgden Filips voorbeeld. Ze lieten ook hoogwaardige Gouden Leeuw munten slaan. Deze Vlaamse en Brabantse Gouden Leeuwen hebben eigenlijk een grotere aanspraak op de naam. Zij voeren op de voorzijde een leeuw als belangrijkste element. Lodewijk van Male introduceerde de munt in Vlaanderen in 1365. Kortgeleden konden wij de hand leggen op een Vlaamse Gouden Leeuw van deze graaf . Het werd geslagen te Gent. De stad Gent was de grootste stad in Noordwest Europa na Parijs. De late middeleeuwen brachten in onze lage landen ook veel kunst voort. Dat is altijd een teken van rijkdom. Zo voltooide de geniale Jan van Eyck in 1432 het veelluik ′Het Lam Gods′, dat hij met zijn eveneens geniale broer Hubert was begonnen. U kunt dit meesterwerk nog steeds bewonderen in de Sint-Baafskathedraal in Gent. Voor de handel was veel geld nodig. Geld betekende munten. De Vlaamse en Brabantse gewesten waren juist door de handel heel rijk. Ze hadden dus grote behoefte aan goud geld. De Gouden Leeuw munten speelden een belangrijke rol in dit geldverkeer. Zeldzaam.

Delmonte 460 ; Gaillard 214 ; Vanhoudt G.2604 ; Friedberg 157 R
zfr-

2.950,00 



ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLANDS) - GRAAFSCHAP HENEGOUWEN (HAINAUT) - WILLEM I DE GOEDE, 1304-1337 - Groot of Eskielois z.j.(1312-1313), Valenciennes

gewicht 1,99gr. ; zilver Ø 23mm.

vz. Kort gevoet kruis binnen cirkel, daaromheen een cirkel met de tekst
+ GVILLELM. COMES,
in de buitencirkel de tekst + IN: NOMINE: DNI:
DEI: NRI: FAC: SVM

kz. Monogram van Henegouwen binnen vierpas, tussen de diepe delen van
de bogen  H - A - Y - N,
in de buitencirkel twaalf cirkels met klaverblaadjes.

Willem de Goede was, van 1304 tot aan zijn dood, als Willem I van Henegouwen graaf van Henegouwen, en als Willem III van Holland graaf van Holland en Zeeland. Hij werd in 1287 te Valenciennes geboren als zoon van Jan II van Avesnes. Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen. Hij volgde in 1304 zijn vader, graaf Jan II van Avesnes, op als graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en zette de strijd met de Vlaamse erfvijanden met wisselende hevigheid voort tot de Vrede van Parijs (6 maart 1323), waarbij de graaf van Vlaanderen van alle leenheerschappij over Zeeland ten westen van de Schelde afzag. Inmiddels had hij zich weten op te werpen tot de feitelijke meester in het Sticht Utrecht, terwijl hij verderging met zijn macht over Friesland uit te breiden. Zijn broer Jan van Beaumont had een groot deel van de graafschappen in bezit: naast bezittingen in Henegouwen bezat hij uiteen liggende gebieden van Tholen tot Texel, van Beverwijk en Wijk aan Zee tot Gouda en Schoonhoven. Willem overleed op 6 juni 1337 en werd opgevolgd door zijn gelijknamige zoon.

Chalon 47;Lucas 74;de Mey 58a ; Vanhoudt H.474  RR
zfr

795,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDEN (NETHERLANDS) - REPUBLIEK, 1581-1795 - WEST-FRIESLAND - Driegulden 1792/91, Enkhuizen

gewicht 31,54gr. ; zilver Ø 41mm.
muntmeester Hessel Slijper
zonder munt- of muntmeesterteken

Het jaartal 1792 is gewijzigd uit 1791. Uiterst zeldzaam.

Delmonte- (vgl. 1147) ; Verkade 69.4 ; HNPM.- (vgl. 46) ; 
CNM.2.46.55 ; Davenport 1853
RRR
Zeer minieme gietgal, doch nauwelijks gecirculeerd prachtexemplaar.
unc-

960,00 





© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  The Netherlands  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org