Munthandel G. Henzen LID VAN DE NVMH
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN

Penningen > Gildepenningen
< Terug

ZUIDELIJKE NEDERLANDEN (SOUTHERN NETHERLAND) - HERTOGDOM BRABANT - STAD ANTWERPEN- AE Gildepenning 1546 van het kruiersgilde

gewicht 3,59gr. ; koper Ø 24mm.
muntteken hand
vz. Kruiwagen met daarboven 1546 binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst; GHEMAECKT·INT·IAER·VAN·hand
kz. Sint Andreas staande naar links, zijn kruis dragend, binnen een cirkel.
In de buitencirkel de tekst;  SANCTVS∴   -  A  - NDREAS - ∴

De Gilden ontstonden in de late middeleeuwen. Het waren verenigingen van ambachtslieden die naar beroepsgroep werden opgericht, meestal met een heilige als schutspatroon. In dit geval sint Andreas voor het kruiersgilde. Om lid te worden van zo’n gilde moest men een gedegen vakopleiding volgen. Zo’n leerling, die de titel van gezel droeg, kon uiteindelijk de titel van meester verkrijgen na het doen van de gilde- of meesterproef. Na het slagen daarvan kon men toetreden tot het gilde. Op deze wijze hield men het kwaliteitsniveau van het ambacht hoog. Niet iedereen kon lid worden van een gilde. Zo werden kinderen, vrouwen, horigen doopsgezinden en Joden daarvan uitgesloten. Voor Joden  waren veel beroepen in de middenstand dus uitgesloten en moesten zij zich beperken tot eenvoudiger beroepen of de geldhandel. De gilden en hun leden namen een vooraanstaande positie in binnen het stadsleven in de 14e tot 18e eeuw. Zo werd de plaatselijke markt door hen gedomineerd, zowel qua prijs als hetgeen werd toegelaten. Feitelijk een soort monopoliepositie dus. De leden bekleedden vaak belangrijke bestuurlijke functie. Uit de contributies werden eigendommen bekostigd die aan alle leden toebehoorden, zoals prestieuze gildehuizen.

de Beer 190 ; Minard III,6 ; Neumann 35294
Zeer mooi exemplaar voor deze vroege gildepenning.
zfr/pr

275,00 



NOORDELIJKE NEDERLANDE (NETHERLANDS) - PROVINCIE ZEELAND - STAD MIDDELBURG - GILDE VAN DE FRUITENIERS - Gildepenning 1691

gewicht 43,97gr. ; messing Ø 45mm.

vz. Adam en Eva in het paradijs bij de appelboom waaromheen
een slang kronkelt, geflankeerd door twee kleine fruitmanden,
binnen een parelcirkel. In de buitencirkel de tekst; 
DE •HR•BURGM•STEVEN•VOET•OVER•DER•BARENT•SCHUYRMAN•DER
kz.. Hoge rieten mand met appels geflankeerd door 16 - 91  /  N.º - .48. ,
daaronder • IAN•DE•BOO•KNAPE •, binnen een parelcirkel. In de buiten-
cirkel de tekst; ✿ADRYAEN•MEERTENS•OUDEK•LAMBRECHT•VERPOCHE•BEL

Gilden waren beroepsverenigingen op ambachtelijk-, handels-, militair-, wetenschappelijk of cultureel gebied. Ze ontstonden in de late middeleeuwen, waarvan de bloeitijd in Nederland viel tussen 1550 en 1650. Om lid te worden van zo′n gilde moest men een gedegen vakopleiding volgen. Zo′n leerling, die de titel van gezel droeg, kon uiteindelijk de titel van meester verkrijgen na het doen van de gilde- of meesterproef. Na het slagen daarvan kon men toetreden tot het gilde. Op deze wijze hield men het kwaliteitsniveau van het ambacht hoog. Niet iedereen kon lid worden van een gilde. Zo werden kinderen, vrouwen, horigen doopsgezinden en Joden daarvan uitgesloten. Voor Joden  waren veel beroepen in de middenstand dus uitgesloten en moesten zij zich beperken tot eenvoudiger beroepen of de geldhandel. De gilden en hun leden namen een vooraanstaande positie in binnen het stadsleven in de 14e tot 18e eeuw. Zo werd de plaatselijke markt door hen gedomineerd, zowel qua prijs als hetgeen werd toegelaten. Feitelijk een soort monopoliepositie dus. De leden bekleedden vaak belangrijke bestuurlijke functie. Uit de contributies werden eigendommen bekostigd die aan alle leden toebehoorden, zoals prestieuze gildehuizen. De leden van de gilden ontvingen een penning. Met het tonen daarvan werd een recht afgedwongen, maar er waren ook plichten aan verbonden. Het niet kunnen tonen van de gildepenning kon tot een boete leiden (zoals de aanwezigheidsplicht bij begrafenissen). Ook kon de toewijzing van een gildepenning leiden tot een dwingende taak, zoals het dragen van de baar of het uitoenenen van de gildeknechtfunctie.

De heer burgemeester Steven Voet werd geboren op 6 februari 1633 als zoon van Reynier Voet en Johanna del Court. Reynier was afkosmtig van Antwerpen en trad op 26 febrauri 1620 te Middelburg in het huwelijk met Johanna del Court. Stevens was hun vierde kind. Steven trad op 23 oktober 1669 in het huwelijk met Maria Francisca de Cock, afkomstig van Gent. Vanaf 1669 was Steven raadslid (schepen) van Middelburg. Een functie die hij met tussenpozen tot 1699 zou vervullen. Naast schepen vervulde hij in de jaren 1676-1678 ook de functie van thesautier (penningmeester) en we zien hem in de jaren 1686-1700 ook vermeld als burgemeester. We zien zijn naam vermeld op diverse gildepenningen van Middelburg, zoals van het lakengilde en fruiteniersgilde. We weten dat hij de functie van overdeken vervulde bij het laken-fruiteniers en chirurchijnsgilde en in die hoedanigheid zien we zijn naam vermeld op diverse gildepenningen. Op 11 oktober 1671 en 6 oktober 1675 werd hij benoemd tot diaken en op 19 januari 1687 tot ouderling in de Kerkenraad van de Nederduitse Gereformeerde Gemeente (later Hervormde Gemeente) te Middelburg. In 1690 was hij curator bij de Latijnse School en het Gymnasium te Middelburg. Hij overleed (kort) voor 6 december 1703 want toen betaalde zijn vrouw Francoijse de Cocq te Middelburg de collaterale successie geheven op overleden personen.

Middelburg (Zeeland), medal of the fruit merchants guilt, 1691

Wittop Koning 13.2 ; Dirks 62.12
bijzonder mooi exemplaar
pr-

550,00 





< Terug


© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid