Munthandel G. Henzen LID VAN DE NVMH
 



HOME|MUNTEN|PENNINGEN|ARCHEOLOGIE|ZOEKEN|INKOOP|OVER ONS|CONTACT|BESTELLEN|VOORWAARDEN

Penningen > Vroedschapspenningen
< Terug


De meeste steden in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden kenden sinds de 16e eeuw een soort college dat zich bezig hield met
het bestuur
van de stad, de zogenaamde vroedschap. Zij waren niet belast met het dagelijks bestuur, want die taak lag bij de magistraat of
stadsregering. Zo′n stadsregering bestond uit vier of zes burgemeesters en of schepenen. Die burgemeesters en schepenen werden echter
door de vroedschap gekozen, meestal voor een periode van vier jaar, en kwamen vaak uit hun eigen gelederen voort. De laatst gekozen
burgemeester was verantwoordelijk voor de Schutterij, een soort burgerwacht die de orde moest handhaven. De vroedschap werd bijeen
geroepen bij belangrijke financiële kwesties en altijd bij verkiezingen voor de bezetting van belangrijke posten, maar ook landelijk kwesties
kwamen soms aan bod. Vaak ging het om het dienen van economische belangen, die tegelijk de belangen waren van de leden van de vroedschap.
Men vergaderde meestel een paar maal per maand. In tegenstelling tot de leden der magistraat, werden de vroedschapsleden voor het leven
benoemd. Afhankelijk van de grootte van de stad bestond zo′n vroedschap uit zo’n 10 tot 40 mannelijke poorters. Een poorter is de historische
benaming voor een burger die zich het recht had verworven om binnen de poorten van een plaats met stadrechten te wonen. Lidmaatschap was
in principe een kwestie van uitverkiezing en niet van erfopvolging. Familiebanden waren daarbij zeer belangrijk maar ook welstand en sociale
status telden mee. In ieder geval moest men aan twee vereisten voldoen : men moest in het bezit zijn van een huis en lid zijn van de Gereformeerde
kerk. De vroedschapsleden werden niet betaald voor hun diensten. De vergoeding moesten ze maar zien te verwerven uit hun voorkennis en
goede contacten. De leden van de vroedschap kregen een zilveren penning, als bewijs van hun lidmaatschap. De leden waren echter algemeen
bekend, dus als werkelijke identiteitspenningen zullen de vroedschapspenningen niet hebben gediend.


NETHERLANDS - STAD ROTTERDAM - Zilveren vroedschapspenning 1689

Republiek, 1581 - 1795
gewicht 9,60gr. ; zilver Ø 31mm.
door D.Drappentier naar ontwerp van Romein de Hooghe.
Geslagen t.g.v. de kroningsfeesten van 1689.
vz. Aanblik van het feestmaal bij het standbeeld van Erasmus,
daarboven buste van Koning-Stadhouder Willem III, op de fries
van de tempel de tekst PRINCIPI  PATRIAE QUE, en tussen de zuilen S – C
kz. Stadsgezicht met schepen op de Maas, daarvoor palmboom en
stadswapen gehouden door twee leeuwen, eronder ROTTERODAMUM

COUNCIL MEDAL. By D. Drappentier, after a design by Romeyn de Hooghe.
obv. Meeting of the council with statue of  Erasmus, above bust of the Prince of
Orange William III. Below it reads: PRINCIPEI PATRIÆ QUE SC
( To the Prince and Fatherland by decision of the Council )
rev. City view with ships on the river Meuse, palm and city arms on the foreground,
below ROTTERODAMUM

van Loon III.420 ; Dugnoille 4558
Very attractive medal with fine details.
xf-

250,00 



NETHERLANDS - STAD GOUDA - Zilveren vroedschapspenning z.j. (circa 1700)

Republiek, 1581 - 1795
gewicht 9,68gr. ; zilver Ø 29,5mm.
vz. Stadsgezicht van Gouda vanaf de Hollandse IJssel bezien,
op voorgrond schepen en zittende riviergod met kruik en roeispaan,
erboven  NUMMUS  SENATORIUS (= penning der Senatoren)
kz. Stadsmaagd met gekroond stadswapen omgeven door doornenkrans
op voorgrond en vaandel met de tekst IAC.COM (=Iacoba Comitissa
ofwel Gravin Jacoba), eronder lint met de tekst PER.ASPERA.AD.ASTRA
(= door doornen tot de sterren), boven CONDITORIBVS.VRBIS.
(= aan de grondleggers der stad), terweerszijden de bustes van Floris V (FLOR V.)
en voogd Cats (CATZ E.Q.) op een voetstuk.
Minard 178 ; Van Loon I, pag.151-152 R
Attractief patina. Zeldzaam.
zfr/pr

275,00 



NETHERLANDS - STAD HAARLEM - Zilveren vroedschapspenning z.j. (1740)

Republiek, 1581 - 1795
vz. Stedemaagd zittend naast zuil,op haar schoot een mand
met vroedschapspenningen COMES CONSILIORUM HARLEM:
kz. Stedemaagd zittend naar links met schip van Damiate,boekdrukpers
op achtergrond ARTE ET MARTE•,in afsnede DAM.CAPT.TYP.INV.URB.DEFEN:  
gewicht 12,07 gr. ; zilver Ø 33mm.
vgl.Vervolg van Loon 149; Syp.201
zfr

95,00 



NETHERLANDS - STAD ROTTERDAM - Vroedschapspenning 1770

Republiek, 1581 - 1795
gewicht 14,11gr. ; zilver Ø 33mm.
ontwerp & productie: Theodoor Victor van Berckel.
vz. wapen van Rotterdam in cartouche-vorm met kroon, vastgehouden door twee leeuwen. Op de achtergrond de stad gezien van over de Maas, met links een aantal schepen, op lint ROTTERODAMUM, onderaan S.C. (Senatus Consulto = de senaat / vroedschap gehoord hebbende).
kz: Mercurius brengt aan vrouw, voorstellende de koophandel, hoorn des overvloeds en Maasgod met urn, waar water uit stroomt, omschrift: SALUS INSEPARABILIS, in afsnede A LIBERTATE  ET MERCATURA (Welvaart onafscheidelijk van vrijheid en handel) tussen 17 - 70.

Theodoor Victor van Berckel heeft de stempels van deze penning vervaardigd. Hij werd op 21 april 1739 te ′s Hertogenbosch geboren als zoon van Theodoor Everard van Berckel, een zilversmid aldaar. Op 11-jarige leeftijd werd de jonge Theodoor Victor leerling zilversmid bij zijn vader en leerde aldaar het vak van zilversmid en graveur. Al sinds het begin van de 18e eeuw leverde de familie van Berckel zilveren vroedschapspenningen aan het stadsbestuur van ′s Hertogenbosch. Tot 1763 werkte Theodoor Victor voor zijn vader in het atelier aan de kerkstraat in ′s Hertogenbosch.  

Op 24 april 1763 trad Theodoor Victor van Berckel in de Sint-Jan van ′s Hertogenbosch in het huwelijk met Anna Maria Nouhuijs. Hiermee was een nieuwe fase aangebroken in zijn leven want zeer kort daarna vestigde het jonge paar zich in Rotterdam. Volgens de gegevens van het Rotterdams Stadsarchief werd Van Berckel 3 juni 1763, "onder acte van het Roomsch-Catholiek Armbestuur in de Leeuwenstraat, finaal in Rotterdam geadmitteerd". Daaruit mag niet de conclusie getrokken worden dat Van Berckel arm was. Het Armbestuur stond er garant voor dat de vreemdeling Van Berckel zelf in zijn onderhoud en dat van zijn gezin kon voorzien. Van Berckel vestigde zich als zelfstandig stempelsnijder. Het valt niet met zekerheid vast te stellen of hij in Rotterdam ook het vak van zilversmid uitoefende. Uit de archieven van de maasstad is bekend dat de meeste van de kinderen van het jonge echtpaar in Rotterdam werden geboren. In zijn “Rotterdamse periode” legde Theodoor Victor zich vooral toe op de vervaardiging van familiepenningen, vooral bij huwelijk of huwelijksjubilea. Net als voor ′s Hertogenbosch werden in Rotterdam van tijd tot tijd vroedschapspenningen geslagen. Omdat de stempels al ruim vijftig jaar niet waren vernieuwd, besloot het Rotterdamse gemeentebestuur op 4 juli 1769 een nieuwe vroedschapspenning te doen slaan. De opdracht werd gegund aan Theodoor van Berckel die inmiddels een behoorlijke reputatie had opgebouwd. De vroedschapspenning werd in 1770 gepresenteerd aan de Rotterdamse Raad. De hier aangeboden vroedschapspenning is een exemplaar daarvan.

Na Rotterdam verliep zijn carrière aanvankelijk voorspoedig. In de periode 1776-1789 was Theodoor Victor werkzaam als graveur-generaal van de Keizerlijke Munt in Brussel. Na de Brabantse Omwenteling in 1790 bleef Theodoor Victor werkzaam aan de Munt te Brussel, maar thans voor het nieuwe revolutionaire bewind. Hij kreeg de opdracht tot het vervaardigen van een nieuwe muntenreeks ; koperstukken van 1 en 2 oorden, zilverstukken van een halve en hele gulden, de zilveren leeuw van 3 gulden en de gouden leeuw van 12 gulden. Spoedig daarna werd het Oostenrijkse gezag hersteld. Theodoor Victor kon ondanks zijn werkzaamheden voor de revolutionairen aanblijven aan de Munt van Brussel en vervaardigde aldaar nog een reeks van inhuldigingspenningen met het portret van keizer Leopold II, die in 1790 Joseph II was opgevolgd. In 1794 kwam een einde aan het bewind van de Oostenrijkse in de Zuidelijke Nederlanden, en werden zij door de Fransen verdreven. Theodoor Victor bleek nadien voor de Oostenrijkers werken o.a. in Linz en Wenen. Zijn vrouw en kinderen verhuisden naar het Duitse Anholt. Het verblijf in Wenen, ver van zijn familie, viel hem zwaar. Wanneer hij kon maakte hij de lange, zware tocht van Wenen naar Anholt of ′s Hertogenbosch. Op 3 november 1802 overleed zijn echtgenote Maria Anna Nouhuys. In diezelfde winter werd Van Berckel ernstig ziek. Waarschijnlijk veroorzaakte verwaarlozing van een verkoudheid een ernstige oogziekte waarna hij zijn vak niet meer kon uitoefenen. Hij reisde in die periode half blind door Europa en vestigde zich tijdelijk en later permanent in zijn geboortestad ′s-Hertogenbosch waar hij op 19 of 21 september 1808 overleed.

vervolg Van Loon 447
pr/unc

375,00 





< Terug


© Copyright 2012  |  Munthandel G. Henzen  |  Tel. +31(0)343-430564  |  Fax +31(0)343-430542  |  info@henzen.org | Privacybeleid